Schrijven 6 Bredevoort
Het was een drukkend
warme dag, die zondag de twaalfde juli 1646. Er zat
onweer in de lucht. Na de kerk en het middageten waren
veel mensen even gaan rusten. De Drost en zijn vrouw, de
Drostinne, woonden met hun negen kinderen in het koelste
huis van het stadje, Het Kasteel. Wat zij deden op het
fatale moment, weten we niet.
Een bliksemstraal trof
om half vier de kruittoren die bij het kasteel stond.
Daarin was buskruit (pulver) opgeslagen,
driehonderdtwintig tonnetjes. De ontploffing die volgde
was enorm. Het kasteel en een groot aantal huizen werden
verwoest, eenentwintig mensen vonden de dood; onder het
puin van het kasteel alleen al negentien. Eén zoon van
de Drost was afwezig, de enige van het Drostgezin die
gespaard bleef.
Vriendschap
In het plaveisel van Het Zand zijn
de contouren aangebracht van de voormalige bastions. De
auto's van bezoekers van het Informatiecentrum staan er
geparkeerd. (Om naar een boek over ‘Vriendschap’ te
speuren, zocht ik op de stadsplattegrond naar winkels
met kinderboeken, en zo kwam ik op Het Zand terecht).
Er gaan heel wat boeken door mijn handen voordat ik iets
gevonden heb wat ik gebruiken kan. Uiteindelijk heb ik
iets geschikts, geschreven in het Duits, in die zo
onhandige gotische letter. Gelukkig hoef ik het niet te
kopen! Ik heb het zelf thuis in de Nederlandse
vertaling. Sinds mijn tiende jaar is het steeds
meeverhuisd. Later heb ik ervoor gezorgd dat het niet in
de handen van mijn kleine kinderen viel, want die
hielden van de combinatie boeken en kleurkrijtjes.
Ik bedoel: 'Pünktchen und Anton' een roman voor
kinderen, van Erich Kästner. Geschreven in 1931.
Nederlandse vertaling van A. Viruly, 1937. ‘Puntje en
Anton’. Geestig geïllustreerd door Walter Trier. De boef
lijkt verdacht veel op de schrijver!
De idealist Erich Kästner behoorde tot de schrijvers die
zich afzetten tegen mooischrijverij en blabla. Hij had
scherpe kritiek op de pathetische helden- en
oorlogsverering in Duitsland. In 1933 kreeg hij een
publicatieverbod, maar hij bleef schrijven en gaf zijn
werk in Zwitserland uit. Hij schreef behalve
kinderboeken veel poëzie, proza en toneel.
Het
verhaal in ‘Puntje en Anton’ is nogal dun, een
zwart/wittekening van eerlijke mensen en 'zwijnen',
superrijken en straatarmen, zorgzame moeder en
verkwistende madam. Puntje, het fantasierijke dochtertje
van de fabrieksdirecteur Pogge, sluit vriendschap met
een heel oppassende arme jongen, Anton, die 's avonds in
het geheim op straat veters probeert te verkopen om voor
zijn zieke moeder wat geld te verdienen. Puntje
bedelt ook. Ze wordt zonder dat ze het doorheeft, bij
een complot betrokken. De verloofde van haar
kinderjuffrouw wil namelijk inbreken in de villa, als
iedereen 's avonds weg is. Natuurlijk komt alles goed:
'De verloofde zit in de gevangenis, de boze
kinderjuffrouw in zak en as, Anton en zijn moeder in het
zonnetje, Puntje naast Anton. Allemaal hebben ze een
zitplaats gekregen die bij ze past. Het lot heeft
maatwerk geleverd'.
Als dit het hele boek was, zou
het wel een grappig verteld verhaal zijn, maar niet zo
uniek als het nu geworden is. De schrijver last namelijk
na elk hoofdstuk een 'Nadenkertje' in, naar aanleiding
van de gebeurtenissen in het verhaal. Kinderen die daar
niet van houden kunnen ze gewoon overslaan, maar
kinderen die iets van mensen en het leven willen leren
begrijpen, kunnen ze lezen. Voor het gemak zijn ze
cursief gedrukt. Kästner doet net of hij het verhaal ook
zelf voor het eerst leest en geeft een beetje
samenzweerderig commentaar.
In het nadenkertje
Zelfbeheersing gaat het bijvoorbeeld over weg willen
lopen als je iets verkeerds hebt gedaan: 'Dan lees je in
de krant: - Uit angst voor straf weggelopen. Ouders
vrezen het ergste -. Nee, jongens, dat kan zo niet. Als
je iets gedaan hebt, moet je je durven verantwoorden.
Beheers je, doe geen ondoordachte dingen, denk goed na!
En dat kun je leren! Alexander de Grote telde altijd tot
dertig om zich niet tot domme dingen te laten verleiden.
Nog beter is, tel tot zestig'.
In het nadenkertje
Dankbaarheid: 'Mijnheer Pogge geeft Bertha eerst een
hand en dan een briefje van twintig mark. Veel mensen
zouden misschien alleen een hand geven, ofschoon ze goed
bij kas zijn. Een ander zou misschien alleen twintig
mark geven, ofschoon hij een hand heeft. Mijnheer Pogge
heeft alle twee en geeft alle twee. Hij geeft eerst een
hand en dan het geld. Ik vind dat een goeie volgorde'.
Het begrip Vriendschap komt ook in een nadenkertje aan
de orde. Puntje is naar de meester van Anton gegaan en
heeft hem uitgelegd hoe het komt, dat die jongen zo
slaperig is en zijn huiswerk niet afheeft. Hij moet hem
geen strafwerk geven en zeker geen brief aan zijn moeder
schrijven! De meester moet haar beloven niets van dit bezoek
te verraden aan Anton: 'Hij zal de jongen geen
uitbranders meer geven en geen brief aan zijn moeder
schrijven. Puntje heeft daar stilletjes plezier in, zij
weet hoe dat komt. Maar Anton komt het niet te weten.
Puntje heeft geen dank nodig. Ik wens jullie allemaal
een goede vriend toe, én dat je eens in de
gelegenheid komt om je vriend, zonder dat hij het merkt,
een goede dienst te bewijzen'.
Misschien komt het
voor de huidige generatie kinderen te braaf over, maar
ik vond het prachtig! En nog.
omhoog