11 september. Gisteren liepen
er binnen een half uur drie zwarte torren over de stoep
bij de keuken,
een heel grote en twee kleinere. Jachman had er vorige
week ook al een binnen gezien. De grootste stak zijn
achterlijf omhoog en leek wel wat op een
minischorpioentje. Ik had vergeten mijn camera op te
laden en kon zo gauw geen foto maken.
Op Gardensafari
hier
en dan naar beneden scrollen, vond ik
onderstaande foto en een beschrijving. Zo zagen wij hem ook. Het is een
kortschildkever, de Stinkende kortschild, die veel in
tuinen voorkomt. Ik schat dat het exemplaar dat wij
zagen wel 4 cm lang was.

12 september. We hebben voor
het eerst sinds 12 augustus weer vroeg gewandeld. De
vier pinguineenden renden nog precies zo van de camping
naar het water als toen. Vlak bij elkaar en rechtop
gestrekt. Oneends.
Naast ons huis en dan tot aan de waterval staat nog
water in de beek. Als je goed kijkt, zie je het nog heel
langzaam stromen. Verderop, in het Bonnink, staan hele
stukken droog. De regen, die hier gevallen is, werd
kennelijk nog helemaal opgenomen door de bossen,
bouwlanden en weiden.
Bij het bospad staat een waarschuwingsbord voor de
eikenprocessierups. Bedek armen en benen en ga niet op
de grond zitten.
Vanmorgen zag ik op het
terras bij de kamer een kleine kortschildkever vliegend
een vlieg vangen. Hij ging ermee op een stoel zitten. In
4 minuten had hij hem leeggezogen en liet hij de rest op
de grond vallen. Daarna vloog hij zelf weg.

13 september. Nu ik die
zwarte kortschildkevers ken, zie ik ze vaker. Er valt
nog veel te leren!
Gisteren van Jo ook weer les gehad in het Wenters. Ik
lees haar voor wat ik heb geschreven en zij zegt dan,
dat je iets niet zó, maar zó zegt in het plat. Plat??
Nou kom ik in het geweer. Nedersaksisch is een Taal. Nu
al erkend onder Deel ll van het Handvest voor Regionale
Talen en Minderheidstalen, maar in opmars naar Deel lll.
Als de Provincie Gelderland tenminste net zo
enthousiast meedoet (= meebetaalt) aan het onderzoek
door twee professoren van de Rijksuniversiteit Groningen
naar de haalbaarheid van erkenning onder Deel lll als de
provincies Groningen, Friesland, Drenthe en Overijssel
en de gemeenten Oost- en Weststellingwerf. In De Moespot
no 219 van september 2008 doet Lex Schaars verslag van
de stand van zaken.
In het plat zeg je ipv riejen (= rijden) ook vaak
veur'n. Komt van paard en wagentijdperk natuurlijk.
Dat doet me weer denken aan een kennis van Jachman die
bij ons thuis theorie vliegles van hem kreeg. Hijzelf
woonde buitenaf op een grote boerderij met een enorme
lap grond. Daarop wilde hij, als hij zijn brevet had,
een privéstartbaan aanleggen - als z'n vader eerst maar
overleden was. Die zag namelijk het belang van een flink
lange startbaan niet in, 'dat kon best wat korter'.
Nee, dat kon niet, had hij zijn vader uitgelegd, want
dan zouden de mensen zeggen: Wat veurt dèn weer leege
ovver de pöppels! Wat vliegt die weer laag over de
populieren.
Veur'n is dus ook vliegen. Dat wou ik er maar mee
zeggen.
Zondag 14 september. Wat een
mooie dag! Om 8 uur weer een aardig eind gelopen, maar
ik merk dat ik bang ben om weer te vallen en kijk dus
onder het lopen veel minder om me heen dan ik gewend
ben. Gaat wel weer over.
Zoals nu met oostenwind kun je heel goed zien dat de
Baumberge, net over de grens in Duitsland, een
brongebied voor wolken zijn. Daarboven stijgen grote
cumuluswolken op, die vadaag al weer voor een groot deel
zijn opgelost als ze hier zijn. De lucht is heel helder
diepblauw.
De pot met basilicum die in de bloembak bij de keuken
staat, werd de laatste week aangevreten door slakken.
Grote gaten in de bladeren en slijmsporen. Geen slak te
bekennen als ik de pot onder de kraan hield. Alleen een
paar pissebedden kropen er uit. Maar vanmorgen had een
joekel van een bruine naaktslak zich kennelijk verslapen
en lag nog eventjes rustig zijn snoepreisje te
overdenken bovenop de aarde. Ik pak die beesten alleen
nog maar aan met de spaghettitang en gooi ze dan met een
zwaai over het windscherm in het onkruid langs de beek.
Vreet dat maar op! Gooien gaat ook uitstekend met links.
Zouden ze eigenlijk de weg terug kunnen vinden? Van de
week las ik ergens (bij Gerrit?) dat huisjesslakken een
vaste slaapplek hebben. De schrijver merkte de huisjes
met een viltstift en had reuze lol als de kleinkinderen
riepen, dat nummer 7 weer thuis was.
17 september. We waren even naar onze dochter in
Duitsland, die ook nogal eens ongelukkig terecht komt.
Niet ongelukkig terechtgekomen is, dat is heel iets
anders! Dit keer heeft ze een enkel gebroken. Is dus ook
nog eens onthand vanwege de krukken. Met mijn goede
benen en één goede hand ging tafeldekken en afruimen
heel goed, aan haar mond mankeert niets. En zeiden ze
vroeger ook niet zoiets als: een huisvrouw gaat nooit
met lege handen naar de keuken?
We hebben met bewondering gezien hoe onze schoonzoon
bijspringt om het iedereen naar de zin te maken. Net
toen wij er waren werden ze oudoom en -tante. Ik vind de
Duitse naam Grossonkel und -tante zeker zo aardig.
Ze wonen dicht bij de Lahn en ik leerde nu dat de bedding
niet door die rivier uitgeslepen is, maar dat die precies
op de grens loopt van twee aardplaten, één met vooral
kalk en de ander met leisteen. Het kraanwater heeft daar
een hardheid van 23ºdh en op een paar honderd meter van
hun huis hebben ze nog een stuk steile grond waar
ijzererts gedolven is. De bovenlaag van hun
tuin bestaat uit klei en wat bij ons op de zandgrond
niet wil groeien, doet het daar geweldig, zoals akelei
en wilde hyacintjes. Wildjaloers kan ik daarop worden.
Maar als ik dan aan het zware bewerken denk, is die
jaloersheid snel over.

Onder hun huis en tuin en de wei erachter is mangaan en
ook ijzererts gewonnen in vooral dagbouw, maar er zijn
ook nog tunnels, die in de oorlog als schuilkelder
gebruikt werden. In de omgeving waren ook zilvermijnen,
o.a. in Bad Ems de Grube Friedrichssegen. In de
Romeinse tijd werd daar al naar zilver en lood gezocht.
Zouden de Oranjes er ook meer van weten? Oraniënstein
ligt er tenslotte dicht in de buurt.
18 september. Sinds maandag
denderen de maïswagens weer langs. Er schijnt in sommige
percelen een ziekte te zitten, waardoor de opbrengst
snel achteruit loopt. Vandaar de vroege oogst.
Toen we gisteravond aan tafel zaten, werd er begonnen
aan het perceel hiertegenover. Vreemd, want dat staat er
juist superflorissant bij. Ik naar buiten om poolshoogte
te nemen. Niks te zien, en toch hoorde ik de
maaimachine. Helder ogenblik: zou er bij ons...?
Ja, Bertie was de wei aan het maaien achter onze rug.
Echt hooien zal niet meer kunnen, maar tegenwoordig gaat
het gras na kneuzen en even aandrogen in een luchtdichte
plastic verpakking.
Hier nog een foto van rare Duitse schapen achter de tuin van Carla. Ze
worden niet geschoren en zien er dan zo flodderig uit.

19 september. De maan stond nog hoog aan de hemel toen
de zon opkwam. Veel vliegtuigstrepen, net een bekraste
lei. De zon scheen net in het verlengde van zo'n streep,
zodat er een lange schaduw vooruit viel.

Het is toch al herfstig bij
het water. Het Hilgelo stoomt. We kunnen gewoon niet
wegkomen, zo'n film speelt zich daar voor onze ogen af.
Steeds verplaatsen de nevelwolken zich, watervogels
verschijnen en verdwijnen, de weerkaatsing van zon en
oevers in het water verandert steeds, boeiend.
Ik heb nog geen flatscreen HDTV nodig.