29 februari. De zandzuiger vreet een rand van de wei en
het strandje af. Als alles klaar is en weer begroeid
ziet het er heel natuurlijk uit, maar nu is het een
puinhoop.
Andere mensen op plaatsen waar ik niet ben, zien en
horen al kwikstaarten, leeuweriken en goudvinken. Hier
nog geen mus!
Jachman zag al twee keer van de week vier/drie reeën
achter bij de beek. De laatste keer was mooi: Hij ruimde
daar takken op en hoorde wat in de beek vallen. Toen hij
opkeek, bewoog het water nog en sprong net een ree in de
beek, zweefde de andere oever op, en nog één, en nog
één, op dezelfde plek. Het waren er dus vier. Mooi. Ik
kan gewoon jaloers worden dat ik er dan niet bij ben!
Tja, dan moet ik ook maar takken opruimen...
28 februari. De beek is gemeten. Drie kerels van een
dure meet-'group' kwamen met 3 auto's aanrijden.
Het embleem met naam op hun bestelwagen kon ik op
internet nakijken en daar stond, dat het een bijzonder
geavanceerde 'group' was met zeer gekwalificeerde
medewerkers. Goh. Nadat het gekwalificeerde personeel
zich in oksellaarzen en oranje jassen gestoken had, wat
zeker een half uur duurde, gingen ze met de
meetapparatuur het bos in. Meetlatten van 4 m. zijn niet
handig om ermee tussen struiken door te lopen. Ze hadden
gevoel voor humor en tijd genoeg. Een theodoliet met
statief is ook een onhandig ding als je de 3 poten naar
voren houdt tenminste.
Maar ze waren heel aardig, maakten leuke mopjes over in
het water vallen en een natte broek krijgen. Eén was de
pineut. Die moest de hele tijd in de beek lopen om het
meetlint over te brengen en de meetstok op de bodem te
zetten. 'Het regent mevrouw, enne als hijhier valt, kost
het spatten u een nieuwe camera.'
Het was jammer dat ze de grond onder de jonge beukenhaag
wegtrapten en over de net opkomende groothoefbladplanten
liepen.
Toen ik vroeg, wàt ze nou eigenlijk maten, kreeg ik als
antwoord: De doorstroomafmetingen van deze sloot. SLOOT!
Onze beschermde prachtige wilde beek een sloot?
Barbaren. Gekwalificeerde!

27 februari. Vervolg van kraanvogelwaarneming (zie ook
23 februari). Dochter die aan de Lahn woont, belde
gistermiddag helemaal verrukt over de duizenden
kraanvogels die gistermorgen tussen 11 en 12 overkwamen
tijdens een stormbui. Normaal passeren ze daar aan het
eind van de middag. Ze waren zo vroeg, omdat ze zich
door de zuiderstorm konden laten meevoeren. Ze vlogen
niet, ze zeilden. Ze stuurde later een stel foto's. Van
de warreling van vogels midden in de storm tot de
formatievorming toen het rustiger werd. Ze had nog nooit
in zo korte tijd zoveel kraanvogels gezien!

26 februari. Vanmorgen gelopen bij ruim 11º C en
windvlagen, in een zachte harde wind dus Mooie
taal Nederlands. De reigers waren zo te horen niet blij
met de injecteerder die dicht langs hun bos door de wei
denderde. Kunnen vogels eigenlijk ruiken?
Vogels. De boomklevers zijn gek op zonnebloempitten. Die
verstoppen ze in spleten van bomen, onder dakpannen en
dergelijke plekken. Vanmorgen maakte één het zich wel
erg gemakkelijk. Hij zocht een mooie dikke pit van de
voedertafel ( keurde er zeker tien voor hij de beste
had) en ging er mee onder de tafel zitten. Nee, niet om
de pit open te peuteren, maar om hem in de grond te
duwen. Toen nog een keer hetzelfde geintje. Grappig.
25 februari. Wat zagen we vanmorgen? Drie hazen die
achter elkaar aanzaten, maar steeds eenzelfde afstand
tot elkaar bewaarden. Ging er één zitten, dan bewogen
ook de andere twee niet meer. Foto's niks geworden.
Een vissende reiger op een strategische plaats, precies
op de vistrap. De stroming lijkt behoorlijk sterk, het
verbaast me dat hij kon blijven staan.
Speenkruid. Nog niet erg veel, maar het begin is er.
Jachman tussen zijn vertrouwde vijanden, de mollen.

Zondag 24 februari. De sleedoorn bloeit! Ik dacht dat ze
die bij het Hilgelo allemaal gekapt hadden, maar in het
bosje zijn er een paar blijven staan. Het is een grijze
morgen, niet zo geschikt voor een lentefoto.
We hebben wel eens gespeeld met het idee om bij
zonsopkomst te gaan wandelen. In de winter makkelijk
genoeg, dan lopen we al ver voor zonsopkomst, maar in de
zomer? Om zes uur wandelen? Of nog vroeger? Vooral in de
lente is het uur voor de zon opkomt één groot
vogelconcert. We zijn eens in mei om half vijf in het
donker naar het Korenburgerveen gefietst. De excursie
begon een kwartier later. Om half zes kwam de zon op,
maar in die tussentijd hebben we enorm veel vogels
tegelijk gehoord, zonder storing door verkeersgeluid.
Overweldigend. De excursieleider had een naam voor die
periode voor zonsopkomst, maar die weet ik niet meer.
23 februari. Toen ik vannacht even het grote buitenlicht
aandeed, zag ik drie steenuiltjes rond de schoppe
vliegen, net grote vleermuizen. Ze zijn er dus toch nog!
Dochter die bij het duitse Limburg woont, zag
gistermiddag vijf grote kraanvogel-V's noordwaarts
vliegen. Voor haar het begin van de lente. Ze móet het
nieuws even kwijt. Trekvogels oriënteren zich kennelijk
op de Lahn, maar die maakt daar een 240º slinger,
waardoor ze vaak in de war raken. Ze dalen dan, zwermen
doorelkaar, maar pikken dan toch de goede richting weer
op en formeren weer een V. De laatste V vloog hoger en
had geen last van de slinger.
Het eerste kleurtje van het
groothoefblad. Nou ja, groot? Het is te zien, laten we
dat zeggen.
22 februari. Negen graden is het vanmorgen. Jachman
denkt, dat bij zo'n temperatuurtje de handschoenen
misschien wel thuis kunnen blijven. 't Is nog wel geen
tíen graden, het eigenlijke omslagpunt, maar een man is
niet kinderachtig, dus gaat hij moedig met blote handen
de ochtendwandeling beginnen.
Verrassing: We komen drie nieuwe mensen tegen! En
het seizoen is nog niet eens begonnen. Twee zijn
Achterhoekers, dat merk je direct, die zeggen normaal
moó'n, de ander zal wel een duitser of een westerling
zijn, die zeggen niks als je ze groet.
De manzwaan zwemt alleen voor de rietkraag heen en weer,
zijn vrouw zal wel aan de leg zijn. De eenden waren
vannacht ook al met lentespelletjes bezig, wat een
herrie op de beek. Ik verheug me wel weer op piel-endekes.
21 februari. Gisteravond om 11 uur was de maan nog heel goed te zien.
Een beetje wazig, dat wel. Jassen, sjaals, klompen,
fototoestel en verrekijker klaargelegd om zó uit bed
klaar te zijn voor de maansverduistering vannacht. Het
Duitse weerbericht zei dat de vooruitzichten op een
waarneming minimaal waren, maar we hoopten toch...
Jachman was al voor vier uur het bed uit. Het was zwaar
bewolkt. Pech. Maar misschien over een uur... Dus
Jachman om 5 uur weer het bed uit. Weer niks. Een slecht
voorteken? Hij heeft voor vandaag een afspraak bij de
tandarts.
Vanmorgen werd er weer hevig gegierd op dezelfde wei van
1 februari. Hoeveel mest mag er in de grond op een
bepaald oppervlak?
De keizerskronen stinken de grond uit. Rond de schoppe
hebben we die jaren geleden aangeplant tegen de mollen.
Vorige week stond er in de tuinrubriek van de krant weer
een heel artikel over de afschrikwekkende werking van kk
op mollen.
Onze mollen hebben die artikelen niet gelezen en gaan,
geheel onwetend van het stinkende afschrikwekkende
gevaar, verder met gangen maken onder de planten door.
Niet alleen op deze plek, maar overal waar die
vreselijke keizerskronen staan.
