Schrijven 27
lezenlezenlezenlezenlezenlachenlezenhuilenlezenlezenlezen
Plaatjes kijken, voorgelezen worden,
hele stukken uit het hoofd kunnen
opzeggen: Bruintje Beer. Vertaald uit
het Engels, stripachtig, huizen met
dropjesramen en luiken onder rieten
daken, als kinderen aangeklede dieren,
allemaal even groot, beer, das en
olifant. Ze spelen heel gevaarlijk in
een wei die zomaar ophoudt hoog boven
zee. En er is een Moe Beer in lange
rokken die koekjes bakt.
Zo lang ik me kan herinneren, werd eruit
voorgelezen door mijn opa.
'Daantje gaat schaatsenrijden', van
Roggeveen, was een van de eerste boeken
die ik zelf las. Zijn vrouw had hem nog
zo gewaarschuwd, maar eigenwijze Daantje
gaat toch het ijs op, en ja, toen zakte
hij er door. Hoe hij er weer uitkwam
weet ik niet meer, maar dat grote mensen
ook wel eens dom waren, vond ik
fantastisch!
'Het Anemonenmeisje' woonde dicht bij
onze beek. Ik kon in het voorjaar
precies zien waar ze geweest was, kijk,
daar was nog het web....Het elfje was
een beetje dom geweest en moest de hele
koude winter in het bos blijven.
Gelukkig was er een lieve zwaluw, die
van dons een warm bontjasje voor haar
maakte, anders.... Het spannendste stuk
van het verhaal was, dat het
anemonenmeisje belaagd werd door een
grote kruisspin. Die beloerde dat
smakelijke hapje vanuit haar web. De
zwaluw scheurde gelukkig nog net op tijd
met zijn snavel het web kapot.
Opeens ben ik de kleinekinderenboeken
ontgroeid. Ik krijg 'Drie van de oude
plaats', door Nienke van Hichtum. Voor
kinderen van 8 tot 80, staat er voorin.
Friesland is een vreemd land, ze praten
er een andere taal, famke, pake, heit en
mem, en ze zien er anders uit, met
gouden oorijzers en glimmende
zwartzijden schorten. Het verhaal is een
volwassen verhaal op een voor kinderen
begrijpelijke manier verteld, maar
absoluut niet kinderachtig. Geboorte en
dood, roof en opoffering, voorgevoel,
ziekte, liefde, heimwee, worden als
gewoon horend bij het leven besproken.
Ik heb ook Afke's tiental en Jelle van
Sipke Froukjes gelezen, maar Drie van de
oude plaats vond en vind ik veel mooier,
meer bijzonder vooral, en toch kennen
weinig mensen dit boek.
Dan lees ik 'Niels Holgerssons
wonderbare reis', door Selma Lagerlöf,
waarin de reis van de betoverde stoute
pestkop Niels op de rug van de tamme
ganzerik over en door Zweden verteld
wordt. Het als aardrijkskundeboek
geschreven verhaal bevat dagavonturen,
legendes, verhalen over bijgeloof en
vriendschap, wetenswaardigheden over
landschap en middelen van bestaan,
geschiedenis, sprookjes, zeer
afwisselend en spannend verteld
allemaal.
Niels krijgt de kans om de verzonken
stad Vineta te redden. Hij was namelijk
net op het strand toen de stad, zoals
maar eens in de 100 jaar, voor een uur
oprees uit de zee. Als hij dat verroeste
muntje maar niet weggegooid had, dat hij
net op het strand had gevonden! dan had
hij in die stad iets kunnen kopen en was
de vloek ongedaan gemaakt. Niels huilt
van verdriet en ik ook.
De leidstergans Akka van Kebnekaise
heeft ons twintig jaar geleden ertoe
verleid om een auto/wandeltocht te maken
vanuit Kiruna naar de berghut onder aan
de Kebnekaise. Die weidse eenzaamheid
kende ik al, de muggen niet!
Zoveel boeken! Zoveel herinneringen,
zoveel nieuwe werelden, zoveel lachen en
huilen.
Lachen om één van de eerste
Prismapockets, De Nagelaten Papieren van
de Pickwickclub, van Charles Dickens, in
de schitterende vertaling van Godfried
Bomans. Ik las mijn oudere zusje voor,
we zaten in de tuin op het grasveld, en
we rolden letterlijk met stoel en al om
van het lachen om die Engelse humor,
dertien was ik en ik vergeet het nooit!
Huilen om 'Zes + één werd 7' van Diet
Kramer, om Roeland Westwout en het
meisje Mies met haar door zijn schuld
verminkte gezicht, om Ankie's
tweelingzusje, van Mimi v.d. Heuvel, dat
doodgewaand werd na het bombardement op
Rotterdam, om Alleen op de wereld, van
Hector Malot, maar ook om de verhalen in
de Kinderbijbel, met de gruwelijk/
prachtige gravures van Gustave Doré, met
in de zondvloed verdrinkende mensen en
onthoofde Baälpriesters na het
regenwolkje zo groot als een manshand,
ach, om zoveel boeken.
Wat was heerlijker, het huilen van het
lachen of het huilen van verdriet? Bij
mij ongetwijfeld het laatste: huilen,
omdat huilen om een boek mág.
Gerda
( 2004? Seniorweb schrijfopdracht)
heette toen nog geen Leidje
|