2. Kinderen en vasten
Na de feesten van carnaval volgt de periode van vasten.
Versterving, niet onmiddellijk toegeven aan verlangens.
Ik weet niet hoe het bij de tegenwoordige katholieke
jeugd gaat, maar vroeger werd aan de vasten streng de
hand gehouden. Kinderen mochten niet snoepen.
1952. Ik keek met verbazing naar een jongetje van 10,
dat met zijn ouders op bezoek was bij de katholieke
tantes van Jachman. Ik was daar als jong protestants
meisje ook op bezoek, als vriendin van J.
'Wil je wel een lekker snoepje?' vroeg de ene tante aan
de jongen. Er moest kennelijk een demonstratie komen van
vroom katholicisme. En die kwam. 'Nee, tante, ik snoep
niet in de vasten', kwam het voor haar voorspelbare
antwoord. 'Maar ik heb wel een vastentrommeltje', kwam
er achteraan. 'Dan krijg jij van mij een snoepje en een
extra snoepje voor in je trommeltje, omdat je zo braaf
bent.'
Ik begreep er niets van, niet snoepen, maar wel snoep
in een trommeltje krijgen, hoe zat dat? Wat was er braaf
aan eerst helemaal niet snoepen en later dubbel?
Jachman legde me uit dat het om oefenen van uitstel van
verlangen ging. Ja, dat is een goed doel, maar toch vond
ik iets wringen in het gedrag van tante en kind.
Dat ook oudere jongens zulk gedrag niet waardeerden,
hoorde ik veel later ook van Jachman. Op een open dag
bij de katholieke verkenners waar hij bij was, waren ook
Meneer Pastoor en de vrouw en kinderen van de hopman
aanwezig. Een van die kinderen reageerde precies zo als
het kind bij de tantes, toen een verkenner het een
snoepje wilde geven. 'Nee, ik snoep niet in de vasten.'
De verkenner die dat absoluut niet kon waarderen, riep
hardop uit: 'Wat een drietebuul!!!'
volgende