Eenenvijftig
jaar ligt er tussen de vorige beschreven reis naar
Frankrijk en die van dit jaar. Niet te geloven! Van eind
mei tot begin augustus genoten we weer van het landschap
en het klimaat, al was dat laatste niet zo goed als we
het van Frankrijk gewend zijn. We hebben een kleine
Sprite die alles heeft wat we nodig hebben, een mover bv
en vooral perfecte bedden, wc, een kopkeuken die we
ideaal vinden en een vliegengordijn gemaakt van een
pareo.
Het was onze bedoeling om via Langres door te steken
naar Clermont-Ferrand, daar in de buurt een paar dagen
te blijven en dan door te gaan naar de Middellandse Zee.
Het goot tussen L. en CL-F., zodat we bij Issoire, 30 km
ten zuiden van C.-F. een bekende camping opzochten om
te overnachten. Voor mensen die ook die kant op willen:
Camping La Grange Fort bij Les Pradeaux en Parentignat, eigendom van
voormalige Achterhoekers, de familie Van Bronkhorst. Op
een heuvel ligt hun kasteel
met eromheen, in een parkachtige omgeving, de 70
kampeerplaatsen. We stonden ahw boven de Allier met
uitzicht op de rivier, golvende korenvelden en de heuvel
met het plaatsje Nonnette.
(De camping waar we in 1962 in Nonnette kampeerden was
er nog wel,
maar lag nu verstopt achter een pizzatent. We zaten er
toch
een half uurtje in het gras onder de brug over de Allier
te nostalgen.)

We vinden het in Parentignat zo'n rustige en 'natuurlijke'
camping, die ook nog eens aan de rand ligt van het Parc
Naturel d'Auvergne met de Monts Livradois waar we
tochten kunnen maken en van de uitbundige plantengroei
op de vulkanische bodem kunnen genieten, dat we bijna
vier weken blijven staan ipv 1 nacht. Het is heerlijk om
hoog boven het dal te zitten lezen of schilderen, de
heuvel kalm lopend af te cirkelen naar de rivier,
steeds weer foto's te maken van de vergezichten, de
wolken en het kasteel. Klik
hier voor meer
informatie.
Dicht bij onze plek zitten in de schemering 3 jonge
steenuiltjes om eten te bedelen, in de poelen beneden
aan de voet van de heuvel begint dan ook het kikkerkoor,
de hele dag en ook 's nachts fluiten de nachtegalen in
de bomen langs de helling, en alleen van 6 tot 8 's
avonds 3 x in de week horen we in de verte het gerace op
de cartbaan van Issoire! Moet kunnen.Toch? Wij houden
meer van de zachte klotsgeluiden van kano's. Hier liggen
ze als de avond valt op de oever geparkeerd. Boven, in
de camping, staan de tentjes bijelkaar en wordt gitaar
gespeeld.

We eten een
paar maal in het kasteel, table d'hôte, met Nederlanders
samen. Fransen komen er nauwelijks op de camping,
jammer, zo heb je minder het gevoel in Frankrijk te
zijn.
Het kasteel wordt al genoemd in 1200, maar het huidige
gebouw stamt uit 1602. Het eerste kasteel is in 1592
totaal verwoest tijdens de godsdienstoorlogen, waarbij
de Roomse koningen de macht van de kasteelheren die
Hugenoten waren, wilden breken. Na de belegering en
verovering werd iedereen vermoord en het kasteel
verwoest. Zo verging het ook de kastelen van Nonnette en
Usson, die niet meer werden opgebouwd. We kijken uit op
de heuvels waar ze stonden. Zie je in Frankrijk een
enorm kruis of een groot mariabeeld bovenop zo'n heuvel,
grote kans dat daar een bloedbad is aangericht en een
kasteel is vernield in naam van de Christelijke Kerk.
In 1602 kocht
een uiteraard rooms edelman uit Italië de ruïne en
bouwde er een min of meer romantisch Italiaans lustslot
van. Drie eeuwen lang woonde die familie daar, tot 1912,
toen stierf de laatste nakomeling. Tot 1965 waren er
verschillende eigenaren, daarna stond het leeg tot 1985,
en toen kocht de familie Van Bronkhorst uit de
Achterhoek het en begon het gigantische opknapkarwei.
We rijden het
parc naturel in naar kleine dromerige stadjes. Wat ik in
Issoire niet kon vinden, een handwerkzaak, vind ik op de
eerste hoek in Sauxillanges. Een winkeltje met
muurplanken volgepropt met stapels vergeelde kartonnen
doosjes vol bandjes, strengetjes borduurgaren en
naalden, en voor die laatste kom ik, mijn nieuwe lange
broek is té lang. Na een paar minuten wachten komt een
vrouw van een jaar of tachtig van achteren om me te
helpen. Ik waan me meer dan een halve eeuw terug in de
winkel van Stroes, De Vlijt, toen nog op het Weurden.
Borduurpatronen, haakgaren, knotten wol en een vreemd
stoffig luchtje. Prachtig.
Een andere
keer lopen we rond het Lac Pavin, een bijna rond
kratermeer, doorsnee 900 m. Het ligt laag naast de weg. Het is glijden
en over boomwortels struikelen om beneden bij het water
te komen, maar dan blijkt er een pad te zijn vanaf de
andere kant waar een restaurant is en een groot
parkeerterrein. We zijn sportief begonnen en maken het
ook zo af, lopen het restaurant voorbij en klimmen aan
de andere kant weer naar boven. Is de auto nu links of
rechts?? We gokken op rechts. Yes! Voor ons is 2 uur
sjouwen een hele onderneming.
- Overal vind
je in Auvergne sporen van de Resistance, de Maquis, die
in het dunbevolkte
gebied veel schuilmogelijkheden had, maar zware
verliezen leed tegen SS-elitetroepen, zoals bij de slag
om het kasteel van
Chameane, op 30 juli 1944, waarbij
55 Fransen vochten tegen 1800 duiters, er bijna 250
doodden, maar zelf zo'n 30 doden hadden. -
Bij een wandeling langs
onze kasteelheuvel zien we beneden
ons tussen de hoge maagdepalm een vos die ons niet
onmiddellijk in de gaten heeft. We kunnen hem/haar goed
bekijken, voor hij met grote sprongen en golvende dikke
staart richting rivier gaat.
Een eind verder ontdekken we een derde muur, een restant
ervan. Er waren dus voor 1592 drie verdedigingsmuren
boven elkaar tegen de heuvel. Dit stuk lijkt wel een
boog of poort te zijn geweest.

In het park tegenover de
statietrap, die voor het seizoen begint nog even met de
zeis gemaaid moet worden, staat een totaal verwaarloosde
orangerie.
Hoewel dit
gebied uitstekend geschikt is voor wijnbouw, koude
winters/ zachte zomers met veel zon in de nazomer,
heuvels en geschikte grond, komt hier nauwelijks wijnbouw
voor. Dat was voor de druifluis die in heel Frankrijk
toesloeg in de laatste jaren van de 19e eeuw anders.
Toen werd hier wel veel wijn verbouwd. In de rest van
Frankrijk zijn begin 20e eeuw weer nieuwe druivenstammen
die druifluisvrij waren uit Amerika ingevoerd, maar deze
streek deed er bijna niet aan mee. De reden? De
Michelinfabrieken in Clermont-Ferrand.
Boerenzonen
konden daar meer verdienen dan als knecht op het
platteland en trokken naar de stad. Ook werkten er veel
op de boten die steenkool aanvoerden voor de
fabrieken.
We hoorden dat de bewoners van het slaperige kleine dorp
Les Pradeaux niet zo arm zijn als hun huizen eruitzien.
De paar wijnboeren die er woonden moesten hun wijn in
Clt.-Frd. zien te krijgen. Bewoners van Les Pr. kochten
samen een boot en brachten wijn naar de
stad en namen steenkool mee, zonder tussenpersonen zoals daarvoor gebeurde.
Eigen baas. Ze kochten ook een kroeg in Clt.- Frd. en
verkochten daar hun eigen wijn. Op de terugweg
vervoerden ze producten uit Clt.-Frd. naar het zuiden. Ze konden
al gauw een tweede
boot kopen, ook voor anderen wijn vervoeren en in hun
kroeg verkopen, ze kochten meer boten en kroegen, tot in
Parijs toe en op die manier werden ze steenrijk.
Als ik stil
bij de heg sta te kijken naar de wolkenschaduwen die
over de korenvelden glijden, hoor ik bij mijn voeten
zacht geritsel. Bijna onbeweeglijk buig ik iets naar
achteren om te kunnen bekijken wat daar schuifelt. Ik
krijg een enorm gevoel van opwinding: een grote
grasgroene hagedis met een pauwblauwe kop scharrelt
onder de heg. Ik roep zacht Jachman, die hem ook ziet.
Het dier ziet er zó exotisch uit, dat kan geen gewone
hagedis zijn. Na een paar minuten is hij te ver
weggelopen om hem nog te zien.
Als we het aan de tuinman vertellen, zegt die: 'Dat is
een smaragd. Die zitten hier meer. Die blauwe kop?
Volwassen mannetjes hebben in de paartijd zo'n
opvallende kopkleur'. Ik tekende de kleur en de grootte
van het beest zo goed mogelijk op een kladje. Thuis
googelde ik op smaragdhagedis en vond deze foto van Jaap
Schelvis die hij deze zomer in Hongarije maakte. De kop
van mijn hagedis was ook nog van boven diepblauw. Ik
lees dat hij 40 cm lang kan worden. Hoe groot is mijn
tekening? 39 cm! Als dat geen timmermansoog is!

(Inmiddels heb ik toestemming aan de maker van de foto
gevraagd en ik mag hem laten staan)
We rijden op
een stralend heldere dag naar Usson. Een puy van 680
meter hoog met een groot mariabeeld op de top en aan de
voet tegen de helling een klein dorp. Hier zat 20 jaar
de dochter van de Medicis gevangen, sinds de
Barthelomeusnacht, de bloedbruiloft, haar huwelijksfeest
met de Franse koning. Ze was de dochter van een
protestant en dacht door haar huwelijk met de Franse
koning de vrede in Frankrijk te bevorderen. Een
vergissing.

We beklimmen de steile berg tot het beeld, maken foto's
van de basaltpijpen en zoeken naar 'ons' kasteel en
heuvel. Het lijkt een klein richeltje in het landschap
met een minitorentje.
In de
schemering zagen we een bijna volwassen uilenjong
ongeduldig piepen en bedelen om eten, wel een uur lang.
Eindelijk kwam een ouder in de buurt om te laten zien
dat ze hem niet vergeten waren. Maar hij kreeg niks! Doe
het nu maar zelf.
Zomaar een
paar herinneringen: De kippehagedissen. We noemen ze zo,
omdat ze net als kippen altijd net voor je langs naar de
andere kant van de weg rennen.
Bij de
zondagmorgenrondleiding op het kasteel vertelt de jonge
kasteelheer Erik over het voorouderlijk kasteel in de
Achterhoek, ten westen van Hengelo (Gld.) Het Kervel. We
vertellen, dat wij daar vrij dicht in de buurt wonen, in
Winterswijk, en het Huis kennen. Achter ons zegt iemand,
dat dat leuk is, Winterswijk. We letten er verder niet
op. Luisteren naar de verteller.
Als we 's middags lekker buiten zitten horen we een
stem:
'Ha, de Winterswijkers', en na een paar mooi-weer-zinnen
vertelt hij, dat hij ook uit Winterswijk komt, er
geboren is, maar nu ergens anders woont.
Het gaat vervolgens zo:
Hij: Waar wonen jullie dan?
Jachman: Buiten Winterswijk.
Hij: Wij ook.
Jachman: De kant van Huppel op.
Hij: Wij ook!
Jachman: Dicht bij het Hilgelo.
Hij: Wij ook!! Ik ben geboren op het boerderijtje dat
voor het Hilgelo afgebroken moest worden.
Jachman: Daar lopen we elke dag, de stal en de paarden
zijn er nog. We zien de paardenman vaak uitrijden.
Hij: Dat is mijn broer. Ik woon nu in Eibergen.
Jachman: Wij op het Jachthuis. Ik weet nog dat dat
boerderijtje er stond, 35 jaar geleden.
Ja, zulke ontmoetingen zijn mooi.
Op Kreta
hadden we ook zoiets. Bij het bekijken van een
kloosterruïne liepen wij buiten en we hoorden door de
venstergaten in de muur mensen praten die binnen liepen.
Het was Saksisch, duidelijk te verstaan. Aan het eind
van de muur zagen we ze, een man en een vrouw van onze
leeftijd.
Jachman: Ie komt oet Oost-Nederland, a'kt good hebbe.
Zij: Dat he'j good, jao, oet Twente.
Jachman: Oet Losser?
Zij, met een hoge stem: O nea, zo wiet komt wi'j neet
weg, wi'j komt oet Old'nzel.
Prachtig toch, als je op Kreta bent.
Bij de weg
staat een oude handwijzer, zoveel uur gaans naar de
Sault du Loup. We lopen een eind het bijna
dichtgegroeide pad door de velden, maar lopen vast op
een maïsveld. De boer heeft het pad meegeploegd. Gebeurt
in Nederland ook om de haverklap. We waren al eens bij
de Sault du Loup, de sprong van de wolf, een heel smal
stuk van de Allier.
Als ik ga koken, mis ik knoflook. Jachman gaat naar Les
Pradeaux. Pech, geen groentewinkel, geen supermarkt,
geen knoflook. Als hij op straat vraagt waar de
dichtstbijzijnde groentewinkel is, krijgt hij te horen
dat het de plaatselijke kroeg is. Hehhh? Toch maar
erheen. Ja, hoor, we hebben knoflook, tomaten,
aardappels en uien. Perfect. Terwijl je wacht tot het
van achteren wordt gehaald, kun je even een glaasje wijn
drinken. Had mijn groenteman dat maar! Hij zou meer
klanten hebben.
Onweer 's
nachts. Een beetje eng, want we staan pal naast de mast
waar de kabel naar de camping overheenloopt. Het duurt uren,
met zware bliksemontladingen boven de Puy de Dome. Ik
probeer foto's te maken. Een gigantisch vuurwerk, inslag
op inslag.

Als we na 3½
week weggaan krijgen we van de camping 2 dagen korting
omdat we zo lang gebleven zijn.
lees
verder deel 2