2008/1
Voor de zoveelste keer gaan
we weer naar Frankrijk. Dat blijft trekken. Ook dit
jaar, hoewel het in Holland mooi weer is en in Frankrijk
nat en koud.
Als we wegrijden is het goed weer, prettig rijweer, niet
warm niet koud, droog. We rijden via Duitsland naar
Venlo. Route Bocholt, Wesel, Geldern, Straelen. Direct
achter Wesel is er al een grote omleiding. Bij Geldern
wordt druk gewerkt aan het opruimen van omgewaaide
bomen. Afgelopen nacht heeft het hier flink geonweerd
met storm en hagelbuien.
Daarna staat er bij Venlo op Duitse kant een
kilometerlange rij vrachtwagens stil op de weg.
Polizeikontrolle. We rijden er maar langs en worden naar
de grensparkeerplaats gedirigeerd. Er staat op de weg en
op de parking een legertje polizisten met auto's en
motoren. We wilden sowieso een stop maken en vonden het
prima. Wij werden niet gecontroleerd, wel, voor zover we
konden zien, personenauto's en vrachtwagens uit Polen,
Roemenië en andere vroegere oostbloklanden. Dat kon nog
wel even aanlopen voor die mensen!
Wij kunnen na de stop gewoon verderrijden.
In Duitsland hadden we een beetje motregen, maar bij
Venlo schijnt de zon.
Eindelijk zullen we dan de supermoderne tunnels bij
Roermond zien. We kijken er gespannen naar uit. De
snelweg zelf is prima, een hele verbetering t.o.v. de
oude 273 of 271, maar aan de tunnels is bijna niets bijzonders te
zien. Ja, de wanden zijn mooi afgewerkt. De stadstunnels onder Liège ogen breder, hoger en
beter verlicht. Daarom zeg ik ook Liège in plaats van
Luik.

Omdat voor Dijon aan de weg
gewerkt wordt, gaan we deze keer niet via Luxemburg, maar
via Bouillon naar Frankrijk. We rijden een gedeelte van
de toeristische route door een gebied met veel
houtzagerijen. Terwijl Jachman tankt, maak ik een foto van
het opladen van boomstammen op een oplegger. Knap zoals
de stam precies in evenwicht vastgeklemd wordt in de
grijper.

In Frankrijk rijden we uren
tussen uitgestrekte graanvelden door. Gevechtsterrein in
de eerste wereldoorlog. Geen boerderijen, een enkele
silo zo groot als een kathedraal.Tien kilometer voor
Chalons-en-Champagne op een grote aire houden we
middagpauze. Kan Jachman even een tukje doen. Mis.
Drie Chinezen met grote camera's vergapen zich aan onze
caravan/autocombinatie. Ze liggen op de knieën om de
koppeling en de mover te fotograferen. Als Jachman uit
het raam hangt om te vragen of ze het mooi vinden,
vraagt er één: Take pic inside? Ja, dat mag, één Chinees
tegelijk, anders kiept de caravan achterover.
Chinees komt binnen, lachend uiteraard. Vertelt op vraag
van J. dat ze uit China, uit Bejing, komen en naar Parijs
vlogen met een heel gezelschap mannen en nu met een
toeringcar en een Chinese reisleidster op weg zijn door
Frankrijk. Kennelijk zakenlui. Ze komen net van het
vliegveld en hebben nog nooit een caravan in het echt
gezien. Of hij helemaal van ons is. Ja. Of je ermee naar
China zou kunnen rijden. Of course! Wat er allemaal inzit. Freezer,
badcel, bedden, gasstel, fantastisch. Of hij met J. op
de foto mag. Hij gaat gezellig op de bank naast J.
zitten en nummer twee maakt door de deuropening een foto
van hen samen. Big smile.
Het was een grappige ontmoeting. Ik wuif ze na als de
toeringcar wegrijdt.

De camping waar we
overnachten ligt schitterend op een eilandje in de Aube.
Het is een park met grote bomen en ruime plekken, naast
een ruisende waterval. Heel sfeervol. De plaats heet
Arcis-sur-Aube en ligt 30 km ten noorden van Troyes.
Het was nog een hele puzzel om van de autoroute af te
komen, omdat de uitgang niet bemand was. Met een
automaat moest je zelf de slagboom openen. Eerst
beginkaart in de gleuf steken, dan de categorie voertuig
intoetsen, daarvoor moest je bijna op je knieën om het
keuzeplaatje te zien, dan op een lijst uitzoeken wat het
kostte, betalen en dan kreeg je je kaartje voor de
slagboom. Het kostte bijna 10 minuten.
Het stadje Arcis ziet er nogal slaperig uit als we 's
avonds om 8 uur even rondlopen. De kerk met vreemde
torentjes is van binnen uitgebrand, de restaurants type
snackbar zijn bijna leeg, alleen door de hoofdstraat
verderop dendert over de N77 het vrachtverkeer. Op de
terugweg zien we deze inscriptie die vertelt van zware
tijden op de brug over de Aube.
Op de camping fluiten de nachtegalen om het hardst.
volgende pagina
|