De
eerste week van mei zijn we in Granada. Overdonderd
door het feest van kleur en dans, door de pracht en
praal bij de uitingen van devotie, de processies,
dwalen we door de stad. Het is Cruz de Mayo, de dag
dat er 42 grote, met bloemen versierde kruizen in de
verschillende wijken staan opgesteld, de een nog
overdadiger opgesierd dan de ander. De stad deelt
een prijs uit voor het mooiste kruis van een wijk,
een vereniging enz., dus iedereen
wil ze zelf allemaal gezien hebben, om zeker te
weten dat de verkiezing eerlijk gaat. Tienduizenden
mensen schuifelen door de straten, van binnenhof
naar pleintje, van esplanada naar kerk.

Op de
Placeta de la Cruz bewonderen we het enorme
metershoge kruis dat is gemaakt van donkerrode
anjers. Op de met bloemen en planten versierde
trappen ervoor staat bont majolica uitgestald,
schalen als wagenwielen, vazen en borden, alles met
de hand beschilderd, veel in blauw.
Telkens weer zien we bedelende zigeunerinnen met
kinderen op de arm en aan de hand. Kinderen tot een
jaar of twaalf dragen kleine zelfgemaakte versierde
kruizen op draagstellen en kussens, en proberen er een
kleinigheid mee te verdienen, rondrennende meisjes,
gekleed in wijduitstaande jurkjes als poppen dagen
jongetjes uit, die gekleed zijn als kleine heertjes
met stropdas en zwarte hoed. Tienermeisjes
dansen in een kring, zingend en zichzelf met
handgeklap begeleidend, jonge mannen rijden trots
rond op hun vurig paard met achter zich een vrouw in
een lange wijde jurk met volants.

We
kijken naar de chic geklede dames en heren met
strenge gezichten, duidelijk behorend tot de rijke
bovenlaag, naar de duizenden studenten in
verschillende outfit, van spijkerpak tot diep
gedecolletteerde volantjurk, van zwart leer tot
klederdracht. En nergens, echt nergens zien we een
Spanjaard met een korte broek of op sandalen.
We
zien bijna geen buitenlandse toeristen, dit is een
Spaans onderons feest. Boven alles uit beieren de
klokken, vaak overstemd door een blaasorkest of door
het schallende geluid uit luidsprekers met
traditionele muziek of popmuziek bij een
studentenflat. Vanuit cafés stroomt viool- en
gitaarmuziek de straat op, tapasverkopers rennen de
tafeltjes langs, de lucht van gebakken visjes
vermengt zich met die van parfum en suikerspinnen.
We
laten ons meedrijven in de massa en genieten.
Op een
plein waar het wat rustiger is, drinken we wijn
onder de sinasappelbomen. De tafeltjes zijn allemaal
bezet. Het is warm, maar we zitten heerlijk in de
schaduw. Aan de overkant onder de arcaden zitten
zigeunermannen te drinken. Ze mogen van hun wet niet
zelf bedelen, maar ze houden precies in de gaten,
wat hun vrouwen en kinderen ophalen.

Opeens staat er een prachtig joch voor ons met een
simpel Cruz op een schoenendooskussen.
Natuurlijk pikt hij ons als eersten eruit om wat van
te vangen. We bewonderen zijn kruis en als hij z'n
hand uitsteekt, krijgt hij wat kleingeld. Blijkbaar
is het genoeg. Hij kijkt naar zijn vader aan de
overkant en ziet dat die ingedommeld is,
kijkt dan ons aan en begint te grijnzen met een blik van
verstandhouding: pa ziet lekker niet dat
hij wat gekregen heeft. Het papier onder het 'kussen'
wordt losgemaakt en het kleingeld verdwijnt naar een
geheim plekje.
We geven hem nog een kleinigheid voor
in z'n broekzak, duidelijk zichtbaar voor de grotere
zus die er net aan komt lopen. Die krijgt ook een
kleinigheid voor zichzelf - pa slaapt nog steeds -
en zo is het voor hen ook feest.

Zo'n
feest tussen mensen van een andere cultuur laat je
wel duidelijk voelen dat je een vreemdeling bent. We
kijken er naar, maar kunnen niet meedoen. Gelukkig
kent m'n man een beetje Spaans en kleine gesprekjes
zorgen voor een welwillende houding tegenover ons,
maar als we zelfs de bedoeling van de
feestelijkheden nauwelijks begrijpen, dan gaat het
echte feestgevoel aan ons voorbij.
Toch
is z'n daglang mensen kijken één van de leukste en
interessantste dingen om te doen in een ander land.