Zondag 10 februari. Wat een dag, net zomer! De motoren
zijn weer van stal gehaald, de fietsen opgepoetst,
thermosflessen gevuld, rugzakjes van zolder gehaald,
klaar voor naar buiten, joech hei! We zeiden van de
week, laten we maar op zondag naar Deventer gaan, dan is
het niet zo druk als op een doordeweekse dag. Misgegokt,
het was dubbel zo druk als afgelopen maandag.
Maar een feestelijke drukte, lekker gezellig getoeter
achter je als je bij op groen springen een seconde
later dan mevrouw het gedaan zou hebben, optrekt.
Vrolijk wappert ze met beide handen boven haar hoofd, o
ja, 't is hier fijn koopzondag en daar moet ze op tijd
bij zijn natuurlijk.
Deze week begon het jaar van de Rat. Ik ben een Rat.
Hebt u dat nog niet gemerkt dan? Het eerste wat we
vanmorgen zagen toen we de weg overstaken, was een
aangereden morsdode waterrat. Nog nooit gezien een
aangereden rat. Wel marter, eekhoorn, haas, konijn, kat,
hond, merels, duiven, buizerd, uil, massa's egels en
slakken, maar nooit rat. Op de vlucht geslagen voor de
witte vloed van afgelopen week? Op vrijersvoeten? Een
jonge rat die het huis uit is gezet?
Ik vind het altijd jammer, dat je de achtergrond van een
dier nooit zult kennen. Die van een mens ook bijna
nooit, maar dat zou je, als je het zou durven te vragen
en je zou ook nog antwoord krijgen, te weten kunnen
komen.

Waarom ik deze rat hier laat zien? Omdat ik te veel het
mooie van het buitenleven laat zien volgens sommigen en
omdat ik natuurlijk drommels goed weet, dat er ook
trieste en vreselijke dingen plaatsvinden in dat
'romantische' dieren-nachtleven.
9 februari. Het verhaal over de zilverreiger en de
blauwe reigers (4febr) krijgt een vervolg. Zus mailde
gisteren en ik mag het van haar hier kopiëren:
Bericht uit Steenbrugge:
De 3 minkukelige
machoreigers hebben zich machteloos scheldend
teruggetrokken. Wat is er gebeurd?
Mevrouw de Groot van
Zilver tot Reiger heeft zich verloofd met een
prachtexemplaar van haar eigen witte stand.
Vanmorgen heeft ze hem voorgesteld; ze schreden zij
aan zij door de wei, net een een-eiige tweeling.'t
Wordt dus geen mesaillance.
Net bij zonsopkomst leek
het net of de beuk met open armen de zon begroette.

Ik heb ook in het braakballenboek, Veldgids
diersporen, nagekeken uit welke bek de braakbal van
gisteren kwam. Meest waarschijnlijk uit die van een
buizerd. Komt beter uit dan uil, de buizerd is al
weken daar in de buurt en ook als Jachman dichtbij
aan het snoeien is blijft hij op z'n hoog
uitkijkpunt zitten. Beschrijving van de bal in het
boek:
diameter in doorsnee in mm: 25-30, lengte: 45-70,
vorm: ovaal of cilindervormig, viltig, met veel
muizen- of konijnenhaar, weinig botresten.
Ik heb hem niet uit elkaar gehaald, maar
konijnenresten kan bijna niet als er geen konijn
meer in de buurt is overgebleven. Muizenresten zijn
duidelijk te herkennen. Van een buizerd dus.
8 februari. Als ik een roodborstje was, zou ik ook
lekker in het zonnetje gaan zitten fluiten. En wel zo
hard en melodieus, dat de mensen het in huis zouden
kunnen horen en naar buiten zouden komen om mij op de
foto te zetten. Ik zou dan wel iets lager gaan zitten,
zodat ze me beter zouden kunnen zien.

Bij mijn rondgang door de wei zag ik deze enorme
braakbal met muizenresten. Hij is ruim 7 cm lang, grijs
en spoelvormig, lijkt me niet van een uil. Nakijken. Lag
onder een eik bij de beek aan de rand van de wei.
7 februari. Witte weiden bij -0,1ºC en in het bos
grote plassen en glibberige modderpaden als rest van het
onweer van gisternacht. Twee werelden. De zon schijnt al
in het bos.
Spelende kinderen hadden 2 weken geleden met gezaagde
stammetjes die ChrisJan dicht bij de beek in het bos had
laten liggen een dam gebouwd. Door het hoge water van
gisteren is hij weggespoeld en nu liggen de resten onder
de brug vastgehaakt. Net naast de brug staat in de berm
tegenover ons huis een plek verwilderde sneeuwklokjes.
Overal in de berm, tot dicht bij het dorp zijn ze
spontaan opgekomen de laatste jaren. Ziet er heel wat
mooier uit dan colablikjes en patatzakken.

Ik sprak R. vorige week. Hij woont aan de rand van het dorp. Hij maakt
elke week de berm schoon van zijn huis tot aan de brug,
zegt hij, maar dan doet hij het laatste stuk bij ons aan
de overkant toch niet goed, dat doe ik namelijk ongeveer
een maal in de maand en dan ligt er echt veel oud vuil.
Ik zie wel vaak de andere buurman, die richting Meddo
woont, het stuk van de brug tot zijn huis met kruiwagen
en handgrijper schoonmaken. Dat doet hij op het moment
dat de jeugd die in Winterswijk naar school gaat naar
huis fietst. Of ze zich generen?
6 februari. Na het onweer van vannacht is de Willinkbeek
weer helemaal wit van de meegespoelde kalk. Nog nooit
kon ik zo'n scherpe lijn tussen de beken bij de
samenvloeiing zien.

Op mooie warme zomeravonden als we lang
buitenzitten, horen we wel eens een plons in de beek,
een waterrat, die geen zin heeft te wachten tot we naar
binnen zijn gegaan. We zien zelden een rat. Door de
wisselende waterhoogten in dit stuk beek, staan de
holen, die bij lage waterstand in de oever gegraven zijn, onder water bij hoog water, met het gevolg
dat de jongen verdrinken. Het graven in de beekoevers is
in dit hoog gelegen gebied geen ramp, maar als er te
veel ratten komen, gaan die naar lagere gebieden, waar
ze wel een gevaar zijn voor de dijken.
Ratten worden
door een leger beroepsvangers gevangen met klemmen voor de holingang en met
vangkooien, waarin ze verdrinken.

Maar elk jaar krijgen
de 10.000 moeren die de winter overleven weer minstens
drie nesten jongen. Vechten tegen de bierkaai voor de
rattenvangers.
Er wordt onderzoek gedaan naar betere en humanere
methoden om de prachtige dieren in toom te houden. De
moeilijkheid is, dat de muskusrat geen dag leeft als hij
gevangen is. Proeven met reukstoffen en ultrasoon
geluid kunnen alleen in het veld gedaan worden.
Wat al wel werkt, is de warmtecamera die verschil in
bodemtemperatuur van minder dan een halve graad
duidelijk aangeeft. Kijk
hier
voor meer informatie.
5 februari. Halverwege de wandeling worden we al
ingehaald door de voorspelling van het morgenrood. Harde
wind uit het zuiden en grote regendruppels. Daar worden
we goed wakker van.
Het dode konijn is spoorloos verdwenen. Jachman zag een
paar dagen geleden een dood halfwas konijn achterin de
border liggen. Zijn aandacht was getrokken door een
cirkel pluis en haren op de grond. Een paar meter verder
lag het konijn met een stuk uit zijn oor en bijna kaal,
maar verder was er geen verwonding te zien.
Waarschijnlijk was het toch hetzelfde konijn dat laatst
pas aan de kant ging toen Jachman vlakbij hem was.
Gisteren was er geen spoor meer van te ontdekken. Het is
dus waarschijnlijk in zijn geheel weggesleept door een
vos of een marter. Of een verwilderde kat.
4 februari. Met wijze zus gesproken vandaag. De
sleedoorns zullen weer uitlopen, waarom zou ik me boos
maken! Gelijk heeft ze.
Zelf bericht ze regelmatig over de grote zilverreiger,
die al wekenlang telkens opduikt op het oude maïsland
aan de rand van Deventer. Eerst kwam er één blauwe
reiger (die veel kleiner is) om aandacht bedelen, toen twee en
nu telkens al drie tegelijk. Ze houden elkaar scherp in
de gaten. Als de onkruidbegroeiing te hoog blijkt om er
met gerekte hals overheen te kijken, dan springt de
nieuwsgierige met stijve poten recht omhoog om toch de
inelkaargedoken concurrent te zien.
Ik wou dat ik het eens kon zien.
Ik zag niks.
Zondag 3 februari. Vrijdag waren in het walletje achter
de klompenmaker een heel stel jonge boompjes
roodgemerkt. Ze moesten gekapt worden om de andere
boompjes ruimte te geven. Dat is zo te zien aardig
gelukt.
Wat ik veel erger vind, is, dat ze een stuk of zes
schitterende sleedoorns finaal omgezaagd hebben. Ze
stonden langs de zijkant van ditzelfde bosje elke vroege
lentemorgen als het ware te dansen in de ochtendzon. De
'worstepinnekes', waar ik mijn tweede gedichtje ooit (
in 2002) toen ze nog heel jong en pril waren, over
geschreven heb. De danseresjes bij het meer. En waarom
moesten die weg? Ze werden waarschijnlijk te groot.
Trokken de aandacht weg van het driehoekje pas gepote,
stijf opgesnoeide kastanjes ervóór. Ik ben boos!!
2 februari. Soms zie je een groep meeuwen net als
buizerds al cirkelend hoger en hoger vliegen. Om vis te
vangen kan dat nuttig zijn, je ziet dan een groter
gebied waar scholen visjes kunnen zitten. Al moet je dan
wel héél goede ogen hebben natuurlijk. Maar vandaag
zagen we hier in de Achterhoek ook weer zo'n stel
meeuwen omhoog klimmen en hier zit echt heel weinig vis.
Wel zaten er vanmorgen honderden meeuwen op de gisteren
gegierde wei. Wormen. Heerlijk! En gemakkelijk zo: waar
die tankwagen heen en weer rijdt, kruipt/zit voedsel
voor het oprapen.
Combinerend: De hoogvliegende meeuwen kijken waar de
rode grote of de gele kleine injecteerder heenrijdt,
hopen dat hij op weg is naar een grote wei en gaan er dan
achteraan. Is dit geen fraaie wetenschappelijke
verklaring van hoogvliegende meeuwen boven land zonder
vis?
1 februari. Als ik om goed
zeven uur wakker word, ruik ik de overweldigend zoete,
doordringende, weeïge stank al van 1 februari. Bij de
overburen wordt gegierd. Een zware injecteerder met een
batterij vèrstralers voorop rijdt al over de hoge eswei.
Het is vandaag opening van het gierseizoen en zuidwesten
wind, recht onze kant op.
Op deze weiden wordt nog verscheidene keren gegierd voor
de koeien naar buiten gaan. Ik weet niet hoeveel liter
er totaal op een meter mag, maar het moet wel een
gigantische plas zijn.
Elk jaar ben ik weer blij dat het bij ons niet meer
gebeurt.
Jachman heeft de eerste
mol gevangen van dit jaar. Deze had al dagenlang enorme
hopen gemaakt tussen de bloembollen. Ook na ettelijke
zeer duidelijke waarschuwingen van J. hield hij er niet
mee op. Tja.. 't Lijkt wel maandagmorgen, mijn gezeur
;-)