31 januari. Een rose
wereld, echt ochtendgloren. De contrasten zijn zo groot,
van diepe schaduw tot doorbrekend daglicht, dat de
camera niet weet hoe waarop in te stellen. En ik ook
niet. Maar het geeft toch een indruk van rose wolken, rose
water, rose bomen.
De twee teruggekeerde zwanen ontbijten, ze zijn nooit
tegelijk helemaal boven water, om de beurt gaat hun
lange hals onder.
Op de terugweg foto gemaakt van de vistrap die nu weer
te zien is. Vorige week bij het hoge water stond er
bijna een meter water boven. Nu is duidelijk aan de
zandafzetting te zien hoe hoog het stond.

30 januari. Raadsel van
gisteren, slecht zien, is opgelost. Had de lenzen
verwisseld, moet gelijk bij het begin al gebeurd zijn.
Stom natuurlijk. Lieve, zeer tactvolle opticien. Maar
gelukkig zie ik nu weer een zak voor een zak aan.
Boomklevers. Vorig jaar was er één paartje boomklevers,
dat altijd om het huis scharrelde en in een boom net aan
de overkant van de beek nestelde. Als Jachman het
fluitje nadeed, kwamen ze aanvliegen: ha, vers voer.
Afgelopen herfst verongelukte er één, vloog tegen de
ruit. Na een paar weken waren er drie. Een nieuw paartje
erbij? Je kunt het verschil tussen de geslachten 's
winters niet zien. Maar nu beginnen de veren een heel
klein beetje rood te kleuren aan de zijden van de
mannetjes en we kunnen zien dat er twee vrouwtjes en een
mannetje zijn. Hoe zal dat aflopen?
Bij de grauwe vliegenvanger zagen we eens een heel
seizoen twee mannetjes en één vrouwtje bij de broedkast.
Nooit ruzie.
29 januari. De andere
witte eend heeft ook een wilde partner, ze zwommen apart
van de groep. Het was te donker om op die grote afstand
het geslacht vast te stellen. Het zwanen echtpaar is ook
weer gearriveerd.
Even wat anders: omdat ik brildrager ben en niet altijd
stil ga staan als ik om me heen wil kijken, struikel ik
om de haverklap over boomwortels buiten of lage
tafeltjes in winkels binnen. Vervelende gevolgen soms.
Zouden contactlenzen niet handiger zijn dan een bril. Ik
heb ze nu drie weken, maar ik zie in de verte veel
minder goed. Die verte begint bij drie meter.
Gisteren zag ik een spierwit konijn/hond/albino vos? in
het bos aan de overkant van de beek. Ik stond stil om
goed te kijken, camera in de aanslag. Beest ging in
dekking achter lage begroeiing, ik kon hem zien liggen,
plat neergedrukt tegen de grond. Poosje gewacht, er
gebeurde niks. Jachman was al bijna thuis, die wacht
niet op me, en ik ging ook maar. Net op dat moment kwam
het beest overeind en rende naar een kuil iets dichter
bij de beekoever. Nu zag ik hem helemaal niet meer, zo
diep zat hij erin. Ik wachtte een paar minuten, maar er
gebeurde niks meer.
Verhaal in geuren en kleuren, wit alleen, aan J.
verteld, die had niks gezien.
Vanmorgen gelijk weer gekeken of er nog een schim van
het dier achtergebleven was. Ja!
Een grote witte plasticzak had zich vastgehaakt aan een
struik onderaan de beekoever 50 meter stroomafwaarts.
Weg mooi verhaal over een bijzondere waarneming.
28 januari.
Al weken
geleden hoorden mensen in de rest van het land de grote
zanglijster al zingen, zelfs op 12 januari al. In
de natuurrubriek stond het zo duidelijk: De grote
zanglijster zingt in januari. Verdorie, waarom doet dat
beest het hier niet, dacht ik elke morgen. 't Is al
bijna februari! Maar vandaag om 10 voor 8 floot een man
in de bomen bij Samberg tegen een eventuele
concurrentmeneer die zich nog niet meldde. Maar op de
terugweg van onze wandeling floot er een net zo hard
terug. Weer datzelfde welluidende schelden. Heel
ver te horen. Lente!
Door het hoge water van vorige week zijn hier en daar
weer beekoevers uitgehold. Er zijn weer bomen los komen
te staan en omgevallen. Het zijn vooral de nieuwgegraven
beeklopen die zelf kwetsbaar zijn. Daar zijn ook de
wortels van bomen die er toevallig stonden doorgegraven.
Gevolg, scheefzakkende en omgevallen bomen. Deze
bijvoorbeeld. Nu staat hij nog scheef, maar zodra hij in
het blad komt en topzwaar wordt, gaat die ook.

Zondag 27 januari.
De
reigers zijn weer massaal terug op de koloniebomen
achter Oud Beusink. De hele winter zagen we er wel een
paar, maar vanmorgen vlogen er zo'n 25 boven de bomen.
Ze 'zingen' nooit welluidend, maar nu was het helemaal
een klereherrie. Een geluid omschrijven is moeilijk,
maar het leek op blaffen, trompetteren, krijsen, brommen
en klepperen. Het leek vooral op 'deze was vorig jaar
van mij!' en of dat op een nestboom of een vrouwtje
sloeg, kon ik niet goed verstaan. Net toen we weer thuis
kwamen, vloog er een reiger over met een v-vormige
inkeping aan de achterkant van een vleugel. Kennelijk
misten er een paar veren. Gevochten?
Nog meer lentenieuws: één van de twee witte eendjes
heeft een wilde vrouw gevonden, of zij hem. Raar
dat ik altijd dacht aan wit eendje = vrouwtje. Ze
zwemmen apart van de groep andere eenden.
26 januari. Na de marktgang heb ik even door de tuin
gelopen op zoek naar iets bloeiends, 't is tenslotte
over 2 maanden al volop lente! De oogst is niet om over
naar huis te schrijven, maar in huis erover schrijven
kan wel. Twee in de zon stralende crocussen, een
polletje sneeuwknopjes, bíjna al -klokjes in de schaduw
en een paar in de storm slingerende hazelaarkatjes.
Verder madeliefjes in bloei en narcissen in knop.

Jachman is bezig het eikmonument (18 jan.) met zand te
bedekken. Wat doen we met de wetenschap van een prachtig
stuk natuur onder de grond? Zullen we een gedenkbordje
aan het hek vastmaken? Een nieuwe eik planten op een
betere plaats?
Ik heb ook al de neiging om 'betere plek' te zeggen,
door 'plaats' te gebruiken laat je immers wel zien dat
je niet meer van deze tijd bent. Toch is voor mij
'plaats' een woord dat een lang verblijf, bijna iets
eeuwigs, aanduidt, wat 'plek' niet heeft.
25 januari.
Koud! wit gras, harde wind, maar heerlijk
buiten. Op het Hilgelo zijn de twee groepen eenden hevig
verontwaardigd dat we al zo vroeg zijn. Mens, het is nog
donker, stoor ons niet. Als ik ze zo hoor, komt het
sprookje van het lelijke eendje in mijn gedachten, met
het eendje dat uitgroeide tot een mooie witte zwaan. In
elk van de eendengroepen zit middenin een witte eend.
Eerst was er één grote groep met een wit eendje altijd
in het midden, nu zijn er al weken lang twee kleine
groepen, met elk een wit eendje ergens in het midden.
Het lijkt eigenlijk meer op Sneeuwwitje en de 14
dwergen.
24 januari.
De blanke barken waar Jo, de buurvrouw, zo
van houdt, hebben in de loop der jaren het loodje
gelegd. Ze stonden al in het bosje toen wij hier kwamen
wonen en dat Jo er zo van hield, was het eerste wat we
over haar hoorden. Deed ons plezier. We plantten dichter bij ons huis in
de border nieuwe berken aan, maar die doen het vooral
goed waar ze uit zichzelf opslaan, en dat was bij ons
dus niet zo goed. Maar nu kan ik vol trots een nieuwe grote blanke
barke aan Jo laten zien. Hij is opgeslagen op een hoge
plek, staat blank te stralen op de top der, nee, niet duinen, maar
gewoon bovenop onze hazenberg van 3 meter hoog. Jo kan hem in de
winter vanuit haar huis net zien.

23 januari. Geen gezeur over alweer regen, slecht weer
bestaat niet, alleen slechte kleding, las ik eens. Wel
erg kort door de bocht, maar er zit iets in. Ik ga
zometeen fijn warm in mijn ribbroek en dik jack naar de
markt.
Zal me niet ergeren aan de ijskoude wind die altijd rond
de Grote kerk waait, zal met de onverstoorbaar vrolijke
poelier lachen om de prachtkwaliteit van zijn kippetjes,
zal me wel ergeren bij de visboer, die een stoet
personeel heeft dat het liefst met elkaar staat te
donderjagen en je zogenaamd niet ziet, omdat de baas
zelf wel lekker warm in de kroeg zit, zal even
nostalgisch over Grolle praten met Bennie van de
groentekraam, die al pensioen heeft , maar de markt niet
kan missen en daarom ook zijn 67e verjaardag daar vierde
onlangs, waarbij de hele markthoek voor hem zong omdat
hij ook nog eens op taartjes tracteerde die zo uit de
doos in drie happen tussen het sinasappelstellen door
opgesmikkeld werden, zal bij Sahin verrukkelijke olijven
snoepen en zijn nieuwe onberispelijk schone uniform,
dat van zijn kinderen en personeel, dat altijd gemeend
vriendelijk is, bewonderen, en zal dan verkleumd van kou
bij De Koets een glas hete chocolademelk met een
likeurtje en slagroom drinken om weer bij te komen. Ik
ga nu!
22 januari. Een prachtige lichte morgen met een bijna
volle maan boven het Hilgelo. We zijn niet de enigen die
daarvan genieten, ook de eenden en ganzen zijn nog
duidelijk hoorbaar wakker.

Als Jachman de gordijnen opendoet, ziet hij een
konijntje dicht bij de plek waar de crocussen moeten
opkomen daarop zitten wachten. J. gaat naar buiten, weg
jij, maar het dier blijft gewoon zitten. Pas als J.
naast hem staat, huppelt het weg. Zal ook wel ziek zijn.
De haas is nog wel vaak in de buurt, een bange haas en
ook niet erg snugger. Hij zit graag aan de achterkant
van de 'berghelling' onder de klimop. We lopen op een
paar meter afstand langs hem heen, maar zien niets,
denken ook niet aan haas. Als we een meter of 30 verder
zijn, rent hij ons op net zo'n afstand naast ons
voorbij. Dat zie je ook bij fazanten, reeën en nog meer
dieren. Vroeger bij het verstoppertje spelen, zongen de
kinderen die al gevonden waren als waarschuwing naar de
nog verborgenen: Blijf zitten waar je zit en verroer je
niet, want de dief komt eraan!
.... dan kwam er nog iets achteraan wat ik niet meer
weet.
21 januari.
Regen! Het is weer een spectaculair gezicht
de beken die zo hoog staan. Het regent wel langdurig
maar niet hard. De grond is echter verzadigd van water
dus dat vloeit allemaal af naar de beken. De
takken die na het werk van ChrisJan half in de beek
waren blijven liggen, spoelen nu misschien weg. Ze zijn
in ieder geval nu onzichtbaar. Het water stroomt hard
als een bergbeek. We zijn wel blij met de zware
veldkeien die aan onze kant van de beek een stevige wal
vormen. Net een foto gemaakt, de keien liggen onder
water. Op de foto komt het water van de Ratumse Beek
recht op ons af en van rechts komt de Willinkbeek.
We lopen even door het
Bonnink. Het water stroomt tegen het kleine bruggetje,
stroomt keurig onder het klaphekje door de wei in en vormt
een brede gracht om de wal rond de droge kikkerpoel
rechts!
