20 februari. Jachman is voor deze winter klaar met
snoeien. De bomen die afgezet zijn, beginnen al te
bloeden. Door de zachte winter kon J. heel vaak buiten
werken en de voorraad hout die dat opleverde, is bijna
te groot voor de berging.
We krijgen al een beetje de reiskriebels, zijn begonnen
met op te schrijven wat we eventueel willen vervangen
aan kampeerspullen, de caravan is al weggebracht voor
een goede beurt, ik ben begonnen met het reisverslag van
vorig jaar dat nog steeds op het rare bloknootje stond,
netjes in een klapper over te schrijven en tussen de
foto's te voegen die er al inzitten. Het moet wel klaar
zijn voor we weer weggaan.
Vanmorgen waren er geen zwanen op het Hilgelo. Zouden ze
echt op de vlucht gaan voor de zandzuiger?
De laatste dagen zijn er steeds weer drie roodborstjes
bij de voedertafel. Ik moet eigenlijk zeggen onder de
kokosnoten. Ze zitten onder de pikkende mezen,
boomklever of specht die boven hun koppies aan het
hakken zijn en kijken hoopvol omhoog. Er valt genoeg
lekkers op de grond. Ze zitten nog net niet met open bek
te wachten.
De eenden die hier uitgebroed zijn bij de beek
worden door Jachman zo gedresseerd dat ze stukjes brood
uit de lucht opvangen, ook als ze in de beek zwemmen en
J. van de bijna twee meter hoge oever af het brood naar
ze toegooit. Het opvangen lijkt makkelijker dan het is,
ze moeten constant zwemmen, tegen of met de stroom mee.
Ik doe 't ze niet na.
19 februari. Op het fietspad kwamen we in het
schemerdonker een varken tegen.
Een kleintje weliswaar, maar hij knorde behoorlijk hard
en kwam op ons af. Jachman had net gezegd, dat we bijna
nooit een hond zonder baas zien, maar toen vonden we dit toch wel
een erg gekke hond. Hij was zwart gevlekt
en had een dunne lange staart met een pluim aan het
eind.
Ik vergat helemaal een foto te maken, zo verbaasd was
ik. We liepen voorzichtigheidshalve toch maar met een
boog om hem heen, maar hij had geen kwade bedoelingen en
liep gezellig knorrend een eindje met ons mee. Er werd
kennelijk geroepen of gefloten, want opeens draaide hij
zich om en huppelde het pad naar de boerderij op.
Het schijnen leuke huisdieren te zijn. Vinden sommige
mensen.
18 februari. Een koude morgen, een grijze lucht. Heel
andere sfeer dan gisteren. Nog even een foto daarvan. Niet
alleen op glas zaten ijskristallen, ook op dakpannen,
tenminste op de geglazuurde. De ijssterretjes zijn veel
kleiner dan
op de ruiten. Als je denkt, dat wij een wel heel raar dak
hebben, dan heb je gelijk. Die vreemde indruk komt
doordat ik de oorspronkelijke
foto naar rechts geroteerd heb, waardoor hij lang en smal
werd. Zo vind ik hem als beeld spannender.

De zandzuiger liep inderdaad vanmorgen, tot grote woede
van de zwanen. Ze schreeuwden om de paar minuten. Hoewel
ze in het riet zitten, zo ver mogelijk weg van de
zuiger, voelen ze de trilling waarschijnlijk toch goed
en zijn misschien daardoor zo onrustig. Ook de eenden en
meerkoeten moesten niks hebben van die verandering.
Zondag 17 februari. We liepen net een hele ronde om het
Hilgelo. De zandzuiger lag nu in het water, morgen
zullen ze wel met het zuigen beginnen.

Als je een beetje je ogen dichtknijpt, kun je je
voorstellen dat je heel in de verte een groot kasteel
kunt zien liggen.
In de 'baggerseeen' - zoals onze oosterburen deze
inmiddels prachtige meren noemen- bij Doetinchem en
Bredevoort is afgelopen week roodalg gevonden. In de
krant werd gewaarschuwd dat honden er ziek van kunnen
worden als ze gaan zwemmen. Nog niets gehoord over het
Hilgelo.
Het vriest nog behoorlijk. Om half tien heb ik de
thermometer in de wei gelegd: -6ºC.
IJs op de windschermen. Door het glas van de openstaande
deur heen zie je het glas van een scherm met
afschrikvogel.
16 februari. Ik had van dochter al een paar weken
enthousiaste verhalen gehoord over de blauwe kiekendief
boven de Lierense enk en vandaag heb ik hem met eigen
ogen gezien. Wat kan die zwenken, korte bochten draaien,
vanuit zit opvliegen en gelijk wegdraaien, echt een
luchtacrobaat! Er zitten daar een massa muizen en die
lust hij heel graag, al heet hij geen muuzendief.
Het is een mannetje, heel licht van kleur, vrouwtjes
zijn groter en bruinachtig. In de winter jagen ze door
het grootteverschil op verschillende prooien en gaan dan
soms naar verschillende jachtgebieden. Ook wel
eens leuk.
15 februari. De zandzuiger
werd vanmorgen weer in het Hilgelo neergelaten met een
enorme kraan. Op 1 mei moet hij weg zijn vanwege de
toeristen. Vorig jaar is er geen zand gezogen dus nu is
het al twee jaar geleden dat hij daar lag. We merken er
eigenlijk niets van, want hij ligt aan de westkant van
het meer. Ik vind het wel boeiend om te zien hoe ze de
zware kabels met een bootje naar de palen op de oever
brengen om het gevaarte vast te leggen.
De ganzen die al maanden in de wal overnachten, waar nu
de kraan bezig is, waren helemaal van slag. Vlogen
scheldend met zijn tienen rondjes boven de kraanwagen en
het water. Zou ik ook doen als er opeens zo'n gevaarte
voor mijn bed stond: wegwezen jullie, wij moeten hier
iets onduidelijks doen! Ik zou ook mijn bed uitvliegen.
Scheldend.
14 februari. Valentijnsdag. So what? Die commerciële
toestand staat me tegen. Lief zijn voor je beminde
speciaal op 14 februari? Net dierendag. Zie de etalages.
't Is eigenlijk zo kinderlijk om daar aan mee te doen.
Voor jonge verliefde mensen is het een leuke
mogelijkheid om een kaartje te sturen aan je beminde op
een dag dat het eigenlijk niet opvalt, iedereen doet
het. Anderen kunnen hun liefde wel op een volwassener
manier tonen.
Nee, dit heeft niets met de natuur te maken, ik dacht
alleen aan kattig zijn. Ik dus.
Een gek gezicht om recht omhoog naar katjes te kijken.
Net als bij grote sneeeuwvlokken. Zo mooi was het weer
dinsdagmiddag nog. Zelfs een oud dak ziet er maar wat
knap uit in de voorjaarszon.

13 februari. Aan de achterkant van de berg heeft onze
haas een geliefd kuiltje, verscholen onder klimop,
brandnetels en lage takken van breed uitgestoelde
liguster. Meestal is hij/zij alleen, soms zien we er
twee door de wei sloffen. Ze zien eruit als
mensenpubers, te lange benen en armen, te onhandig om
die schoonheid uit te buiten, altijd moe. Zo ziet onze
haas er ook uit. Snugger is ie ook niet ( zie 22
januari). Vanmiddag was Jachman helemaal achterin de wei
bezig en ineens zag hij haas, haas zag J. ook. Haas zat
verscholen tussen de dode rietstengels op het lage
landje bij de beek.
Haas stond op, keek of situatie gevaarlijk was, neu,
geen haasten nodig. Hij kwam overeind, slakkerde (
ongecontroleerd, slingerend lopen) met een half
drafje naar de berg, liep er niet omheen om bij de
achterkant te komen, nee, hij nam de trap, ging even op
het bankje zitten volgens J. , maar dát geloof ik zelfs niet, en liep onder het bankje door naar zijn
zitkuil. Ik moet toch mijn mening over hazensnuggerheid
herzien.
12 februari. Het werd inderdaad 15ºC
gisteren. Het was buiten warmer dan in de gang bij de
schilderles. Het voelde gewoon zomers aan bij het naar buiten
lopen.
Ik liet nog niet de wilde of verwilderde crocusjes zien
die dit jaar overal opslaan, langs de beek, buiten het
hek, midden tussen wielsporen op het pad. Ze zien er
bleker uit dan de gekweekte. Hun voorouders zullen wel
uit een zakje komen, maar deze slaan op waar gerommeld
is in de grond.
De merels zijn aan de bessen van de klimop begonnen. Ze
schijnen eerst bevroren te moeten zijn voor ze eetbaar
zijn. Nu vinden ze ze heerlijk.
We liepen al om half acht buiten, Jachman moest naar de
kapper namelijk en dan ligt natuurlijk ons hele
dagschema overhoop. Volop zon met een paar nevelslierten
om acht uur.
Nu
om 11 uur is het stralend blauw. Geen voorspelde mist te
bekennen.
11 februari. Een van de
eerste bomen waar je de lente aan ziet, is bij ons de
treurwilg. Bijna ongemerkt gaat het gouden
herfstkleurtje over in het gouden lentewaas. Van
dichtbij ziet het er zo uit:

Rondom de stam is een open
plek, zodat je in een prieeltje lijkt te zitten als het
blad verder uitgelopen is. De al aanwezige 'bloem' is al
te zien op de tweede foto.
Vandaag wordt het 15ºC volgens de radio, maar vanmorgen
zag het er nog winters uit!
