Zondag 30 maart, Istanbul, 21.00 uur, vertrekhal
Domestic Flights. Vanmiddag zijn we met een half
uur vertraging van Schiphol vertrokken en we kwamen drie
kwartier te laat in Istanbul aan. De vlucht ging goed,
al werden we behoorlijk door elkaar geschud door het
turbulente wolkengedoe beneden ons. Heel Europa lag
onder één wolkendeken. Uitchecken en daarna met een bus
naar een ander deel van het vliegveld om weer in te
checken. Hier dus. We zien in de gauwigheid meer
soldaten dan in een jaar in Nederland. Controle is net
als in Nederland heel secuur. We zijn al 2x gevisiteerd.
Bij het uitchecken net precies stond een Sonaragent
klaar om ons te wijzen waar de bus stond. Aangezien we
nog geen TL´s hebben en wel dorst, heeft Anton bij de
biljettenverkoop wat Marken gewisseld tegen een prima
koers. De eerste bestelling Iki portakal suyu verliep
vlekkeloos, Bravo!
We vonden de sfeer bij Turkish Airlines erg plezierig.
Op Schiphol waren de passagiers 50/50
Turken/vakantiegangers. Alle kinderen mochten als eerste
aan boord om een raamplaatsje te zoeken. Wij praatten
met een spraakzame aardige Turk uit Niğde, die voor 2
maanden naar huis ging. Adres gekregen voor als we in de
buurt kwamen.
In Antalya staat iemand bij de uitgang met een groot
bord ´Berg Holland´, het is onze eerste reisbureaureis
en we zijn stomverbaasd. Hij brengt ons met een taxi 20
km verder naar Hotel Lara. We zijn er om precies 24.00
uur. We zijn de enige nieuwkomers, maar ze staan ons
met 3 man achter de balie op te wachten. Anton wil nog
graag sinaasappelsap. Hij moet er 20 minuten op
wachten, want de sinaasappels moeten ergens gekocht
worden- midden in de nacht!
Bij het geluid van de waterval die vlak naast onze kamer
zo´n 35 meter dieper in zee stort, vallen we in slaap.
Maandag
31 maart. Schitterend weer, het zal vandaag 25°C
worden. Om 9 uur ontbijten we op het terras, bijna recht
boven zee. Het uitzicht over de baai op de 3000m hoge
met sneeuw bedekte bergen is schitterend. We eten
brood met honing, olijven, tomaten, komkommer en
brokkelige jonge kaas. Met natuurlijk çay!
Na het ontbijt lopen we de 150 treden af naar zee. Het
water lijkt te koud om te zwemmen, maar we gaan lekker
in de zon zitten. Een Duits echtpaar met 2 zoontjes komt
even praten, ze komen uit de buurt van Frankfurt. Ik
vertel dat een dochter van ons in Limburg woont en dat
haar man daar ook werkt. Ik vertel waar. In Blumenroth?
Ze kijken elkaar aan en beginnen te lachen. Haar ouders
wonen daar en zij wonen 4 km verder.
Ze heten Müller, van Möbel-Müller, so ein Zufall!
Dochter kocht daar haar keuken.
Met de bus naar Antalya. Bij de bushalte een 'gesprek'
met vijf oude mannetjes, keurig in het pak, maar
armoedig gekleed. We hebben geen bilet voor de bus en in
de bus kun je geen kaartjes kopen. Een man is zo
vriendelijk ons 2 kaartjes te verkopen. Allemaal zijn ze
vriendelijk, absoluut geen irritatie om ons onbenul.
We zwerven 7 uur rond in de stad en vereren twee
theetuinen langdurig met een bezoek. Krijgen çay uit een
samovar, thee-extract aangelengd met heet water, wel 6
glaasjes voor elk, 300TL, voor f 1,20 totaal.
De schoenpoetser komt vragen of hij onze schoenen mag
poetsen. Hij haalt de schoenen op, geeft een paar
slippers om die zolang aan te trekken en gaat 100 m verder
op z'n bak zitten poetsen. Een mand vol schoenen.
Het VVV-kantoor in deze theetuin is nog niet geopend en
een handige man zegt, dat hij ons wel inlichtingen kan
geven. Hij heeft een dolmuş en kan een mooie tocht
aanbevelen voor zo en zoveel. We houden de boot af. Maar
goed ook, want bij een officieel reisbureau kost
dezelfde tocht de helft.
Op zoek naar het hoofdpostkantoor komen we eerst bij
twee hulppostkantoren. In één ervan likt een juffrouw
postzegels, heel langzaam, voor een hele stapel brieven.
Ze is heel lief, tekent voor ons een plattegrond met de
weg naar het hoofdkantoor. De afstand kruising/PTT is
alleen 10 keer zo groot en ze vergeet 4 zijstraten, maar
we komen er.

Het hoofdkantoor wordt bewaakt door een
militair met revolver. Alle officiële gebouwen en banken
zijn zo bewaakt.
Op de terugweg stopt de dolmuş en het blijkt dat we
moeten overstappen. Een ingewikkeld verhaal zo met
handen en voeten waar we niet veel van begrijpen.
'Kan ik helpen?' klinkt het dan van de achterbank: een
Turk die 11 jaar in Nederland heeft gewoond en een
meisje heeft uit Maastricht. Hij nodigt ons gelijk uit
om met hen çay te gaan drinken in een kahve als we
tijd hebben.
Hij betaalt de dolmuş! Spreekt Nederlands, Duits, Engels
en wat Frans, is dus geknipt voor zijn baan, chef van de
boys in een hotel. Zijn meisje werkt in een boutique. Ze
nodigen ons uit in hun nieuwe huis -woensdag gaan ze
verhuizen- en als ze kunnen, zullen ze een afspraak bij
Lara afgeven. We zijn benieuwd.
Diner in het hotel, om half 11 doodmoe naar bed.
Dinsdag 1 april. Om 9 uur met een taxi naar de stad
gereden. In de dolmuş die we gisteren bij een reisburau
bestelden om een tocht te maken, zitten de twee anderen,
een Duitse en een Franse dame al te wachten. We gaan een
tocht maken naar Alanya, maar rijden eerst naar Aspendos,
een schitterend bewaard gebleven theater. Tegen de
buitenkant klimmen jongens omhoog om zilveren munten te
verkopen, écht antiek, jaja. Nu en dan regent het een
beetje. Later schijnt de zon weer.
Onze gids is een beschaafde jonge man, Saban A....., een
jaar of 30, die vloeiend Duits spreekt en veel van de
geschiedenis weet en erover vertelt met veel sprekende
details.
De chauffeur is 20 jaar en ziet eruit als een Hun.
In Aspendos kijken we ook nog rond in een gloednieuw paviljoen,
waar producten uit de streek verkocht worden, vooral
tapijten. Er zijn zijden tapijten die alleen door jonge
meisjes tussen 12 en 17 jaar geknoopt kunnen worden,
omdat zij nog heel dunne vingers en goede ogen hebben.
We zien een kleedje met 1.000.000 knopen per m˛,
tafelkleedjesformaat, ongelooflijk om daar een patroon
in te maken. Veel uitleg over materialen en motieven.
Als je daar een tapijt koopt, betaalt de Turkse regering de
verzendkosten en de invoerbelasting. Alles ter
stimulering van de export. Je hoeft alleen een
aanbetaling te doen en je kleed wordt thuisbezorgd door
de Duitse importeur.
De weg naar
Alanya lijkt hele stukken precies op Agde-Sčte. Bij
Alanya is in 1948 toevallig een grot ontdekt bij de
aanleg van een weg. Het is er constant 23°C bij een
relatieve vochtigheid van 98%. Er kuren daar
astmapatiënten. Ze zitten gedurende drie weken vier uur
per dag in die halfdonkere vochtige grot en zijn
genezen.
Bij een souvenirwinkel vraagt een jongeman of ik binnen
wil kijken.
Ik zeg: 'Nee, want ik koop nu niets.'
Hij: 'U bent gierig.'
Ik: 'Koop jij dan iets in elke winkel waar je
langskomt?'
Hij: 'Nein, manchmal' soms.
Ik: 'Ben jij dan ook gierig?'
Hij: 'Nee.'
Toch namen we vriendelijk afscheid van elkaar, nadat hij
me zijn winkel heeft laten zien en ik gezegd heb, dat ik
de volgende keer wel wat zal kopen.
Op de terugweg gaan we naar de Manavgat Şelasi,
Manavgatwatervallen. Na de brede en lage waterval stroomt het
water in tientallen stroompjes door een park. Mooi
aangelegd.
Als de zon ondergaat zijn we in Perge, een enorme stad
vroeger. De toegangspoorten en de zuilengangen zijn goed
te herkennen. Een herderin weidt de koeien tussen de
antieke baden en winkeltjes, geiten lopen over
schitterende mozaiekvloeren, een vervreemdend effect. We
dwalen lang rond. Şaban vertelt weer veel over de
geschiedenis van wat we zien. We maken foto's, kikkers
kwaken in waterbekkens, duizenden kikkervisjes zwemmen
in plassen, schapen blaten. Turkije.
We zijn net op
tijd terug voor het diner om acht uur. Rijst in
wingerdbladeren, vismousse, kip, groenten. Een heerlijke
Yakut erbij, de duurste wijn die ze hebben, f 7,00.
Bakhlava toe, in honing gedrenkt bladerdeeg, en koffie.
Ik wil nog kaarten schrijven, maar val in slaap.
Woensdag 2
april. Anton heeft een zware hoofdpijnaanval, maar wil
het toch eerst proberen zonder pil. Weer buiten op het
terras ontbeten. Zomer. Naast het hotel wordt flink
gebouwd, huizen en hotels. Na het ontbijt luieren we een
beetje bij het zwembad onder een parasol, daarna gaan we
de trappen af naar zee en zwemmen daar heerlijk. 't
water is 20°C, dus net zo warm als vaak 's zomers in Agde.
Om 1 uur gaan we met de bus naar Antalya, we hebben
inmiddels kaartjes gekocht. We hebben ons taalgidsje bij
de hand en kunnen bij de bushalte een beetje praten met
een vrouw in wijde pofbroek en hoofddoek. Ze heeft
een mond vol gouden tanden. In Turkije komen we heel
makkelijk met mensen in gesprek. Reizen met openbaar
vervoer helpt ook. We gaan op zoek naar een bank. Buiten
op straat treffen we Şaban en twee Duitse dames die twee
reisgenoten zoeken voor een tocht naar Phaselis en Kemer.
We laten ons snel overhalen en hebben een prachtige
middag. We zwemmen naakt in één van de twee natuurlijke
havens van het oude Phaselis. Voor Şaban de eerste keer.
Voor ons al 26 jaar heel gewoon.
De opgravingen zijn nog lang niet voltooid en liggen in
een lieflijk bosrijk gebied. Overal staan wilde lupinen
en sterremuur, het gras is nog frisgroen.
In Kemer. Een teleurstelling. Vroeger lag hier een oud
vissersplaatsje, maar nu zien we alleen een jachthaven,
flats en hotels. Ik vraag waar het plaatsje ligt. Weg.
Afgebroken.
Şaban blijft met een eenzame Duitse dame achter en wij
gaan met de andere met de Hun Cem Bay terug naar Antalya.
Aangezien de wegen niet druk zijn, snijden Turken de
bochten af, ook als ze die niet kunnen overzien. Ik
vraag Cem of hij alsjeblieft rechts wil rijden en dat
doet hij keurig! Verdient zo zijn 10% fooi.
Morgen gaan we met 4 mensen in de hoteltaxi naar
Thermessos, is veel goedkoper dan zelf een auto huren.
Donderdag 3 april. Om 9 uur gaan we met twee
Engelsen uit het hotel en een chauffeur die alleen Turks
spreekt naar Thermessos. Tocht van 35 km. De laatste 9
km is het een heel smal weggetje, ongeplaveid, de berg
op. Ook deze chauffeur kan om de hoek kijken. Veel
claxongebruik. Koeien, vrouwen, kippen, ezels, kinderen
en auto's steken onverwacht de weg over, maar Allah moet
ze beschermen, we zien niet 1 dood schepsel op de weg.
We worden in Thermessos losgelaten. Het is een grote
ruďnenstad die in een keteldal ligt en waarschijnlijk
zo'n 300 jr. na Chr. door een aardbeving verwoest is. Er
is nog niets uitgegraven of gerestaureerd. Een deel is
helemaal overgroeid, maar verder lijkt het of alles
gisteren in elkaar is gestort. Een enkel bordje met een
sumiere aanwijzing: Nog niet geďdentificeerde gebouwen,
of: dit was het gymnasium.
We gaan op eigen houtje omhoog naar de enorme
necropolis: stenen sarcofagen in de vorm van huisjes met
soms nog een gaaf puntdeksel, maar de meeste
(gedeeltelijk) kapot. We schatten de oppervlakte van de
necropolis op wel 200x500 m. Op de top staat een
modern huisje en we klimmen er heen. Het is leeg. Op de
bovenverdieping hebben we een magnifiek uitzicht. Aan de
ene kant de besneeuwde bergtoppen en aan de andere kant
de vlakte met de baai van Antalya. De lucht is stralend
blauw, het is 25°C, alles is groen en vol bloemen,
prachtig!
Bij de auto zit de chauffeur sinaasappels voor ons te
schillen en hij heeft water bij zich.
Op de terugweg slaat hij opeens af een klein weggetje
in, we hebben geen idee waar hij ons heenbrengt.
Aangezien het pas 2 uur is en de tocht officieel tot 4
uur duurt, denken we dat hij zomaar wat rond gaat
rijden, maar hij laat ons de Düdenwatervallen zien, heel
bekend daar. Ze zijn ook mooi, het water stort met
donderend geraas in een soort vijver waar je via grotten
ook kunt komen en waar je bijna onder de watervallen
staat. Watergordijnen waaien naar je toe.
Honger inmiddels. We kopen aan een stalletje een stuk
stokbrood met geroosterd lamsvlees en salade. Heerlijk!
Een complete maaltijd voor 80 cent.
Terug in de stad halen we geld en bespreken met Şaban
wat we morgen gaan doen. Voor f 160.- gaan we in een
Murat 131 met Cem Bay en Şaban de hele dag weg.
Inbegrepen is een privéboot en een vaartocht van
tenminste twee uur. Om 8 uur op pad.
We slenteren verder langs de oude haven, zitten onder de
bomen op het straatterras en later boven in de theetuin
waar we naar de zonsondergang kijken. Het is druk, maar
we hebben geen toeristen gezien. Gepraat met 20 jongens,
een schoolklas, die het kennelijk leuk vinden om om de
beurt met hun Engels te pronken. We drinken weer çai uit
de samowar, - de volgende keer rookt Anton vast een
waterpijp, die kun je hier ook krijgen- en ik beloof de
schoenpoetser gelek ödürün weer te komen, want hij heeft
mijn schoenen perfect gepoetst, zeer consciëntieus.
Eerst haalt hij de veters eruit en vet die in,
vervolgens brengt hij de kleur aan met een kwastje en de
was met z'n vingers, poetst uit met een borstel en
wrijft na met een lap, en smeert nog olie aan de zijkant
van de zool. Hij heeft een prachtige antieke
zwarte bak met grote koperen knoppen, doppen van
schoensmeerflessen. Ik heb er met de neus bovenop
gestaan, met zijn leenslippers aan. Genieten van zoiets
moois. Bijna voor niks.
We komen bij de onderste moskee in het straatje van de
tapijtverkopers. Anton gaat even binnen het hek kijken.
Een paar mannen zijn bezig met de voetwassing. Ze drogen
de voeten af met een schone witte zakdoek. Ik kijk met
verwondering naar het opvouwen daarvan. Ze doen het
allemaal op dezelfde manier. De zakdoek wordt in de
lucht 1x gevouwen, dan nog 1x zodat hij een smalle
strook is. Die wordt dan met twee handen strakgetrokken
tegen de neuspunt gedrukt en dubbel gevouwen, en nog een
keer tegen de neuspunt en dubbelgevouwen. Resultaat: een
keurig vierkantje. Met witte sokken aan stappen ze in
slippers die in een lange rij schuin tegen de moskeemuur
klaarstaan en lopen naar binnen. Binnen trekken ze de
slippers weer uit.
Een jonge man beduidt Anton dat hij het ook zo moet
doen. Een bijzonder gezicht, Anton knielend met het
gezicht naar Mekka. Ik kon het zien, omdat een
tapijtverkoper zei, dat ik gerust binnen het hek mocht
komen, maar tijdens de dienst niet in de moskee. De deur
stond open en zo zag ik alles.
Vrijdag 4 april. Om 8 uur loopt Cem het
hotelterras op, waar we het ontbijt bijna op hebben. We
pikken in Antalya Saban op en rijden richting Finike. In
Kumluka is markt en daar kijken we even rond. Şaban
koopt voor onderweg banaantjes en groene dingetjes. Er
zijn veel vrouwen, maar alleen op de grond zittend als
koopvrouw, de kopers zijn mannen. Ik koop sinaasappels
en rozijnen. Het lijkt net op de Boerenbond bij ons.
Onderweg drinken we thee bij een kahve langs de weg en
op het terras buiten gehoor van anderen hebben we een
ernstig gesprek over politiek. (Cem kent geen Duits en
zit binnen te donderjagen.)
De religieuze fanatici, de
grijze w. zijn een groot kwaad en de oorlog tegen de
Koerden is verschrikkelijk. We praten over die gw die
ook bij ons in Nederland angst verspreiden en andere Turken
terroriseren uit religieus en politiek fanatisme. In Antalya zijn ze gelukkig bijna niet (meer). Şaban praat
fluisterend en kijkt steeds om zich heen. Zeer op z'n
hoede.
We praten over het geloof. Volgens Ş. staat er in de
Koran niets over de schepping. Moet ik thuis eens
nakijken. ( nog steeds niet gedaan)
Hij vertelt over mysterieuze dingen die ook nu nog
gebeuren, zoals onlangs in Antalya:
Een jong meisje is gestorven en begraven. Die nacht
hoort haar vader roepen: Vader, redt me toch!!
Hij rent in zijn nachthemd naar het kerkhof. Haar graf
is leeg. Een jonge doodgraver heeft in het donker het
meisje uit het graf gehaald, gewassen en verkracht. Hoe
kan die vader de stem van het meisje horen? Şaban is
doodernstig. Er gebeuren dingen tussen hemel en aarde
waar wij niets van weten. Lach er niet om!
We praten over materialisme en als een goed mens willen
leven. Nogal ernstig gestemd gaan we weer verder.
Ş wil een Lykische ruďnenstad zoeken waar rotsgraven
zijn. Hij weet niet precies waar het is. Hij bedoelt
Lymyra. Het oude Myra. Na 4x vragen en een heel eind
rijden over kleine weggetjes tussen sinaasappelplantages
komen we er in de buurt. Er is een schooltje en de
dorpsonderwijzer zal wel weten waar het precies is. Het
lukt, het is net speelkwartier. Kleine jongens, zwarte
bloesjes, witte kraagjes, staan verrukt te grijnzen
omdat ze op de foto mogen en omdat het speelkwartier
lekker uitloopt.
We komen bij de ruďnes en de graven. Overal staan
bijenkasten, honderden! Een 'lappentent' staat erbij met
iemand die het zwermen in de gaten houdt. Slechts 2
maanden per jaar, de vakantie van de universiteit, komen
hier archeologen opgravingen doen. Er is al zoveel aan
oudheden naar het buitenland verdwenen, dat de Turkse
regering huiverig is om buitenlanders bij de opgravingen
toe te laten. Het theater in Lymyra is dan ook nog maar
zeer ten dele uitgegraven.
Ş vroeg of we zin hadden naar een bergdorp te gaan met
een ongewone bevolking, Alevi's, of Alevieten. Deze
mensen, twee dorpen zijn het, geloven aan Ali, de
schoonzoon van Mohammed. Ze zijn altijd erg vervolgd om
hun geloof- ze dulden namelijk geen overheersing. Een
alevikop bracht vroeger 50 goudstukken op! Ze leven van
bosbouw en van wat het bos verder oplevert. Schapen,
forellen en kleine lapjes landbouwgrond zijn verdere
middelen van bestaan. Geen toerisme. De vrouwen vieren
samen met de mannen hun feesten en zijn vrijer dan
vrouwen in het traditionele Turkije.
Ş is er al eens geweest en weet een kahve waar we dan
kunnen eten. Als we er aankomen is het geen kahve meer
en wonen er andere mensen. Een oud echtpaar met een
dochter van 35, die drie kinderen heeft die niet thuis
zijn. De man nodigt ons vieren onmiddellijk uit om onder
de pergola boven de beek plaats te nemen. Hij poetst het
tafelzeil blinkend schoon, want hij wil beslist dat we
daar eten. Het is 12 uur en etenstijd. Ş zegt dat
het arme mensen lijken en dat ze ons gratis te eten
willen geven. Maar dat wil hij eigenlijk niet want hij
wil nog wel eens vaker weerkomen en dat kunnen die
mensen niet opbrengen.
Hij geeft de oude man geld om 16 forellen en 2 broden te
kopen. De in de beek gevangen forellen worden in vijvers
in leven gehouden en daar moeten ze nu weer uitgevist
worden.
We zitten met ons vijven gezellig te kletsen, de vier
mannen en ik, tot de oude zegt, dat als ik me eenzaam
voel, ik naar binnen kan gaan naar de beide vrouwen. Een
duidelijke wenk!
Binnen zijn de vrouwen, allebei dik en met oranjerood
geverfde strengen in het grijze en zwarte haar en
gekleed in wijde pofbroek en hoofddoek. De jongere
draagt die met een knoop in de nek, de oudste heeft een
lange smalle zwarte sjaal om haar voorhoofd gebonden en
die hangt op haar rug als een tweede vlecht.
Ze zijn heel lief voor me, al kan ik me bijna niet
verstaanbaar maken. Ook zij hebben een mond vol gouden
tanden. Ze beduiden me binnen te komen. Eerst ga ik
vanuit de tuin een houten zes treden buitentrapje op, en
dan is er een galerij die langs de lengte van het huis
loopt en waar de deuren van de vertrekken op uitkomen.
De eerste deur is van de keuken. Ze koken op butagas. Er
is water en elektriciteit.
De tweede deur is van een kamer. Langs drie zijden
slaap/zitbanken, bedekt met kleden en kussens. Ik trek
mijn schoenen uit en ga naar binnen. Ook de beschilderde
houten vloer is bedekt met bonte kleden en een
restjesloper tussen deze kamer en een die er achter
ligt. Er staat een buffet vol glazen, schalen en
ingelijste foto's. Alles achter glas. Bovenop staat een
zilveren (?) schaal van wel 60 cm doorsnee, met erop een
stapel droge pannekoeken van wel 40 cm. In de hoek, hoog
tussen twee banken hangt een enorm portret van Khemal
Atatürk. Op een plank eronder staan een paar
beschilderde doosjes en 2 transistorradiootjes.
Met behulp van Turks op reis kan ik een beetje praten
met de jonge vrouw. Hoe oud, kinderen, welk land, waar
logeren, enz. dat gaat nog wel, maar als de jongere
weggaat om te koken wordt het ingewikkelder, want de
oudere vrouw vraagt aan één stuk door van alles en vindt
het heel vreemd dat ik haar niet versta, ook al praat ze
heel langzaam en d u i d e l ij k. We houden dan maar
elkaars handen vast en glimlachen.
Ik kan nog wel vragen: tuvalet varnu, en dat heeft ze,
buiten, een huisje met een betonnen vloerplaat met in
het midden een lange smalle spleet. Simpel maar
zindelijk. Een emmertje water erbij om je achterste te
wassen ( dat hebben alle w.c.'s die we gebruikt hebben,
een kraantje laag bij de grond met een bakje eronder bij
de hurk- w.c.'s, of bij gewone zit- w.c.'s een slangetje
in de w.c.-pot met een kraantje buiten boord.) Ze
wijst me water en zeep om mijn handen te wassen en geeft
de handdoek aan.
Terug in de kamer krijg ik mierzoete thee op een
zilveren blaadje. Daarna brengt ze nog twee kunstig
geschilde en gesneden appels op een 'Delftsblauw'
schaaltje. De steeltjes zitten er nog aan en de
geschilde appels zijn in kleine partjes tot op het
klokhuis ingesneden, ik kan ze er zó uitwippen.
De oude vrouw gaat op een bedbank liggen en beduidt mij
om ook te gaan slapen. Inderdaad slaap ik even. Ik voel
nog wel dat ze een deken over me heen legt en ik hoor
dat de buitendeur heel zacht dichtgaat.
Als ik wakker word, ben ik alleen. Ik ga naar buiten en
zie dat de oude man net begonnen is met het schoonmaken
van de forellen bij de oever van de beek. Hij is zeker
wel een uur bezig geweest met het vangen en ophalen.
Şaban stelt voor om een wandelingetje te maken naar het
dorp, tijdens het schoonmaken en bakken van de vissen en
het klaarmaken van de tafel.
Hij vraagt iemand uit een groepje mannen om mee te gaan-
er komen daar geen toeristen en het is beter om samen
met een dorpsgenoot het dorp in te gaan. Het is een man
van tegen de dertig, die een beetje Duits kent. Hij
heeft het twee jaar gehad op de middelbare school en nu
volgt hij schriftelijke lessen van de universiteit van
Ankara. We lopen tot boven het kerkhof. Alles ziet er
fris en bosachtig uit, we zien kleine akkertjes tussen
de bomen, komen langs een kalkbranderij. De man vertelt
dat er in de dorpsraad alleen mannen zitten die tussen
de 18 en 30 jaar zijn. Dat is iets typisch voor de twee
alevi-dorpen. De oudste zoon komt in de raad- hijzelf
was met 15 al familiehoofd geweest en kon daarom toen al
in de raad komen.
Hij heet Özkan Bulut, de huisbaas Nehmet Kavaz en het
dorp Gökbük Köyü- Groene Valleidorp. Terwijl ik lig te
slapen, zijn er telkens mannen komen praten met Anton,
Şaban, Cem, Özkan en Nehmet. Ze willen precies weten wat
Anton doet, wat ze maken in de fabriek, hoeveel iemand
in de fabriek verdient, wat hij overhoudt enz. Vooral de
voorzitter van de dorpsraad vraagt het heel precies na.
Ze vinden het gemiddelde loon onvoorstelbaar hoog, ook
nog na alles wat er af gaat. Şaban verdient bijvoorbeeld
TL 80000 = f 320.- Ze weten dat bij hen heel veel dingen
veel goedkoper zijn dan bij ons, maar het vergelijken
van de hoeveelheden geld in het loonzakje blijft
moeilijk.
Bij de voorlaatste rechtse regering was er elektriciteit
in het dorp gekomen, bij de linkse regering daarna was
het gewoon zo gebleven, maar bij de verkiezingen van
'81/'82 uitgeschreven door de rechtse militairregering,
was er druk op hen uitgeoefend: als de dorpsraad niet
rechts stemde, dan zouden ze de elektriciteit weer
verliezen. Ze hadden toen maar rechts gestemd. Ze hebben
het niet gemakkelijk! Al lijkt het leven daar een
idylle.
Als we terugkomen van de wandeling dekt Nehmet de tafel.
Hij haalt een keurig schone krant van binnen en spreidt
die uit. Daarop komen de 2 broden als stokbrood
gesneden, 2 schalen met gebakken forellen, citroenen om
ze te besprenkelen, een grote schaal met pannekoekbroden
van het buffet, maar nu belegd met hete groentemassa
waardoor ze slap geworden zijn en gevouwen kunnen
worden. Je scheurt er een stuk af naar believen,
vouwt het op en smult ervan. Er komt
nog een schaal bij met rauwe fijngesnipperde preitjes,
olijven, pepers, selderijstengels, peterselie,
komkommer, sesamsaus, honingsaus en gekookte eieren. De
familie eet niet mee, wij vieren zitten onder de pergola
te smullen. Nehmet en de plaatselijke gids blijven er
wel bijzitten maar de vrouwen blijven binnen.
We eten met de
vingers zo van de schone krant. Alleen bij de schalen
liggen vorkjes en een mes. Het is een godenmaal! Het
eten is heerlijk gekruid, maar niet scherp. Er blijft
genoeg over voor de familie- dat hoort ook zo. Na het
eten wassen we onze handen in de beek. Zeep ligt al
klaar in een holle steen. Boven aan het trapje naar de
beek staat Nehmet al klaar met een handdoek en
reukwater.
We betaalden via Ş. voor de maaltijd TL 4000, plus 5000
voor de vissen en de 2 broden. Forel is daar in
verhouding ook duur. Voor 7 mensen een feestmaal voor
iets meer dan f5.- per persoon. We vroegen Özkan of zijn
dorp niet voor toerisme voelde. Jawel, maar er was zo
weinig te zien. Of de mensen dan geen dingen maakten,
kleden, sieraden, leerwerk, houtsnijwerk of zo iets wat
ze aan toeristen konden verkopen. Nee, eigenlijk niet,
maar zijn grootmoeder had nog wel iets in een kist- oude
kleren en zo- dan konden ze die misschien verkopen. Ach.
Mensen die naar zo'n dorp komen, willen de sfeer
proeven, bij de mensen logeren, bergwandelingen maken,
rust. Het is geen dorp voor bussen vol 'tetteme' mensen.
We nemen dankbaar afscheid van die aardige mensen. We
zijn ervan overtuigd dat we net zo prima gegeten hadden
(behalve de vissen dan) als we niets betaald hadden.
Özkan krijgt TL1000, f 4.-, voor zijn uitleg en
begeleiding.
Na dit bezoek rijden we naar Demre, vlak bij Myra, aan
de kust. Şaban onderhandelt met de eigenaar van een
motorboot over de prijs. TL 10.000 voor twee uur vindt
hij veel te veel. Het wordt uiteindelijk TL7500 voor
minstens 2,5 uur. Om vier uur steken we van wal. We
moeten bij gebrek aan een steiger over scherpe
lavastenen aan boord kruipen. De binnenboordmotor maakt
een hels lawaai en de hele boot schudt.
We varen een enorme grot binnen door een heel nauwe
opening. Een schuilplaats voor piraten vroeger.
Algafzettingen in het water en op de wanden, vooral wit,
rood, blauw en paars. Daarna varen we langs eilandjes
met hier en daar een burcht naar een groter eiland met
een verzonken stad uit de voorlykische tijd dus van voor
400 jaar voor Christus.
We zien half en helemaal ingestorte huizen onder water,
trappen tot in het water, fundamenten onder water,
rookkanalen en schoorstenen, aquaducten, en tegen de
helling aan nog meer ruďnes, spookachtig en machtig
interessant. Er zal wel een aardbeving of een zeebeving
met een tsunami geweest zijn. De boot tjoekt wel een
kilometer langs en over huizen en trappen. Dat een deel
van de oude stad onder water staat, komt door de
stijgende zeespiegel of dalende bodem. We lezen er niets
over in de reisboeken en nu in 2010 is de
beschrijving op internet ook maar heel sumier. Is de
Turkse regering bang voor roof en beschadiging? Het
gebied is natuurlijk moeilijk te bewaken.
We varen verder
naar een plaats op het vasteland die alleen over zee te
bereiken is. Er gaat geen weg heen. Hoog op de rotsen
staat een Saracenenburcht uit latere tijd, maar er is
ook een Romeins minitheatertje, het kleinste ter wereld.
Een exacte kopie van de grote theaters waar wel 15.000
bezoekers konden zitten, maar hier hooguit 100. Zo groot
als een huiskamervloer. Magnifiek uitzicht over zee en
eilanden.
Als we bij het theehuis aan land gaan, vraagt een vrouw
of ik geborduurde hoofddoeken wil kopen. Ik beduid dat
ik naar boven wil klimmen en ze dringt verder niet aan.
Als we weer naar beneden gaan, worden we belegerd door
een stel vrouwen die allemaal hoofddoeken willen
verkopen. Ik laat me overdonderen en koop er één. Terug
in het theehuis zie ik dat de jonge vrouw kwaad is. Ze
gaat ook tegen Şaban te keer. Ik vraag natuurlijk wat er
is. Ze schold op mij - hij verbetert snel: op de andere
vrouwen!- omdat ik niet bij haar gekocht had. In de
Dorpsraad is afgesproken dat ze niet opdringerig
tegenover toeristen zullen optreden. Zij heeft zich daar
keurig aan gehouden, maar de anderen niet en dat vindt
ze geen stijl! Natuurlijk koop ik bij haar ook een doek,
ze klaart helemaal op en de vrede is weer getekend. Ze
wil best op de foto, even eerst de kauwgum uit de mond
doen. Ze bindt de doek om mijn haar en heeft weer lol.
Als we wegvaren zwaait ze nog lang.
Om half zeven zijn we weer bij de auto. Bij het
terugvaren was het vrij koel, maar nu is het weer warm.
We bekijken de Lykische gravensteden hoog tegen de
rotsen. We lopen door geurende tuinen vol
sinaasappelbomen en kassen met aubergines en tomaten.
Dan naar Myra. Het graf van St-Nicolaas in zijn eigen
basiliek bekijken we met het licht van een aansteker.
Zijn gebeente is geroofd en ligt in Bari (Italië) Een
paar botjes hebben de rovers laten liggen en die
bevinden zich in het museum van Antalya.
In het donker rijden we naar Antalya. De eerste 15
kilometer gaat over een levensgevaarlijke kustweg. Geen
meter recht en hoog boven zee klimmend, geen hekje of
vangrail, mčt scooters zonder achterlicht, mčt geiten op
de weg. We krijgen steeds meer vertrouwen in Cems
rijkunst- hij reageert bliksemssnel- en we arriveren
veilig om half 11 bij het hotel. We nemen afscheid van
Şaban en Cem, ze zijn bijna vrienden geworden in deze
drie dagen.
De keuken is allang dicht maar er wordt nog een
heerlijke maaltijd op tafel getoverd.
Zaterdag 5 april. We wandelen naar Lara Plaj. Het
is een nieuwe nederzetting met vakantiehuizen tot 4
verdiepingen en hotels. Al wel op hoogte maar nog niet
afgewerkt. Internationale stijl, niks Turks aan. We
lopen in de richting van de minaret die we vanuit het
hotel kunnen zien. We vinden hem bij een paar winkeltjes
en een kahve. We drinken wat en willen over
dezelfde grote weg teruglopen. Een man gebaart dat er
een korter voetpad is, en of we dat willen. We lopen
langs een huis waar wij geen pad gezien hebben. Achter
dat huis zitten wel 20 mannen als op een caféterras. We
lopen verder over een kronkelend paadje tussen
groentetuinen en kassen door en zijn met 5 minuten al
weer bij het hotel. In de tuinen hebben we alleen maar
vrouwen zien werken, vast en zeker de vrouwen van die 20
kerels.
Het wijzen van dat pad is wel een voorbeeld van de
vriendelijke aandacht van de mensen. Nog een voorbeeld:
Bij de w.c.'s in 't stadspark wijst een man bijna
onmerkbaar maar heel duidelijk waar de dames- wc is.
Een paar herinneringen:
's Middags gaan we naar het stadspark. We praten met een
vrachtwagenchauffeur + vrouw en dochtertje. Hij kent
redelijk Duits. Rijdt door heel Europa en het
Midden-Oosten. Komt al 15 jaar in Duitsland. De
verhouding met Duitsers is matig. Hij had zijn woning
geruild met een Duitser. De Duitser had 3 weken in het
huis van de Turk gewoond, gratis. Andersom moest de Turk
vooruit de bijkomende kosten betalen. Niet het
bijbetalen, maar het vooruit bijbetalen was zeer
grievend voor Turken.
In de straat met de eethuisjes hebben we een ontmoeting
met een ±20-jarige man. Had 15 jaar in Duitsland
gewoond, was 2 jaar terug. Woonde in Idar-Oberstein, was
daar naar school geweest. Tijdens de schooltijd is het
net of Duitsers je vrienden zijn, maar direct daarna
ontstaat er een enorme kloof. Natuurlijk vanwege
concurrentie op de arbeidsmarkt. Duitsers groeten dan
zelfs hun oude klasgenoten niet meer. Dat had hem erg
gekwetst. Toch wilde hij weer terug, want in Antalya was
niks te beleven. Alleen een disco voor toeristen. Hij
hielp nu zo'n beetje een vriend die hielp in een
eethuis. We gaan daar eten en hij gaat heel bescheiden
weg. Als we het ophebben komt hij weer even praten. Hij
is gewoon aardig, niet opdringerig.
In het tapijtverkopersstraatje vraagt een jonge
man beleefd of we Engels spreken. Hij heeft op school
Engels en economie gehad en is nu bijna afgestudeerd in
die vakken bij de Open Universiteit in Ankara. ( de
tweede al die dat doet waar we dat van horen) en als
hobby is hij pasgeleden met een kledingwinkeltje
begonnen. Nu merkt hij dat hij beter Duits had kunnen
leren, want Duitsers komen er veel meer dan Engelsen.
Als we zeggen dat we geen Duitsers maar Hollanders zijn,
wordt hij nog vriendelijker, zijn Darling komt uit
Deventer en volgende week komt ze voor een half jaar bij
hem. Geweldig dat we daar dichtbij wonen! Of we toch
niet even binnen willen komen om zijn boekhouding en
kamertje te zien. Hij is echt apetrots. Vertelt over
zijn geboortestad Pammukele, geeft ons 16 kaarten
cadeau. Zijn naam is ......... Djengis Khan en nog wat,
één broertje heet Attila en een ander Khemal, naar
Atatürk. Dat vindt hij leuk gedaan van zijn ouders.
Op de trappen bij de haven ontmoeten we een dame van
40/45 jaar, chic en knap, met haar dochter van 17. We
hoorden ze Duits praten en je verwacht niet een Turks
meisje 'Mutti!' te horen roepen. Ze zijn pas een paar
maand terug uit Duitsland. Vader was 15 jaar onderwijzer
aan een Turkse school daar geweest. Hij had 2x een
hartinfarct gehad en was afgekeurd. Door niet sluitende
regelingen waren ze bijna zonder geld teruggegaan naar
Turkije. De meerderjarige dochter had niet meegewild en
die stuurde nu geregeld geld.
De 17-jarige had na 2 jaar Realschule van school
gemoeten en had nu een baantje op een reisbureau. Ze
vond het afschuwelijk in Turkije! Ze was zo de vrijheid
gewend in Duitsland en nu deugde er niets van wat zij en
haar moeder droegen, deden, zeiden. Alles werd bekletst.
Ze was 2 maanden niet van haar kamer afgeweest. Ze was
kwaad op haar ouders omdat ze niet eerst de school had
mogen afmaken. Ze sprak gebrekkig Turks en was helemaal
verduitst. Turkije was alleen fijn voor toeristen.
De moeder vertelt dat ze in Lara een tuin hebben geërfd.
Daar kweken ze nu groenten. Als we eens weer komen,
moeten we maar in hun huis komen wonen, dat is veel
goedkoper dan een hotel. We hebben hun adres gekregen en
ik heb Pisah beloofd om haar te schrijven, in het Duits!
Ik had de
schoenpoetser in het park beloofd om een keer weer te
komen. Dus schoenen uit en op zijn slippers naar de
theetuin. Naast ons die schoolklas waar ik al iets over
schreef. Éen van die jongens geeft me een vol zakje
zonnebloempitten. Turken eten die de hele dag, overal
liggen de uitgespuwde bastjes. Vanachter de samowar
bekijken we de zweefmolen in het park. Stoeltjes starten
vanaf een platform boven de hoofden van de mensen. Omdat
Anton geen 200 lira bij zich heeft, ga ik met een
briefje van 500 lira terug naar de schoenpoetser. Hij
stopt het als vanzelfsprekend in zijn zak. Ik zeg too
much! Hij geeft me even onverstoorbaar 200 terug.
Nog wel iets te weinig, maar hij had wel een kwartier
gepoetst en ik had zijn slippers gebruikt. Lamaar.
We wachten tot
de zon achter de bergen ondergaat. Om ons heen alleen
maar Turken, gelurk aan een waterpijp, het zingen van
het water in de samowar, binnen Turkse muziek uit de
tv-zaal, giechelende meisjes achter eindeloze
cola, - uren kun je zo zitten, kijken en luisteren. Om 9
uur het laatste avondeten in het hotel. De laatste yakut,
we hebben de hele voorraad opgemaakt.
Om half 5
worden we gewekt, om 5 uur ontbijten we en om kwart voor
zes komt de Düdenchauffeur ons ophalen met zijn dolmuş.
We praten weer Duits, maar op een gegeven moment zeggen
we dat we Nederlanders zijn. Of we Enschedé en
Winterswijk kennen. Hij was in Coesfeld Schneider
geweest en ze gingen dan in Enschedé of Winterswijk
boodschappen doen.
Op het vliegveld 5x in een rij wachten, elk zeker een
kwartier. Ik val bijna flauw. Dan krijgen ze haast: snel
doorlichten, pascontrole en bagage inchecken - mijn
koffer ging door hun gejaag bijna naar Bodrun-, snel
snel ticketscontrole en gate. Dit is idioot. Het eerste
vliegtuig misten we, om 8 uur ging het tweede. We vlogen
over Lara. In Istanbul moeten we overstappen, maar nu
gelukkig zonder extra in- en uitchecken.
Istanbul-Schiphol in een gloednieuwe Airbus. Laffe hap
aan boord. Zeker na het heerlijke eten deze week.
Anton gaat even naar de WC en ik begin vast te eten.
Opeens hoor ik zijn stem via de boordradio Thank you-
thank you very much!
Is het hem verdorie weer gelukt om in de cockpit te
komen en met de piloten te praten! Dat ken ik.
Op Schiphol is het ijzig koud, harde wind, 6°C. Grote
overgang. Gegeten in Javaans restaurant. Einde
Turkije reis.
Türkye teşekkür ederim!!
Naschrift.
Een paar keer schrijf ik met Pisah in het Duits. De tijd
tussen de brieven wordt steeds langer. Ze blijft zich
ongelukkig voelen en denkt erover terug te gaan naar
Duitsland om bij haar zus te gaan wonen. Ik weet niet of
ze het gedaan heeft.
Ik schrijf een bedankbrief aan de familie Nehmet Kavaz
voor hun vriendelijke ontvangst. Ik neem aan dat ze de
Duitse brief wel aan Özkan laten lezen voor een
vertaling.
Ik schrijf aan Özkan om hem ook te bedanken en zeg hem
dat ik ook een Duitse brief aan Kavaz gestuurd heb.
Hotel Lara stuurt ons het briefje na, waarin de mensen
van de taxi ons uitnodigen om hun nieuwe huis te komen
bekijken en te komen eten. Het werd bezorgd in het hotel
toen we net vertrokken waren. We sturen een bedankkaart.
Ik zocht op internet of ik iets kon vinden over Şaban A.
Ik heb sterk de indruk dat hij al 2 jaar dood is. In
april 2008 hebben soldaten van het regeringsleger meer
dan 20 Koerdische guerillastrijders gedood bij een
grote aanval. Er waren 4 senior PKK leiders bij,
waaronder een Saban A...
Er staan veel mensen met die naam op internet. Die zijn
het allemaal niet, behalve misschien deze: Geboren 1954,
zou kunnen. Was dan in 1986 32 jaar en in 2008 54.
Senior leider zou ook best kunnen. Hij was heel politiek
bewust en tegen de rechtse regering. Hij had
contacten met de Alevi's, ook mensen die tegen de
regering waren.
|