Schrijven 10 Bredevoort
In aflevering V beschreef ik de rechtspleging rond
Bredevoort tot ongeveer 1500. De Vrij- of Veemgerichten
bij de Sleehegge waren tegen die tijd al zo goed als verdwenen.
Dichtbij de Sleehegge, maar in Miste, dat is misschien
twee kilometer in de richting van Winterswijk, werd ook al
vanaf de Middeleeuwen recht gesproken. De plek werd ‘Aan
den Rozenboom’ genoemd of ook wel 'Rozenhuis'. Een
machtige 'scholte' was al 'beleend' met den Hof van
Miste vóór 1338 en had het recht om alle belangrijke
hofaangelegenheden te regelen en te bespreken op zijn
landgoed. Op zijn grond stond een geweldige eik,
waaronder deze zaken en ook de rechtspraak besproken en
afgehandeld werden. Vroeger had daar een bekende
rozenstruik gestaan.
De scholte (landheer) werd vertegenwoordigd door een
Rigter (de voorzitter), terwijl een scriver de
belangrijkste zaken in een Hofboek noteerde. Verder
waren er nog twee 'Tegeners', die de rechter bijstonden.
Op één bepaalde dag, de vijftiende juli, werd er
rechtgesproken. Onder die eik. Alleen de vier genoemden
kregen een stoel, verder moest iedereen staan. Het moest
al heel erg slecht weer zijn, voor men binnen in
Rozenhuis vergaderde. Slechts bij hoge uitzondering
gebeurde dat. In 1785 werd er een 'expresse aantekening'
van gemaakt in het Hofboek: de bijeenkomst werd gehouden
‘binnen Rosenhuis', wegens 't regenagtige weer’.
Er stonden strenge straffen op het niet verschijnen na
gedaagd te zijn. De straffen waren niet zo zwaar als aan
de Sleehegge, maar de helft van je geld en goed moeten
afstaan, was ook niet mis.
Het scholtengeslacht op de Misterhof stierf al voor 1500
uit en toen vervielen de bezittingen aan de hoofdhof, en
dat was Bredevoort.
De Hofboeken zijn nauwgezet bijgehouden en bewaard
gebleven van 1506 tot 1794. Veel namen erin komen me
heel bekend voor. Winterswijk viel namelijk ook onder
het rechtsgebied van Rozenhuis.
Gegevens uit: Stegeman, Het oude kerspel Winterswijk,
1927
Op de
koopzaterdag is het gezellig druk in Bredevoort. Veel
stalletjes op straat, veel toeristen wegens paas- en
voorjaarsvakantie, veel oude troep, veel mooie boeken,
genieten dus. Ik kom thuis met een schitterend en
boeiend Engels boek over gezichtsuitdrukkingen, speciaal
bedoeld voor tekenaars en schilders, van Gary Faigin,
'The Artist's Complete Guide to Facial Expression'. Met
hoofdletters! Vierhonderd potloodtekeningen van
gezichten en gezichtsdelen bij lachen, huilen,
verwondering, angst enz. Met uitleg van waarop speciaal
te letten. Zeer instructief.
Een ander boek dat ik koop is: van W. van Veenendaal,
'Ze vlogen als vogels, Plesman's vliegers van het eerste
uur' (het jaar van verschijnen staat er niet in, z.j.
dus, maar het is waarschijnlijk van 1951). Omdat mijn
man veel gevlogen heeft, eerst in zijn diensttijd en
later als sportvlieger, leek me dat wel aardig voor hem.
Nou, hij had het al, al jaren, - wist ik veel!
Een stukje uit de Proloog:
'Het boek gaat over de KLM van ver voor de 'laatste'
wereldoorlog. Over de mens en over de machine. De
dertien mensen die hieronder genoemd worden, waren de
'verkenners' die bij de aanleg van Nederlands'
luchtwegen het leven verloren. In het prille begin
gingen ze op weg, in een dikke leren jas en gevoerde
laarzen, met soms een vodje van een weerbericht in de
binnenzak, zonder instrumenten en kunstmatige horizon,
zonder radio, zonder enig vliegplan maar met de beste
wensen van de wuivende propagandisten op de grond.
Dan waren ze eerst per fiets door de weilanden van
Amstelveen komen rijden en hadden zich laten overzetten
door de veerman die bij Schiphol aan de Ringvaart woonde
(nog tot 1936). In de cockpit vonden ze een landkaart,
in een blikken draaitrommel, waarop ze alle wegen,
spoorlijnen en kruispunten eventueel konden vinden, mits
het geen oude druk was, de kaart in die trommel wilde
draaien en de aarde niet schuil ging in de mist. Ze
vlogen zonder instrumenten, alleen, en daarom was de kim
hun enige vriend. Daarom draag ik dit boek aan die
dertien spoorzoekers op èn aan hun bemanningsleden
(achter hun namen staan de plaatsen waar ze
verongelukten).
Adriaan Pijl -
Engels Kanaal
Henk Klunder - Noord-Frankrijk
Janus de Vree - Zuid-België
Frans Wiersma - Bangkok-Siam
Jan van Onlangs - Bangkok-Siam
Piet Soer - Duitsland
Ernst Prillwitz - Duitsland
Wim Okko Beekman - Rutbah Wells-Syrië
Jan Duimelaar - Schiphol
Kees Blaak - Sumatra
Quirinus Tepas - Golf van Biskaje
Gerrit Geyssendorffer - Kopenhagen
Koene Parmentier - Prestwick-Schotland
Ernest Gann heeft geschreven: ‘De mannen die de nagels
in de dwarsliggers van de intercontinentale spoorweg
sloegen, waren even belangrijk voor het eindresultaat
als de Indiaan die hen voorging als verkenner. Het is
alleen maar zuiver menselijk, dat wij er de voorkeur aan
geven over die Indiaan te lezen en te schrijven'.
Tot zover de proloog.
Dan volgen de verhalen, de sterke verhalen liever
gezegd, die bij deze mensen horen. Het is een boek vol
vliegersromantiek. Maar achter alle stoerheid en
bravoure ligt altijd de Dood op de loer.
In de Epiloog worden zeer kritische woorden gewijd aan
de naoorlogse KLM. De ruzies, het personeelsbeleid, de
onderbetaalde gepensioneerden, die voor de oorlog de KLM
groot hebben gemaakt, enz. Daarom is het, naast
spannend, ook een leerzaam verhaal over een al bijna
vergeten periode.
omhoog