31 mei Pinksteren.
De ree heeft het hier naar het zin want we zien haar nu
elke dag wel een keer. We hebben de indruk dat ze een
rustplek onder de dennen heeft en naar de beek gaat voor
drinken en vluchten. Jachman heeft overal in de border
takkenhopen gemaakt van snoeiafval en daar kan ze zich
prima achter en onder verstoppen. We lopen er wel langs
maar gaan niet speciaal zoeken.
De maïs is voor de eerste keer bespoten, gelukkig was de wind van ons af.
Die jongens kunnen toch wel fantastisch manoeuvreren met
die enorme tractoren en spuitarmen van tientallen
meters. Er is ook nauwelijks iets van de planten kapot
gereden.
De lijsters in de hydrangea op de schoppe zijn vanmorgen uitgevlogen. Om
half zes hoorden we de ouders roepen met een ander
geluid dan anders en jongen die reageerden. Na zo'n tien
minuten was alles verhuisd. Nu zullen de meeste jongen
het wel redden. We hebben vaak meegemaakt dat een kat of
eekhoorn bij zo'n nest kwam en het leegroofde, maar dit
zat kennelijk goed verstopt. Er zit daar ook nog
een merelnest.
Toen Jachman met een klusje bezig was en maar in de schaduw op het
gras voor de jasmijnen ging zitten was dat even heel
bedreigend voor die merels, want ze gingen als een gek
te keer. Niet lang, want de jongen hadden honger en dat
was toch dwingender dan het wegjagen van Jachman. Ze
hadden natuurlijk wel gelijk met hun protest, het was
tenslotte hun grasveld met hun pieren.
Vorig jaar ben ik op 31 mei gestopt met het logboek, omdat ik
liever buiten ben dan binnen achter de computer. Ik
schreef eerst 'buiten bezig' ben, maar zo bezig ben ik
meestal niet, het is heel vaak lezen en luieren!
Ik wens je mooie zonnige dagen en hopelijk kom je na de
zomer weer hier kijken! Goodgaon!
30 mei.
De zwanen zwemmen statig met hun jongen op het Hilgelo
rond. Ze bewaken ze goed, dat merk je als ze dicht bij
de oever komen en jij een onverwachte beweging maakt,
want dan beginnen ze te blazen. Toch zit er iets
afstandelijks in hun oudergedrag, het gezellige
familieleven, het knuffelen en verwennen heb ik nog niet
van ze gezien.
Nee, dan de meerkoeten, die zwemmen zich het vuur uit de
sloffen om maar lekkere hapjes voor hun kroost aan te
slepen, ze moeten nu al achter de jongen aan, want die zijn al
een dag of vier ouder dan de zwanenjongen en gaan al in
de buurt op onderzoek uit. Het is een totaal ander
gezin. Rommelig en gezellig.
Op de foto zijn goed de enorm lange en stevige poten van
de jongen te zien, ze zijn net zo groot als die van de
ouders. De familie is niet te beroerd om even mee te
gaan naar een fotogenieker plekje dan de visplaats met
rubbermat. Die visplek ligt pal bij het poortje naar de
camping, ze kennen mensen, ze worden daar goed gevoerd.
Dan wil je als tegenprestatie wel even een eindje
meezwemmen voor de foto, het is echt niet omdat je denkt
wat te eten te krijgen!

29 mei.
In
de rubriek Mededelingen van de Gemeente staat dat er
aan een ijsverkoper
toestemming is verleend om een
standplaats in te nemen op 4 punten, waarvan één bij ons
in de buurt. Er staat een locatie genoemd op de hoek van
twee wegen, die niet bij elkaar komen. Vreemd. Op de
erbij vermelde inlichtingentijd en plaats gaat Jachman
op het gemeentekantoor informeren naar nadere
bijzonderheden. Twee dames
achter het loket
geven inlichtingen, twee mensen
worden geholpen, twee mensen zitten te wachten, Jachman
gaat zitten.
Het duurt tien minuten voor hij aan de
beurt is. Legt kwestie van onduidelijkheid voor aan de
dame. Ze kijkt glazig. Jachman legt het nog één keer
uit. Ja. Ze zoekt het op. Laatje open laatje dicht ander
kastje open, ja, alstublieft, hier staat alles
wat er over te zeggen is.
Jachman leest het papier en merkt op dat het exact hetzelfde
stukje tekst is als in de krant staat, kijk maar, die heeft
hij bij zich. Maar hij wil nadere inlichtingen, want de
plaatsaanduiding klopt niet en aangezien wij daar wonen
enz. en bovendien maakt het met het oog op te verwachten
troep nogal wat uit of
er verpakt ijs of schepijs verkocht wordt. Dame kijkt
nog glaziger, snapt de situatie niet, zegt dat ze
het zal navragen. Belt een collega.
Die is nog even in gesprek, gaat u daar maar even
zitten.
Na 10 minuten nog geen reactie van collega.
Jachman informeert beleefd of collega nog in gesprek
is.
Dame wordt ongeduldig: Ik heb u toch gezegd dat u even
moet wachten.
Het wordt weer tien minuten.
Ha, ze krijgt collega aan de lijn:
Antwoord luidt: het is een APV en die zijn nooit
uitgebreider. Er is geen situatieschets. De vergunning
geldt voor beide soorten ijs.
Jachman: Waarom staat er in de krant dat er nadere
inlichtingen te verkrijgen zijn. Nu weet ik nog niet
waar de standplaats komt.
Dame zal het navragen. Antwoord luidt:
De collega zal u thuis bellen, mag ik uw nummer?
Drie
kwartier heeft het hele gedoe geduurd.
In de tijd dat Jachman wacht, komt er een dame met een
papier in de hand uit een deur, loopt de lange hal door,
groet de baliedame, en gaat een andere deur door.
Vijf minuten later komt ze daar weer uit, lacht tegen
de baliedame, zegt nog wat leuks en loopt de lange hal door
naar de kamer waar ze eerst uitkwam. Vijf minuten later
komt ze weer terug, gaat weer door de hal naar de andere
kamer. Als ze voor de vierde keer langs komt, roept ze
lachend tegen de baliedame: Ja, je zult wel denken, he?
Maar ik kan het vanmorgen niet vinden, het wil niet.
Maar de tijd gaat er mee om, zullen we maar denken!
Een ambtenaar roept zoiets zonder gêne in een hal waar
mensen zitten te wachten die haar salaris betalen.
28 mei.
De zwanen hebben geen vier, maar 7 jongen. Ze kunnen
al duiken! Blazen heb ik nog niet van ze gehoord, dat
doet pa voorlopig voor ze. Ik zie hun toekomst somber
in. Ze worden gevoerd en wennen aan mensen. Er zijn
mensen die daar misbruik van maken en de jongen vangen.

We staan om half vijf achter het huis even te praten
als we zien dat een meisje van een jaar of 14 de inrit
infietst en afslaat naar het graspad langs de wei,
gevolgd door een tweede, een derde, ....tot 6 meiden,
nee zeven, want één meisje zit achterop. Ze kunnen daar
nergens heen, dus we wachten af tot ze helemaal rond
zijn en weer te voorschijn zullen komen. Wat niet
gebeurt.
Een vrouw met zigeunerlange rok verschijnt in de inrit,
roept naar ons waar dat pad heengaat. Wij: naar hier,
waar wij staan. Dan komt een auto de oprit in met een
man achter het stuur. Hij ziet dat het geen doorgaande
weg is en stopt.
Ik ga maar naar ze toe en de vrouw vraagt of er een
achteruitgang is waar die meisjes uitkunnen. Nee, er is
een weide-afrastering en verder de beek. Ze is woest,
zegt ze, de meiden zijn ervandoor gegaan. Eén ervan is
haar dochter, begrijp ik. We staan te wachten of ze te
voorschijn komen. Nee.
Ik leg wel uit dat het onze tuin is waar ze inreden en
geen openbare weg. Duizend excuses. De jongedames
blijven weg en de mevrouw zegt, dat het haar tot hier
zit en dat we wat haar betreft de politie mogen bellen
als ze last veroorzaken. Zo ver is ze ermee. Ze wonen in
de nieuwbouwwijk Rikker 3, dichtbij dus. Man en vrouw in
auto af.
Na een half uur gaan we eens achterin de border kijken.
Daar liggen en staan 4 fietsen keurig op slot. Twee
fietssporen gaan verder over het achtergraspad. We
kunnen ze volgen tot de uitrit. Zeker 4 meiden zijn
waarschijnlijk onder de draad door naar het
achterliggend weiland gekropen en vandaar naar het
leegstaande buurhuis gegaan. Ze zullen wel niet door de
beek gegaan zijn.
Weer een half uur later komen de vier fietsers plus één
achterop terugfietsen over het graspad en gaan de uitrit
uit.
We zijn, nee ik ben, nu zo nieuwsgierig waarom die
meiden er vandoor zijn gegaan, waaraan ze ontsnapt zijn en
waarom het de vrouw tot hier zit.
We zullen het wel nooit horen.
27 mei.
Het internet kan een ramp zijn bij stalking, anoniem
schelden en duistere zaken, maar het is ook een
geweldige en snelle bron van informatie. O, dat wist je
al?
In een paar uur tijd vond ik de gegevens van vier
klasgenoten uit de examenklas van 1955, Jan, Ben, Henri
en André. De laatste was meer dan vijf jaar ouder dan
wij en volgde alleen de lessen oude talen. Henk
zat er natuurlijk in en dan nog een Ben en een Bennie,
kennelijk een modenaam in '36 /'37. Verder nog GerritJan
en Adje. Ik was het enige meisje en was maar met één van
hen min of meer bevriend. De bèta's volgden de exacte
vakken met HBS-b en kwamen voor de talen bij ons, de
alpha's, aanschuiven.
Jan is al in '91 overleden en Henri in 2006. Henk is
door verslikken gestikt in 2008. Verschrikkelijk. Bij de
laatste schoolreünie heb ik niemand van mijn klas
gezien, het waren vroeger al geen verenigingstypes en
eigenlijk ook geen echte achterhoekers. Drie kwamen er
met de trein van Varsseveld en Aalten, wat evenmin
bevorderlijk was voor vriendschapsbanden met
Winterswijkers.
Behalve de gegevens over de loopbaan vond ik van enkelen
een foto. Geweldig!
26 mei.
De zwanen met jongen zwommen gisteren al een eind van
het nest vandaan en vanmorgen schooierden ze al bij het
strand aan de overkant. Ik kon niet precies zien hoeveel
jonkies er bij waren, onze kijker is te zwaar om mee te
nemen, maar ik dacht vier.
De zware buien
zijn weer langs ons heen getrokken, om kwart voor zes
een paar dikke druppels en een beetje gerommel, neerslag
0,1 mm. Gewandeld in het bloesje, koffie om half negen
buiten, hier nog geen voorspelde afkoeling! De zon
schijnt volop en het is nu om 9 uur 20,5ºC.
Ik heb al vaak geprobeerd een ree op de foto te
krijgen en nu is het me gelukt dankzij de felle zon. Ree
heeft een schuilplek bij de beek, liever gezegd tussen
de twee parallel lopende beken. Veel brandnetels, bramen en
muggen. Zelden komt daar iemand. Gisteren liep ze
voor de middag 2x een half uur in onze wei te grazen.
Tussendoor ging ze even door de beek terug naar die plek
(misschien ook naar een jong?) maar na een half uur was
ze er weer. Jachman was in de wei aan het werk, keek
toevallig achterom en zag haar vlakbij, ze zag hem ook,
maar toen hij verder ging met de kabel oprollen, ging
zij ook weer rustig door met grazen. Het gras is bijna
net zo hoog als zij is.

De derde foto is een zoekplaatje.
Ree kijkt links boven het midden om boomstam heen naar
mij, ik kijk langs mijn boomstam naar haar. Er hangt net
een blaadje voor haar snoet.
25 mei.
We zien een schitterend geval van verdediging van
eigendomsrecht. Vijf zwanen vliegen met veel lawaai over
ons heen en landen op het verste stukje water van het
Hilgelo een kilometer verder. Ze dobberen daar nog geen twee minuten of de
zwaan die aan deze kant nestelt, komt uit het water en
vliegt in rechte lijn misschien een halve meter boven
het water naar de indringers toe. Eén tegen vijf, die
gaat het afleggen denken we, maar nee, als hij er vlak
bij is gaan de vijf vreemde zwanen op de vlucht, hij
heeft vast geblazen: opvliegen jullie! 't Hilgelo is van
mij!
Ze vliegen nog een treiterend rondje en verdwijnen dan
toch maar.

Met schitterend
weer fietsen we met een grote omweg langs de Groenlose
Slinge vol plompen, lissen en bloeiende bermen naar Zwillbrock
net over de grens om in het veen de flamingo's te zien.
Er zijn er dit jaar 34 en drie paren broeden. Rond het
veen staan wel vier hutten met verrekijkers (€1) maar
aangezien we geen geld bij ons hebben, moeten we het
kijken met onze kortzichtige/gewone ogen doen. We zien
op het grote veen 4 flamingo's wadend voedsel zoeken en
ver achter ze op een landtong met gras waar ze broeden
lopen er een stuk of tien. Jachman ziet nog net de vier
landen en kan goed de rose kleur zien, maar ik ben net
te laat en kan ze alleen met tegenlicht op de foto
zetten.
Bij een gegraven weidepoel daar in de buurt zien we 7
joekels van Canadese ganzen met 1 jong.
Ik ga echt niet terug om onder een andere hoek het
bordje te laten zien! Er staat op en je moet me maar op
mijn eerlijke gezicht geloven: 'Buurtbankje voor 50+ '
dus mogen wij er gelukkig ook opzitten.
Zondag 24 mei.
Deze foto maakte ik om 8 uur. Een reiger waadt door
de beek. De foto is genomen vanaf de brug voor ons huis.
In het echt is het minder exotisch, maar wel
oerwoudachtig. De boom rechts is een oude plataan.

Vorige week maakte ik een foto van de zeepjesroos in de
stomp van de appelboom, maar toen ik hem gisteren
bekeek, zag ik een stel dode takken voor de bloeiende
roosjes. In het echt waren me die niet opgevallen omdat
ik de roos bewonderde. Dat heb ik vaak met foto's. Ze
maken me attent op wat stoort of wat lelijk is. Daar
kijk ik in het echt langs heen en zie dan een
andere en mooiere omgeving dan in mijn fotoalbum staat.
Nee, toch niet altijd, want de foto met reiger is mooier
dan in het echt. Het is maar een klein stukje van wat ik
in het echt zie. Het fietswrak in de berm, het
bierblikje en het sigarettendoosje op de grens van water
en oever zie je op de foto niet. Een dode tak in een
roos is natuur en stoort me kennelijk minder dan troep.

Gistermiddag zag ik dus deze foto en ik schrok van
de lelijke dode takken. Ben gelijk naar buiten gegaan om
ze weg te knippen. Er bleek nog veel meer kaals tussen
te zitten en er kwam een hoog opgetaste kruiwagen
takken uit. Het bleek dat een klimopplant over de roos
heen groeide en te weinig licht en lucht overliet. Die
dus ook maar flink gekortwiekt.
23 mei.
Mijn oude fiets is
opnieuw in topconditie, de remmen zijn gerepareerd en nu
kunnen eventuele logees er weer veilig gebruik van
maken.
Ik bracht met de auto Jachman naar de fietsenmaker, want
hij zou die fiets weer naar huis fietsen. Je moet vooraf
weten, dat ik altijd lesjes krijg als ik rij. Dat gaat
redelijk subtiel, maar ik vind het afschuwelijk
irritant. Ik krijg dit bv te horen als ik nog niets
verkeerd heb gedaan:
'Ik ga altijd met een grote boog om fietsers
heen, want je weet nooit of ze niet gaan slingeren' of 'Ik
doe altijd het portier zachtjes dicht, als er iemand in
de auto zit',
dus nu zeg ikzelf maar eens 'Ik rij altijd héél
voorzichtig onze inrit uit de zandweg op, want soms komt er een trekker aan.'
Jachman:
'Nou, die zul je er maar onderkrijgen!' Bij
zo'n Herman
Finkersopmerking moet ik dan toch weer lachen. Hij voelt
precies wat ik wou zeggen met mijn opmerking en pareert
dat met een geintje. Ik moet nu wat bedenken voor
als ik bij hem inzit. Dat is effectiever en er is keus genoeg!
22 mei.
We kunnen nauwelijks het bankje bovenop de 'berg'
bereiken, zo tropisch is in een paar dagen tijd de trap
dichtgegroeid met bruidsluier, stinkende gouwe, hop en
dovenetel. Jachman maakt zich even kwaad, rang rang rits
rats, en we kunnen zitten. Wat mooi ziet het trapje er
weer uit, goed gedaan, Jachman. Van bovenaf zien we dat
de meeste groene kersen al op zijn. Aan de de laagste
takken zitten er nog wel wat, maar ook die zullen niet
rijp worden.
Als we in de wei langs de beek lopen, horen we geritsel
in de brandnetels en springt een geschrokken ree weg. We
gaan niet kijken of er een jong ligt. Bij de zitkuil
zijn rozen afgevreten op reehoogte, dus in de schemering
komt ze dicht bij huis.
De gedichten van Atze van Wieren in Grondstof spreken me
erg aan. Het drieluik Op de rand, De moeder, De vader,
is besproken bij de Boekgrrls en ik vond het zo mooi,
dat ik de bundel Grondstof op mijn verlanglijst zette,
heel benieuwd naar andere gedichten. Op het vadergedicht
in het drieluik
volgen nog vier vadergedichten. Verder ben ik nog niet,
ze lezen gemakkelijk, maar hebben een zware inhoud.
Kalm aan doen dus. Genieten.
Zo, via kleine porties gaat het ook met Sielesâlt van
Nynke Laverman. Ik ben wel blij dat de Nederlandse
vertaling van de Friese teksten erbij geleverd wordt,
want anders was er veel langs me heen gegaan. Nu ik de
betekenis weet, versta ik het Fries ook beter, helemaal
als ik de Friese tekst meelees. Er wacht nog veel moois
dat ik niet snel op wil schrokken.
Nynkes muziek wordt wel Friese fado genoemd en dat is
helemaal niet zo vreemd. In het Portugees zitten veel
zje-klanken en in de Friese teksten hoor je veel -je, in
moanneljocht wordt die je-klank geschreven, maar ook
waar die niet geschreven wordt, hoor je hem vaak. Fado is
een gevoel, saudade, meestal omschreven als nostalgie, heimwee, verlangen, en
ook in deze Friese liederen zit saudade.
Hemelvaart 21 mei.
De leukste
waarneming van 20 mei vergat ik nog te vertellen. Ik ben
aan het opruimen, deuren naar buiten staan open. Als ik
in de kamer kom, vliegt er een koolmees rond, een bek
vol pluisjes. Hij schrikt even en gaat dan rustig op een
latje van het grote raam zitten. We hebben wel vaker
vogels in de kamer gehad en het is een heel gedoe om ze
er weer uit te krijgen, ze vliegen altijd tegen de ramen
op. Ik moet dan alle gordijnen dichtdoen, alleen de
buitendeur openlaten en dan weten ze dat daar 'buiten' is.
Deze was anders. Helemaal niet bang en opvliegerig, toch
wou ik hem om begrijpelijke redenen naar buiten hebben.
Ik liep zelf eerst naar buiten om bij het grote raam te
gaan zwaaien om
hem te wijzen dat aan de andere kant de deur open stond.
Ik zag hem helemaal niet meer. Ik weer terug naar de deur om te
kijken. Zat hij doodgemoedereerd op de rand van het
vloerkleed, een berber, en trok er wollen pluisjes uit.
Hij ging er rustig mee door terwijl ik stond toe te
kijken. Toen zijn snavel echt niet verder open kon, keek
hij rond waar ook al weer de uitgang was, ik ging even
opzij en hij vloog langs me heen naar buiten. Het leek
of hij vaker geweest was en de weg kende.
Vanmorgen eindelijk eens een keer oud brood
meegenomen voor de zwaan. Er zijn er twee, maar een zit
altijd nog steeds op het nest. De zwaan die
rondzwemt krijgt nooit iets van ons, want we hebben
nooit oud brood, dus negeert hij ons ook. Vanmorgen zag
hij het zakje en kwam hij, zogenaamd omdat hij
iets aan de oever te doen had, langzaam aanzwemmen.
Jammer voor hem waren er 8 concurrenten, twee ouder
meerkoeten met 6 jonkies. Wat zijn die beesten fel! Ze
jagen gewoon op brood, pikken het voor de neus van de
zwaan weg en zwemmen er direct mee naar de jongen.

Vanmorgen om half acht zagen we twee oudere mensen
picknicken op een bankje, fietsen ernaast, nog echte
dauwtrappers. De enige die we zagen. Verder alleen de
altijd aanwezige joggers en vissers. Er is veel
georganiseerds te doen vandaag, daar gaan de mensen op
af, camping fietstochten, museum fietstochten, KNNV-
fietstochten, demonstratie oude ambachten, paarden- en
koetsentochten, motoren- en autotochten, leuk, en er is
heel wat vergadertijd in gaan zitten om alles te
regelen, dan moeten er ook mensen meedoen, dat spreekt
vanzelf.
Bijzondere waarnemingen de afgelopen dagen:
's nachts om half 2 zag Jachman in het licht van de
straatlantaarn een marter uit het bosje aan de overkant
komen, heel kalm de weg over hobbelen en aan onze kant
bij de beek onder de struiken verdwijnen. Het kan ook
een bunzing geweest zijn, maar dat zijn meer
schemerdieren.
Gisteravond toen het buitenlicht achter het huis aan
was, een auto startte en er gepraat en gelachen werd,
vlogen er drie uilen uit het gat in het dak van de
schoppe. Waarschijnlijk jonge, het ging
bepaald niet geruisloos.
Net kwam er een zeer gehavende reiger overvliegen, de
lappen hingen erbij, toch hield hij goed koers.
Het was een feestelijke dag gisteren, de hele dag buiten
geweest met lieve mensen en goeie zin. Rijk zijn we.
20 mei.
Vandaag begin ik met een gedicht. Het is van Richard
Minne. Een Vlaming. Zou je daar als kind gepest worden
met zo'n naam? Hij leefde van 1891 tot 1965. Ik lees het
vandaag in de Dagkalender van de Poëzie, maar het is
verschenen in Verzameld Werk, G.A.van Oorschot,
Amsterdam, 2006.
Gebed aan mei
Mei, maak onze aarde wit van de
bloesems.
De menschenstrijd liet in ons hart
zooveel beklemming na en droesems
en ons ooge ziet nog zwart op zwart.
Mei, wees genadig voor onze aarde,
opdat heur witgetooide bal
weer properkes en naar waarde
moge draaien door het heelal.
Het is voor mij een vreemd gedicht, al is het onderwerp
alledaags en kennen we de beelden: lentebloesems, mei,
de oorlog, en na de strijd de droesems ervan en de
zwarte gedachten of misschien de zwarte uniformen.
Het vreemde zit voor mij in het tweede couplet, in het
properkes en naar waarde draaien en de aarde als een
witgetooide bal in het heelal. Het klinkt bijna kinderlijk.
Ik was nog net drie toen de oorlog uitbrak. Voor mij is
de oorlog de Tweede Wereldoorlog, voor Minne was het de
tweede oorlog die hij meemaakte als een volwassene.
Gistermiddag en avond 2x een regenboog gezien tijdens
kleine onweersbuien. Het was helemaal niet koud, we konden weer
buiten eten, nu onder de grote parasol. Het regende en
de zon scheen warm om kwart over zes.

19 mei.
Nu begrijp ik waarom de mensen
van de kabelploeg niet spraakzaam waren gisteren, ze
deden op dat moment iets heel moeilijks, namelijk
horizontaal gestuurd boren.
Jachman ging vragen hoe ze bij het fietspad 40m voorbij de beek konden
beginnen met boren, en nog wel schuin de grond in, hoe ze verder
onder de wortels van de plataan en onder de beek door
konden gaan, nog verder weer onder boomwortels door op
de andere oever en dan toch precies bij de sleuf langs
het fietspad zo'n 75 meter 'terug' weer uit konden komen. Hij heeft het
haarfijn uitgelegd gekregen, terwijl ik op het www zocht
naar een uitleg à la viaduct bij Millau, liefst met
filmpje, maar anders toch wel met een verklarende
tekening. De laatste heb ik ook gevonden. Wel van een
ander bedrijf dan de BAM, maar ze moeten het maar
goedvinden, hadden ze zelf maar zo'n uitleg op hun site
moeten zetten. De tekeningen geven precies de situatie weer
zoals die
hier
bij de beek is.
We kunnen nog buiten eten dankzij de schermen. Een merel
fluit zijn best boven ons hoofd, de juffers zijn
vertrokken en de muggen zijn er nog niet.
Heeft zo'n merel eigenlijk wel tijd om zo lang en zo vaak
te fluiten, vragen we ons af.
Ik: Als de jongen uitkomen is het gedaan met
flierefluiten, dan moet hij aan het werk. Zijn hormonen
zullen hem wel opjagen.
Jachman: Net als bij ons, wij hebben ook van die
hormonen.
Ik: Zoals ouderliefde na baren?
Jachman: Ik dacht meer aan het hongergevoel, dat je
waarschuwt dat er gegeten moet worden, omdat je anders
doodgaat.
Teglijk zeggen we:
Aan het moorden dus!! (ik)
Knollen zoeken dus!!
(J)
Ik weet allang dat we totaal verschillend zijn, maar zó
verschillend....
18 mei.
De beukennootjes groeien al goed.
Om kwart over zeven was de ploeg
glasvezelkabelleggers al aanwezig. Ze moeten nu over de
beek. Of onder de beek. Het is een ploeg landmeters,
spitters, sleuftrekkers, afrollers, dichtgooiers en
peddelaars, want in een aanhangwagen ligt een bootje. Ik
zou wel een foto willen maken, maar ze zijn zo druk,
druk, druk, dat ze verstoord kijken als wij, als oudere
wandelaars, vriendelijk goeiedag zeggen. Dat houdt
allemaal maar op. Mens, loop door. Jachman mag wel
het meetlint vasthouden op de hoek van ons huis. De
beide hoeken zijn het enige vaste punt in de omgeving
voor nog eens 150 jaar.
Op 12 mei liet ik foto's zien van paardestaarten. Ik
dacht dat het misschien heermoes was, maar ik hoopte op
iets meer exotisch. Nee, of ja, het is heermoes.
Marie-Therèse die alles van de natuur weet want ze is
natuurgids, zegt na het bekijken van de foto's, dat het
heermoes is. Had ik het toch niet slecht gedetermineerd!
Bravo Leidje! Toch nog een voldoende voor biologie.

Wat zeg je van onze wei? Het is echt langzamerhand een
schrale wei aan het worden. Ja, langzamerhand, dat mag
ik wel zeggen, precies weet ik het niet en Jachman moet
het in de leggers nakijken, maar zeker 20 jaar is er al
geen mest meer opgekomen en wordt het gras afgevoerd. Nu
staan er margrieten, een paar boterbloemen, veel
veldzuring en weinig gras en in de nazomer een grote
plek vlasbekken, alles vanzelf weer teruggekomen. De
natuur neemt de tijd.
Waarschijnlijk wel een miljoen jaar om mezen te leren
een nest te bouwen in een boomholte. Ze kunnen het nu
perfect, niemand kan het ze verbeteren. Wat zie ik te
koop in een weekendkrant? Een houten vogelkastje met een
zonnepaneel(tje) op het dak en een met een ledlampje
verlicht stokje, 'zodat vogels makkelijker hun nest
terug kunnen vinden'. Daar zaten die vogels net op te
wachten. Handig ook voor eekhoorns, marters en
katten.
Zondag 17 mei.
Als ik me niet vergis, is Dineke vandaag
jarig. Ze is een paar jaar jonger dan ik en kwam na de
oorlog met haar ouders tegenover ons wonen in de grote
garage met zijkamer van een tante van haar. Ze hadden op Java in een jappenkamp gezeten en dat vond ik
geweldig interessant, want van de gruwelen daarvan had
ik nog geen idee. Later vonden ze een bovenwoning in het
centrum, maar daar hebben ze niet lang gewoond. Ze
verhuisden naar het westen(?)
Ze woont nu in Haarlem, geloof ik. Ik zag haar naam op een
of andere presentielijst staan. Dinekes vader was
in 1938 administrateur van de grootste suikerfabriek van
Java.
Het zou aardig zijn als ze zich onze kortstondige
kindervriendschap van toen nog zou herinneren. Dus,
Dineke P., als je eens mailen wilt, graag. Ik ben
ook benieuwd of ik je verjaardag goed onthouden heb. In
ieder geval: Veel goede wensen, moge het je heel goed
gaan! jarig of niet.
Het is trouwens vreemd te bedenken dat ongeveer in de
tijd dat de familie P. terugkeerde naar Nederland,
de zoon van de mensen waar ze in huis kwam naar 'ons'
Indië ging om in de politionele actie, zoals het
eufemistisch heette, de orde te herstellen. Ik weet nog
goed dat hij terugkeerde en met veel feestelijkheden
ingehaald werd, maar niet dat hij vertrok.
Rare herinnering ineens mbt deze Jan: hij kon achteruit
fietsen. Dan zat hij op het stuur met zijn rug naar de
voorkant en fietste zo een eind de weg op en maakte een
rondje om het 'plantsoentje' op de splitsing van
Kottenseweg en Eelinkstraat. Zou zijn zoon
dat weten? Die woont nog hier, moest op 21- jarige
leeftijd de zaak, een koffiebranderij, overnemen toen zijn vader Jan
plotseling stierf.
Dineke is dus een achternicht van deze Gerrit.
16
mei.
Bij de kapper
wordt er flink geroddeld naast me. Een spannend verhaal! Over
huis in Ierland moeten verkopen, over opscheppen op de
golfbaan, een heel dure ring en nog een paar mooie details.
Ik zou hier graag hebben willen zeggen dat ik de dames
gevraagd heb om zich wat te matigen, alsjeblieft. Helaas,
ik vind het jammer dat ik niet weet over wie ze
het hebben, of het over een scheiding gaat of over een
misdrijf, want ik weet zulke dingen nooit. In de kranten
hier staan hele verhalen over oplichters, over Ecobrazil
en een gemeente-ambtenaar, en ik heb geen idee wie dat
zijn. Nu krijg ik de kans en dan moet net de droogkap aan! Ik
kan moeilijk vragen: wacht, ik wil nog even horen wat ze
zeggen!
Jachman raadde me aan om in zo'n geval gewoon mee te
praten en dan even te zeggen, 'Wat gek, nou ben ik ineens
de naam kwijt'.
Dat had hij ook eens gedaan in zo'n echt ouwejonges
gezelschap. Iemand vertelde daar '.... en weet je wie
daar in Spanje onder aan de vliegtuigtrap stond?
Chiquita!' Luid gelach van die kerels.
Jachman lachte maar mee, had geen idee wie Chiquita was. Hij vroeg heel
onnozel hoe die ook al weer heette.
'Bananen Herman toch!'
O ja, natuurlijk, stom dat ie dat niet meer wist!
15 mei. Het raadsel is opgelost!
Al vaak zagen we
op het zandpad een vreemd bandenspoor. Van een fiets?
Raar, dat het dan breed, dan weer smal was. Een karretje
misschien? Er waren meer sporen namelijk, maar ze
liepen niet evenwijdig en ook gingen de sporen in
binnenbochten of bij een hek vaak heel dicht langs
paaltjes heen en dat kan geen fiets of wagentje.

Als we vroeg wandelden, zo rond half acht, dan zagen we
wel eens een man op de fiets met een jachthond aan de
riem. Jachthonden willen overal heen, ruiken van alles
en lopen niet graag netjes naast de fiets. Hij trok dus
heel hard en misschien is die man wel eens gevallen.
In ieder geval zagen we hem niet meer, tot we nog
vroeger gingen wandelen, ruim voor half acht, want toen
zagen we hem weer regelmatig. Lopend, met zijn jachthond
aan een dik touw. Niet zo'n endje van een paar meter,
maar zeker 20 meter! En dat touw sleept over de grond.
Het is zwaar, dus de hond kan niet meer zo hard lopen.
Wel gaat hij van links naar rechts over het pad en maakt
zo een smal of een breder spoor. Soms is een brede
strook pad helemaal schoongeveegd van bloesem en
blaadjes. Als hij de poort bij het Hilgelo inloopt,
sleept het touw tegen de paal aan.
Toch is het raar om de hele weg in beslag te nemen. Soms
heeft die man het touw in het midden vast en dan sleept
de rest zo'n 10 meter achter hem aan. We haalden hem
eens in toen het nog aardig donker was en ik trapte op
het touw en viel bijna toen het onder me weggetrokken
werd. We zeggen hem wel goedendag en nu zegt hij, meestal
-maar dan wel tamelijk nors- wat terug. 't Is geen
vrolijk typje.
14 mei. Weer de hele dag
buiten. 22ºC. Rozen mesten,
want er is regen voorspeld (al vier dagen). Toch maar de
nieuwe lavendelplantjes watergegeven, al wilden we sterk
zijn en ze dwingen de diepte in te gaan op zoek naar
water. Voor het watergeven alle meedrinkers
uitgetrokken, zevenblad, melde, muur, wilgenroosje,
boterbloem, duivels naaigaren, kweekgras, en nog zo'n paar profiteurs,
nog wel mini, maar toch!
Schildertijd. Jachman is begonnen met de kozijnen van de
voorgevel. Ze zijn gewoon op, na 160 jaar. Nee, dat is
niet waar, 4/5 van de staanders is perfect, maar ook
toen waren de mensen al zuinig en gebruikten stukken
eikenhout waar nog een stuk spinthout aan zat. 't Kan
nog net, zullen ze wel gedacht hebben. Dat zachtere
spinthout is nu vergaan. Het vervangen van de kozijnen
wordt een verbouwing. De voorgevel is eigenlijk een
vakwerkconstructie, waarbij de 5 kozijnen van ramen en
deur de voormuur overeind houden door middel van lange
ijzeren pennen. Voor het oog is de schilderbeurt wel
aardig, maar de kwaliteit verbetert er niet echt door.
Het moet het nog maar uithouden zolang wij er wonen!
Reeëntijd. Gisteravond in de schemering stond er rustig
een reebok te grazen in de wei. Met de kijker zagen we
dat hij uitzonderlijk donker was, vooral de kop leek
bijna zwart. De twee hindes zijn gewoon lichtbruin.
Juffertijd.
Al een paar dagen zitten er verschillende juffersoorten
in de struiken bij de beek. Nadat ik er een tijdje
bijgestaan heb en kennelijk niet die mug wil vangen die
zij op het oog hebben, willen ze wel even op de foto.
Opschieten mens, we hebben honger, kijk! nou gaat die
blauwe van hiernaast ermee vandoor.

13 mei. Van de muziek die ik graag wilde
horen, de laatste sonate van Beethoven, werd alleen deel
1 gedraaid, gespeeld door Pollini in de jaren '70. Ik
vind de uitvoering van Brendel veel spannender. Toch ben
ik blij dat ik dit stuk heb leren kennen. Het commentaar
erbij: deze meest bekende sonate van.. enz. Dat zal dan
gelden voor mensen die in muziek doorgeleerd hebben,
maar niet voor leken zoals ik die het van radio vier
moeten hebben.
Gewoon een paaltje.

Dit soort paaltjes staat nog in massa langs de zandwegen
als afscheiding van het fietsgedeelte. VRIGA staat erop.
Vereniging (tot instandhouding
van) Rijwielpaden in de Gelderse Achterhoek.
Ze dateren van lang voor de oorlog.
Als wij fietsen, vinden we die paaltjes vaak een crime.
Ligt het fietspad aan de rechterkant van het zandpad,
dan hebben we mazzel bij tegenliggers, want die moeten
dan bij het passeren op de paaltjes letten. Fietsen
wij als tegenligger bij de paaltjes, dan kunnen we
proberen op de zandweg te rijden, maar die is vaak heel
mul zodat je vastloopt. Ook kunnen we proberen heel
langzaam of heel hard te gaan rijden om bij het passeren
net niet bij een paaltje te zijn óf we kunnen gewoon
even afstappen.
Toch horen die paaltjes voor mij bij de fietspaden, want
zolang ik me kan herinneren, al van de tijd af dat ik
bij mijn moeder achterop de fiets in het stoeltje zat,
waren er die paaltjes. Fietsen is op paaltjes letten, of
je fiets even tegen een paaltje zetten om een vlieg uit
je oog te halen, of om even je schoenveter vast te maken
steunend op een paaltje, of weten dat je weer op een
harde weg uitkomt, want dat betekenen ze ook die
paaltjes, kortom, ik wil ze niet kwijt.
Ze houden ook de enorme landbouwmachines op veilige
afstand.
12 mei.
Het leek vandaag wel of we in Frankrijk waren: Het kanaal van Dieren naar Apeldoorn geeft me
altijd dat gevoel, het lijkt daar als twee druppels water op
het Canal du Midi. Een kanaal tussen dichte bomenrijen
met een smalle weg erlangs en een
fietspad aan de andere kant. Het waarschuwingsbord Attention Plantation
ontbreekt weliswaar, maar het effect van felle zon snel
afgewisseld met schaduwplekken is hetzelfde als in
Frankrijk.
Verder stond er bij een stralende hemel een koude, bij
vlagen stormachtige, wind, net de mistral of de
tramontane.
Bij de warme chocola met gebak kwamen de kranten uit
Frankrijk op tafel van o.a. 7 mei, die vol stonden met
pagina's paniekverhalen over de grippe waarvan twee hele
pagina's van het
Ministère chargé de la Santé over GRIPPE A ( H1N1) met vragen,
antwoorden en aanbevelingen in waarschuwend oranje. Kom
daar bij ons eens om, prachtig zoiets.
Bij de aanbevelingen o.a.:
Hoe moeten wij meermaals daags onze handen wassen?
Antwoord: Wij moeten meermaals daags met zeep of een
water/alcoholoplossing onze handen wassen.
Wat moeten wij doen bij griepverschijnselen?
Antwoord: Bij griepverschijnselen moeten wij onze dokter
bellen of het nr.15.
Het is net de Catechismus. Jachman
heeft die nog geleerd op school. Hij dacht dat hij er
nog wel iets van wist en hij begon:
Waartoe zijn wij op aarde?
Antwoord: Wij zijn op aarde om God te dienen en daardoor
in de hemel te komen.
Hij dacht dat dit vraag 1 was, omdat hij die nog kende.
Ik: O, ja, net als ik van de openbare school vraag 1 van
de Batavieren nog weet, want je begon altijd opnieuw te
leren bij vraag 1:
Wanneer kwamen de Batavieren in ons
land?
De Batavieren kwamen omstreeks 50 voor Chr. in ons land.
Jachman: Eén van de volgende vragen, hij meende vraag 4
was:
Waarmee moeten wij dopen?
Het antwoord dat zijn zusje gaf was: Wij moeten
natuurlijk dopen met water. Helemaal fout!! Het juiste
antwoord is: Wij moeten met natuurlijk water dopen.
Hoe kwam ik nou bij de Batavieren terecht? O, ja, via de
catechismus en de Franse krant.
Er was vandaag nog meer, namelijk de niet hier, maar wel
daar verkrijgbare Danone chocolademousse extra bitter.
Zes bakjes hadden die schatten van ons meegenomen uit Bretagne.
Heerlijk waren ze (1 de man, zunig an!)
Morgenvroeg komt
tussen 7 en 8 uur op radio vier 'mijn' muziek
voorbij. De Top 400 van de luisteraars bestaat voor een
groot deel uit muziek die vaak op vier gedraaid wordt, maar vandaag hoorde ik
toch een voor mij onbekend werk van Louis Andriessen, De
Staat. Het was niet het hele werk, een brok eruit, heel
jammer, maar ik weet nu waar ik naar op zoek moet, net
als onlangs naar de sonate no. 32 van Beethoven.
De paardestaarten bij de beek heb ik niet kunnen
determineren, ondanks loepwerk en drie flora's. Ik denk
dat het de heel gewone heermoes is, maar het zou ook wel
heel misschien de bospaardestaart kunnen zijn. Voor
kenners zet ik hier 4 foto's neer.

11 mei. In een hooiland
zien we weer twee Canadese ganzen, wat een grote beesten
zijn dat. We denken eerst dat het reeën zijn, groot en
roodbruin. Net als bij het Kerkepad een paar jaar
geleden lopen ze nu ook op een wei die wel meer dan een
meter hoger ligt dan het pad, zodat ze nog groter
lijken. Ze zijn vrij schuw en ik kan niet dicht bij ze
komen. Ze vliegen op en landen op het Hilgelo. (Foto met
zoom geeft vertekende afstand)
Wat een
schitterende dag gisteren. Hele dag zon en max. temp.
22,5 ºC. We waren van half
acht tot half acht buiten, -wandelen, fietsen,
lezen, eten- genieten. We zaten op een bankje bij de
plek waar het klooster Nazareth gestaan heeft, dat in de
volksmond Schaer genoemd werd, naar de beek die er
langsstroomde. De buurtschap waar het eens stond, heet
't Klooster.
Jachman is al eens met een metaaldetector aan het zoeken
geweest naar de schat die de vluchtende kloosterlingen
in 1597 begraven zouden hebben 'onder de derde
hulststruik achter de schaapskooi', maar vond niets
anders dan lipjes en doppen van bierblikjes en -flessen.
Afstekend tegen de boerderij zie je 3 stammen van eiken,
daar stroomt de beek voor langs en waar die eiken staan,
stond vroeger het klooster.
Fietspunten. De Achterhoekse VVV heeft een plan
ontwikkeld en uitgevoerd voor een net van
fietsknooppunten, genummerde en op een kaart aangegeven
punten. Je fietst bijv. de route 26 tm 32 en je hoeft
dan alleen de bordjes te volgen, naar 27, naar 28 enz en
je komt dan door de mooiste stukken van de Achterhoek.
Dat dachten wij ook, maar de clou is dat je langs
uitspanningen en café's, kaasboerderijen en
melktappunten komt. Dat is het belangrijkste. Je kunt op
de kaart ook niet zien over wat voor wegdek je rijdt,
zodat hele stukken over klinkerwegen blijken te gaan. De
route is kennelijk niet door fietsers, maar door iemand
met een auto uitgezet.
Wil je rustig fietsen, zonder een fietsroute te nemen,
kijk dan op de kaart en fiets haaks op de route,
of wat nog beter is, neem geen kaart met routes mee,
maar fiets over kleine asfaltweggetjes, fietspaden en
zandpaden, zoals het uitkomt. De Achterhoek is zo
kleinschalig, dat je aan een normale kaart meer dan
genoeg hebt om niet te 'verdwalen', als je daar bang
voor bent. Bovendien staan er overal handwijzers en
paddestoelen en ze praten hier gewoon Nederlands, hoor,
ze helpen je graag verder.
zondag 10 mei. Jo aan het
schrikken gemaakt.
"Ik heb je opgegeven als gast bij radio Slingeland FM"
"Nee toch, he? ach gat, nee!"
Ik kon haar gerust stellen, 'k heb daar alleen haar naam
doorgegeven en haar fenomenale geheugen geroemd wat
betreft Winterswijkse families en toestanden. Misschien
hoort ze er nog wat van.
Ze was weer een beetje gekalmeerd. Het is waar, ze weet
enorm veel. Je noemt een naam en ze weet in 90 % van de
gevallen de geschiedenis van die familie plus
aangetrouwd.
De Blauwe regen raakt uitgebloeid, een enkele hommel
komt nog even snorrend kijken. Nu bloeit de brem volop
en beginnen de margrieten in de wei te bloeien. Elk jaar
komen er meer. Langs de rand bij de beek verschijnen
paardestaarten, ook al meer dan vorig jaar. Ik moet
nog determineren welke ondersoort het precies is. Ik
hoop op de oeverpaardestaart die sporadisch voorkomt in het
grensgebied met Westfalen als meest westelijke voorpost.
De vijver staat vol gele lissen die weer vol kleine
kevertjes zitten. Het waterdrieblad is uitgebloeid. In
de voortuin zitten in de vijvertjes van speciebakken
minstens 2 groene kikkers. De pas geplante lavendel
groeit goed.
Van onze dochter die op vakantie in Bretagne is/was, kreeg
ik deze moederdagkaart, refererend aan mijn nieuwe
fiets, mijn ouderdom, onze liefde voor Bretagne en mijn onuitgesproken
bezorgdheid of alles wel goed gaat. Ja dus. Er staat ook
een heleboel liefs binnenin geschreven, maar dat verklap
ik niet.

's Middags had Jachman een
bijnabotsing met één van twee reeën die elkaar achterna
zaten in de border en door de wei. Ze zagen hem niet
eens toen hij heel stil naar iets anders keek bij de
beek. Eén verstopte zich onder de lage takken van de
beuk, de ander ging vol in de remmen een paar meter van
J. af en scheurde toen weer de border in. Vorige week
zagen we er een rustig grazen in de wei.
9 mei. Vlak na de oorlog gingen we
met de kabouters op zaterdagmiddag vaak de kant van het
Bönnink op, naar bos en beek, het Hilgelo was er nog
niet. We hadden als clubhuis de zolder van dokter Ter
Haar en vandaar liepen we dan over de Ravenhorstweg
richting bos.
Net voor de tuin van Roelvink zat
bij de Ronde Weide een schilder aan de kant van de
zandweg, en op de terugweg zagen we dat hij het
doorkijkje richting wei en grote alleenstaande boom
geschilderd had.
Later op de HBS kreeg ik die schilder als leraar
tekenen, Van Dugteren heette hij. We gingen in 1954
tegelijk van school af, hij na 33 jaar, ik na ruim 5.
Deze plataan heeft hij meer dan eens vereeuwigd, maar
dan van de andere kant gezien, waar de zandweg loopt.
Het paadje door de wei met de klaphekjes kwam er pas 50
jaar later. We lopen het bijna dagelijks.
Zo ziet die bloeiende plataan er nu uit:
8 mei. De koetjes van
ChrisJan zijn nu 1 jaar oud en lopen sinds een week weer
buiten. Het zijn Aquitaines, wel gewend aan buiten zijn,
daarom zijn ze ook zo lekker! Ze vinden het hier een
paradijs, denk ik, want lekkere zachte ondergrond in de
wei, zodat je fijn een kuil kunt draaien om in te
liggen. In een dag of drie hadden ze het voor elkaar, de
jongedames, een eigen lig- en hangplek.

Tot het donker begint te
worden zit de merelman op het dak te fluiten. We zijn
opgelucht, want dan zal het nest ergens in de schoppe
nog wel intact zijn. Ik zei gisteren tegen Jachman dat
ik de merel in het gat tussen de pannen van de schoppe
had zien verdwijnen. Ja, zei Jachman, en hij kwam net
aan de voorkant door de open deur er weer uit. In de bek
van de zwartwitte kat!
Gatver, wat een harde manier van zeggen. Arm dier.
Maar de rest van de dag floot op het dak uitbundig een
merel in de regen, hoe harder het regende hoe harder hij
zong. Als je vrouw van het nest geplukt is, doe je dat
toch niet, zou je denken.
7 mei.

Wat dit nu weer is?
Wim zou gezegd
hebben: Wèt ie dat neet?? Dat zei hij, toen we niet
wisten dat je eksters met vergiftigde eieren op een paal
kon vergiftigen, dat melkkoeien pas rond 1 mei naar
buiten mochten, dat Johan en hij achterneven waren, dat
Gert de zaak geflest had, dat hijzelf gek was op
apfelkorn, dat veenbessen zonder suiker tegen
blaasontsteking hielpen en nog zo'n paar dingen die je
absoluut moest weten om in de buurt mee te tellen.
Ik denk dat hij niet geweten zou hebben wat deze foto
voorstelt al woonde hij op 200 meter van de plek waar
hij gemaakt is. Het is een tapijt van uitgebloeide
beukenbloemetjes op het zwarte water van de dode beekarm.
Al een paar weken zweven de bloemetjes tot in huis. Als
we buiten eten, moeten we ze uit de jus en de wijn vissen, van de
boterham blazen en er mee leren leven. De
bloemetjestapijten zijn voorafgegaan door de afgestoten
hulsjes van de blaadjes, ook van die beuken. Het
beukenvalsel is zo gewoon dat ik elk jaar vergeet er een
foto van te maken. Nu moest ik zelfs nog een paar van de
laatste verregende bloemetjes van de stoep vissen, ze in
de kamer laten opdrogen voor ik dat alsnog kon doen.
6 mei. Echt een dag om eens flink op te
ruimen. Ik neem een flinke stapel tijdschriften onder
handen, jaargang 2008 van de Brigitte. Met plezier heb
ik al wel 40 jaar dit blad gelezen, er veel uit geleerd.
(Ik heb net geïnformeerd hoe oud het is, deze maand 55
jaar.) Ik ben dit jaar 55 jaar getrouwd, begon het te
lezen toen ik 5 jaar huisvrouw was, dus lees ik het al
50 jaar! Ben in januari voor een jaar overgestapt op de Brigitte
Woman, voor vrouwen über vierzig, past waarschijnlijk
beter bij me, dacht ik, maar ik vind de gewone B. toch
beter bij me passen ;-) Ik had nog een artikel bewaard
over Dr. Margarete Mitscherlich die in
2008 geïnterviewd werd.

Ze is dan 90 jaar maar heeft nog een
praktijk voor psycho-analyse in Frankfurt, in het door
haar en haar man Alexander gestichte
Sigmund-Freud-Institut. Ze ziet eruit als een
70-jarige, met ogen als van een 40-jarige. Ze is geboren in
1917, ongelooflijk. ( op de foto is ze 88 jaar zag ik
later)
Haar droom: alle vrouwen hebben
geleerd zich niet onderdanig te gedragen, alle mannen
hebben geleerd zich niet als de meerdere van vrouwen te
gedragen.
De uitkomst van die droom zal nog wel even op
zich laten wachten. Voor nu heeft ze al wel een opdracht
voor vrouwen: 'Doe eens wat aan die idiote
schuldgevoelens, die nergens toe leiden.' Spreekt
me wel aan!
5 mei. Volgend jaar mogen we weer het
bevrijdingsfeest vieren. Elk jaar zou te veel van het
goede zijn, er moet ook nog gewerkt worden! Om de vijf
jaar is meer dan genoeg.
De Dodenherdenking op de Dam kreeg een prachtig moment
van waardering, liefde zo je wilt, voor Beatrix. Van
achteren uit de menigte kwam na de zin van Cohen over
het speciale goede gevoel, dat na de gebeurtenissen van
30 april de koningin nu hier aanwezig was, een applaus
opzetten en aanzwellen, zo mooi en onverwacht, dat het
me aangreep. Beatrix hield haar gezicht in de plooi,
maar je zag dat ze er verrast op reageerde. Het zal voor
haar een opsteker zijn. Al was het applaus uit
herdenkingsbijeenkomstprotocoltechnisch oogpunt bezien
natuurlijk helemaal misplaatst.
4 mei. Bij het zondagse rondje over ons 'land'
ziet Jachman dat er naast het huis een deutzia door de
kamperfoelie groeit, al een behoorlijke struik zo te
zien. Hij denkt hem nog wel uit de grond te kunnen
trekken. Nee dus. Het blijken drie struikjes te zijn die
stevig in de kalkvoegen van onze buitenmuur groeien.
Volgens Jaap Haage hebben ze zware voedzame grond nodig.
Zwaar is die muur wel, maar voedzaam? Wij zullen dan wel een variant uit bergachtige streken
hebben. Het even uittrekken gaat niet, omdat ons huis
dan zou instorten.
Een beetje overdrijven mag.
Met de takkenschaar worden ze gekortwiekt, de drie
wortels moeten dan maar blijven zitten.

Op de fotopagina, zie link bovenaan de bladzij, staan
nieuwe foto's.
Zondag 3 mei.
De appel is
uitgebloeid, de brem staat vol in bloei. Bloesem en
bloemen. Toch even in Van Dale gekeken of en wat het
verschil is. Bloesem is de verzamelnaam voor bloemen die
vruchten voortbrengen, zoals kersenbloesem en
vlierbloesem. Dat is duidelijk, maar is het dan ook rozenbloesem?
Want de roos geeft, sommige soorten tenminste, heerlijke
bottels. Ja, staat er ook bij.
En walnootbloesem? Tellen noten mee bij bloesem of
bloem? Wat wordt onder vruchten verstaan? Even in Van
Dale kijken:
Vruchten, vrucht, voortbrengsel der planten
dat uit de stamper (het vruchtbeginsel) ontstaat;
inzonderheid zulk een eetbaar product: vruchten zijn
gezond; (spr) verboden vrucht smaakt het lekkerst, iets
dat ((ik heb vroeger op school geleerd iets, wat))
verboden, ongeoorloofd is (inzonderheid op het gebied
der zonde); -
Simpel toch?
Weet ik het nu? Nee, wel vermoed ik dat inzonderheid in
de verte iets met zonde te maken heeft, sunde, sundir,
zonde en zonder, in zonde leven, afgezonderd worden, een
zonderling zijn, een uitzondering zijn, iets speciaals
zijn. Etymologie van de kouwe grond.
Inzonderheid, wat betekent dat woord precies? Even in
Van Dale kijken: (bw.), (form.) met name, syn.
voornamelijk, vooral, bepaaldelijk: hij schijnt het
inzonderheid op mij gemunt te hebben.
Waarom wordt dit woord gebruikt bij het geven van uitleg
in een woordenboek? Het is zo'n ouderwets en formeel
woord, dat ik het nooit iemand heb horen gebruiken.
Wetboekentaal.
2 mei.
Ik weet al wat voor heerlijks we eten vanavond: de
in alle vroegte gestoken asperges, die gelijk door
snelle handen schoongemaakt zijn en keurig naast elkaar
in doorzichtig plastic geseald, zodat ik er niets meer
aan hoef te doen dan ze met aandacht en liefde koken, heerlijke
ham erbij, een beetje gesmolten boter, misschien een
hardgekookt eitje van Jo.... mmmmmm.
Mijn zus woont op loopafstand van een aspergekweker en
bracht deze heerlijkheden mee. Ze ging er al vroeg voor
op pad. Dacht de boer uit bed te bellen, maar daarvoor
moet je toch nog vroeger opstaan!

De bloeiende Blauwe regen heeft nog net op tijd
gezelschap gekregen van de bloeiende Gouden regen, ze
groeien en bloeien eigenlijk dit jaar voor het eerst zo vol door
elkaar heen. Mensen op het fietspad:
'Kijk eens wat een rare boom.'
'Nee, joh, dat zijn er twee.'
'Ja ik zie het, een Gouden regen en een sering.'
Kenners!
1 mei. Schone lei. Ging het maar zo eenvoudig, de
afschuwelijke beelden van gisteren uitpoetsen.
De naasten van de mensen die stukgereten op de grond
liggen, hebben ook die beelden opgeslagen in hun hoofd.
Denken aan hun doden is voor hen altijd verbonden met
die beelden.
De foto's in de
kranten zijn zó absurd. Een agent staat met zijn rug
naar de aanstormende auto, vlak achter hem vliegen de
mensen door de lucht en hij beseft niet dat de dood hem
op een paar meter voorbijraast. Hij staat rustig met de
handen op de rug.
Vandaag gaat het leven voor ons weer gewoon verder, de
terrassen zitten vol, veel mensen hebben een vrije dag
genomen, het weer is stralend mooi en de vlag is
ingehaald.