Frankrijk 2007/2
Op weg naar de Middellandse zee hebben we door de jaren
heen zoveel verschillende routes door Frankrijk gereden,
dat we wel als kenners van het Franse land mogen tellen!
De eerste stop op weg naar de Middellandse zee nemen we
nu bij Millau. Het viaduct is voor ons opnieuw een
belevenis, maar de verrassing is weg. Ook vinden we het
zicht erop vanaf de weg door Millau veel
indrukwekkender. Dan valt de hoogte op, de rankheid en
de
sierlijke uitvoering. We zagen de brug groeien. Heel
bijzonder.
Met
de caravan rijdt het toch gemakkelijker over het viaduct
dan over de oude steile kronkelweg door de stad en de
heuvels.
Hier staat veel
informatie en ook een filmpje over de bouw.

Op de camping waar we dit jaar voor het eerst sinds 1982
geen vaste plaats hebben, gaan we een plekje zoeken. Op
'onze' plaats staat nu een chalet. Ook in Frankrijk
verdwijnen tent-en caravanplaatsen voor bungalows en
chalets. Die brengen meer geld op.
We hebben geen zin in de 'chaletaanbieding' van de
campingdirectie en kamperen
gewoon verder, dan maar op een andere plaats.
Vanuit de voortent zien we
geregeld de hop fourageren. Een exotisch uitziende
vogel, gestreept en met een kuif.

Van 24 juni tot 30 juli
zullen we hier blijven. Het weer is van slag, net als in
Nederland, het zeewater is zó koud, 15/16 gr, dat we
maar 2x echt zwemmen. Op het strand is het wél lekker
warm en
ook op onze plek in de halfschaduw met uitzicht op de
Mont St.
Loup en Le reserve naturelle du Bagnas. Dit laatste is
een natuurreservaat dat een restant is van de
Heraultdelta. 600 ha natuurgebied met plassen vol
watervogels. Alleen toegang met een gids.
We komen al sinds 1960 in dit gebied en van 1962 af
kamperen we bijna jaarlijks achter de duinen op een
naturistische camping. Deze camping is van een klein
kampeerterreintje voor 25 tenten in de jaren '50,
uitgegroeid tot een megaterrein voor 10.000 mensen in
het hoogseizoen en was in de jaren '70 en '80 de basis
voor de bouw van een enorme kashba-achtige stad een paar
kilometer westelijk, met een jachthaven en
vakantiewoningen. De duinen zijn inmiddels ten offer
gevallen aan de gebiedsuitbreidingen en alleen een
randje duin bestaat er nog tussen Cap d'Agde en Sète.
Het strand is daar echter
fantastisch, bijna Hollands breed en lang, en wat zo
fijn is, het is in Agde tenminste s c h o o n . Je
kunt er in het donker op blote voeten lopen, zonder bang
te hoeven zijn voor scherpe bierblikjes of glasscherven.
Er ligt geen afval, er spelen geen radio's op het
strand, kortom, het strand is geweldig.
Een groot aantal van die 10.000 mensen leeft 's nachts
pas.
Dat is de keerzijde van de naturistenmedaille. Overdag
genieten de échte naturisten van zon, strand en water,
's nachts brengen de namaaknaturisten, de nudisten, geld
in het laatje van de vele casino's, sexshows,
nachtclubs, bars en restaurants in Cap d'Agde.
Wij horen al sinds 1960 bij de echte naturisten. Toen
was het nog iets onbekends, je praatte er ook niet over
met je werkgever bijvoorbeeld, en ook tegen kennissen
moest je je mond erover houden.
We genieten nog steeds van zwemmen zonder broek, maar
dan wel alleen in natuurwater, niet in een
chloorzwembad.
Nu schiet me een belevenis te binnen van Turkije, april
1979, meen ik. We maakten dagtochten met een dolmus van
een reisbureautje, hadden een vaste chauffeur en
bijrijder, en trokken drie dagen lang door het
zuidwestelijk en zuidelijk binnenland. De eerste dag
waren we met vier passagiers, maar de volgende 2 dagen
waren we met zijn tweeën. De chauffeur had jaren in
Duitsland gewerkt, wat de communicatie zeer
vergemakkelijkte, wist heel veel van de historie
van de streek en vertelde er ook graag over.
Toen we bij een meer kwamen, bij Olympos, zei ik heel gewoon dat het
er zo aanlokkelijk uitzag om te zwemmen. Hoewel hij
moslim was, had de chauffeur geen moeite met gemengd
zwemmen, alleen had niemand op zwemmen gerekend, dus we
hadden geen zwembroek/ zwempak bij ons. Heel natuurlijk
hebben we ons uitgekleed en heerlijk in het ijskoude
water gezwommen, paradijselijk. Geen toestanden met
preuts 'niet kijken hoor', iedereen deed gewoon, de vier
passagiers en de chauffeur. De bijrijder was er niet
bij, deed een tukje in de auto terwijl wij zwommen.
Hoewel wij tweeën de enige naturisten waren, voelden de
anderen precies aan wat er zo mooi is aan het naakt
zwemmen in de natuur, en het gewoon deden als iets
natuurlijks en waardevols. Wat het natuurlijk ook is.
Ik heb de neiging af te dwalen, vrees ik. Nog een keer:
Op 14 juli moet ik even denken aan mijn vroegere collega
Frans op school, die uit Lyon kwam. Haar zoon overleed
als puber 8 jaar geleden op Quartorze Juillet aan een
hersentumor.
Verder met de vakantie. Een leuke herinnering is
deze: Tijdens de afwas is naast me een oudere Fransman
schitterende vissen aan het schoonmaken. We komen erover
aan de praat. Hij vist elke morgen heel vroeg aan het
strand à la ligne, dorade, makreel, gewoon dus met de
hengel, én muse! Wat is dat voor vis? Hij staat niet in
mijn Franse viskookboekje. Hij is verrukkelijk, madame,
hij gaat hem grillen, maar je kunt hem ook rauw eten,
maar dan moet hij zo dun gesneden worden, dat je er
doorheen kunt kijken als door een ruit. Een drupje
citroen, een drupje van de allerbeste olijfolie, een
vleugje..... stom, dat ben ik vergeten! Hij wil met alle
plezier wat vis brengen, hij vangt elke dag vis en geeft
veel weg. Ik zei waar we stonden, maar vergiste me in
het moeilijke Franse telwoord. Geen vis gezien.
Even een familieverhaaltje
ertussendoor. Oudste dochter houdt één hondje uit het
nest zelf. Lijkt op Wendy van Dijk als Uschi. Ze wilde
het eigenlijk wel graag Uschi noemen, maar dan kwam dat
hondje er niet in bij haar zusje in Duitsland als ze
daar ging logeren.
(Schoonmoedertrauma?) Het heet nu Isa.
Omdat we dit jaar veel
vroeger zijn dan andere jaren, zijn de vaste buren er
niet. Ze werken bijna allemaal nog en hebben later
vakantie. De Franse buren wonen in Beaucaire en komen
alleen in het weekend. De Engelse buren zijn nog ouder
dan wij en komen net een dag voor wij weggaan, ze
vliegen van Londen waar ze wonen naar Mauntpèlliur. Ze
hebben niks met die rare Franse taal. De Duitse buren,
die we het best kennen, ze stonden 20 jaar naast ons,
wonen in Beieren. Hij is leraar en krijgt exakt op 1
augustus vakantie. Hij zeilt in juni met een omgebouwde
botter op het IJsselmeer met zijn klas, al voor het
derde jaar. Is wildenthousiast. De jeugd iets minder,
want die jongelui kunnen niet van boord om aan land te
gaan stappen. Het drankprobleem, wat vaak de
schoolreispret bederft, heeft hij zo niet.
Toen we de Middellandse
zee nog niet kenden, voor 1956, dachten we dat die
altijd spiegelglad was, veel saaier dan de Noordzee. Hij
is ook vaak heel rustig, dat is waar, maar ook in de
zomer kan hij vooral dicht bij de kust heel
gevaarlijk zijn.
De combinatie van harde zuidenwind met hoge golven en
een plotselinge ondoordringbare mist zijn
levensgevaarlijk. In 2005 verdronken er op een stuk van
30 km 13 mensen in 2 dagen. De strandwachten waarschuwen
aan een stuk door, varen met boten langs de kust om mensen
terug te roepen, lopen met megafoons langs het strand,
maar ze zijn nog niet voorbij of de waaghalzen gaan toch
weer in het water. Ze kunnen immers goed zwemmen?
Jaren geleden ben ikzelf in moeilijkheden gekomen, omdat
ik het gevaar niet onderkende. De hoge golven volgen
elkaar daar zo snel op, dat je geen tijd hebt om adem te halen.
Gelukkig was ik heel dicht bij de vaarbaantouwen en kon
me aan een boei vastgrijpen en zo langs het touw weer
naar het strand komen, uitgeput. Ik durfde het pas veel later
aan Jachman te vertellen, die er niet bij was toen het
gebeurde.
lees
verder deel 3