31 mei. Met een brandschone auto naar Doetinchem gereden
om in het Staring Instituut gespannen te wachten op de
uitslag van de door het Instituut uitgeschreven
schrijfwedstrijd in het Nedersaksisch. Ik had een
verhaal ingestuurd, omdat ik vooral het laatste jaar
gegrepen ben door de taal van deze streek, die deel
uitmaakt van het Nedersaksisch. Er waren zes
genomineerden en van zes naar één werden de schrijvers
bekend gemaakt. Als er nog maar twee overzijn en jij
bent daarbij, dan wordt het wel heel spannend! Ik
heb gewonnen. Felicitaties, hapjes en drankjes voor de
genomineerden en de gasten. Prima voor elkaar en
gezellig. En dan voorlezen natuurlijk.
Ik was nog nooit binnen geweest in het Staring
Instituut, maar het is de moeite waard om daar eens te
snuffelen in de enorme hoeveelheid boeken en
documentatiemateriaal over Gelderland. Het blad dat 4x
per jaar uitkomt, heet De Schaorpaol. De schoorpaal. Het
miniboekje met de zes korte verhalen heet Flonkergood en
is het boekenweekgeschenk volgende week bij
aankoop van een streekboek uit de regio Achterhoek,
Liemers en Lochem.
Dit lijkt me een mooi moment om een zomerstop in te
lassen voor het Log. Buitenzijn is voor mij in deze
maanden aanlokkelijker dan achter de computer zitten.
Tot na de zomer dus!
30 mei. De zware onweersbuien zijn hier gisteren net
langsgegaan. Bij dochter op de Veluwe is gistermorgen de
bliksem 2x ingeslagen op de weide-afrastering. Het slaat
daar vaker op en elke keer schrik je je weer wezenloos.
De honden en paarden natuurlijk ook.
Ons huis zal wel bliksemproof zijn, het staat al bijna
160 jaar.
We hadden een paar dagen geleden het weerbericht gemist
waarin gezegd werd de auto maar niet te wassen, omdat er
regen kwam waarin fijn zand zat. Geen saharazand, maar
iets heel scherps. Jachman had dus de auto gewassen.
Piekfijn, was in maanden niet zo mooi geweest. Volgende
dag regende het even behoorlijk en de auto was me toch
smerig! Eerst dachten we aan stuifmeel van de acacia's,
maar de helft van de auto's in het dorp zag er zo uit.
De andere helft had kennelijk binnen gestaan.
Gisteren heeft hij opnieuw de slang erop gezet, gesponsd
en gezeemd. Toen het goed droog was, zag je nog het
grijze stof erop gekleefd zitten. Het zal wel kleistof
zijn, omdat het zo plakt. Toch moet het eraf, want als
je er droog over veegt, krast het de lak en de ruiten.
29 mei. De zon schijnt als we om 7 uur gaan wandelen en
het is 17ºC. Zo in je bloesje wandelen geeft een echt
zomergevoel!
De ree ( soms twee) laat zich nu ook overdag wel eens
zien. Het gras staat zo hoog, dat ze er bijna in
schuilgaat. We denken dat de vlierstruiken die voor de
dennen staan veel aantrekkingskracht hebben, want daar
gaat ze steeds recht op af. Maar misschien gaat het ook
wel om de zachte uitlopers van de dennen.
De gouden regen is nu bijna uitgebloeid. De jonge
struiken bloeiden dit jaar beter dan de oude. Mijn zus
maakte deze foto.

De rozen beginnen volop te bloeien, de zeepjeslucht is
vooral 's avonds goed te ruiken.
Waar zijn de forsytia's, malussen, prunussen en andere
voorjaarsbloeiers gebleven? In maart/april staat elke
tuin daarmee vol. Lijkt wel. Nu zijn ze onzichtbaar
geworden.
Net als de zon op dit moment (8 uur). De lucht trekt
helemaal dicht.
28 mei. De schade door uitgebroken vee is toch groter
dan Jachman eerst dacht. Het lijkt er nu op of er één of
meer koeien uit de wei hierachter uitgebroken zijn. Het
opgehoogde pad langs de beek is vertrapt, diepe gaten
van grote poten, en ook in de beide lengtepaden zitten
diepe gaten. De grond is bij ons veel losser dan in de
wei hierachter waar koeien en soms paarden lopen. Echt
vervelend allemaal en dat alleen door dat idiote lawaai
bij een feestje.
Vanmorgen waren we al om zeven uur buiten aan het werk.
Mijn afdeling is inmiddels verzorgd, het voortuintje
ziet er weer redelijk uit. Zevenblad, kleefkruid,
paardebloemen, graspollen, wild woekerend ander spul,
het is grotendeels verdwenen. Verplaatst naar een lage
plek in het bosje hiertegenover. Met een half jaar zie
je er niets meer van. Het leuke is dat volgend voorjaar
de per ongeluk mee uitgetrokken bolletjes en
zaaiplantjes staan te bloeien in dat bosje. Zo staan ook
al uitgezaaide sneeuwklokjes sinds een paar jaar in de
berm van hier tot de eerste huizen van het dorp.
27 mei. Langs het Hilgelo bloeit nu overal de Rambling
Rector. Deze roos is daar op sommige plaatsen al 3 m
hoog. Hij vormt een heel dichte struik, bloeit overdadig
met trossen witte bloemetjes, maar dat doet hij jammer
genoeg maar kort. Van deze roos heeft Jachman er 20
aangeplant en tot nu toe doen ze het goed.
Of ze erg geschrokken zijn van de schapen van C-J die
zondag losgebroken zijn, toen bij hun baas een
carbidbusfeest aan de gang was en één van hen tussen de
rozen doorsprong, dat kunnen ze niet vertellen. De
schapen en alle honden uit de buurt, de wandelaars en
fietsers op de zandweg schrokken wel van de onverwachte
ontploffingen. Wij schrikken niet meer zo gauw van de
lawaaiige acties van C-J, al was het dit keer wel
storend. De verbouwing die hij zelf met hulp van
vrienden uitvoert, nadert het einde en dan mag er even
in de bus geblazen worden. Uit de bus, liever gezegd.
Behalve 1 geknakt takje en nogal wat zenuwkak plus een
paar diepe pootafdrukken in de plantgaten is er niets
van de schaapswandeling te zien.

26 mei. Onderweg zagen we vanmorgen deze kale haan op
een paaltje langs het wandelpad. Een gekke aanwijzing
voor een speurtocht? Ziet er wel grappig uit.

De volgende foto's laten een
nog kleine klimmer zien die Jachman als stek vorig jaar
uit Zuid-Frankrijk meenam. De ook meegenomen oleanders
hebben het niet gehaald, maar deze bloeit op het
ogenblik. We weten alleen niet wat het is. Het lijkt op
een soort passieflora of misschien op kamperfoelie, geen
idee. De bloempjes zijn hooguit 4 cm in doorsnee. Als je
hem kent, wil je dan zo vriendelijk zijn om te
mailen hoe hij heet?

Zondag 25 mei. Na het zachte
regentje hebben we aansluitend 2 totaal verschillende lussen gelopen, de ene
door het bos bij de beek en de andere langs het fietspad
en over het strand van het Hilgelo terug. We zijn toch
wel rijk dat we in een gebied wonen waar je zulke
verschillende landschappen zo dicht bijelkaar hebt, dat
het binnen een uur te belopen is.
Net precies kwam de jonge ree die we al eerder zagen uit
de border en stapte heel rustig over het gemaaide pad
recht op ons af tot bijna voor het raam. We zaten
doodstil te kijken. Ze schrok van iets op de weg en
verdween met een paar grote sprongen in het hoge gras
van de hooiwei.
Deze koekoeksbloemen stonden bij elkaar. In de flora
zocht ik de naam van de witte. Vond voor de roserode de
naam Dagkoekoeksbloem. Vroeg me af of er dan ook een
Nachtkoekoeksbloem was. Ja, die is er, rosebloeiend. Èn
er is nog een Avondkoekoeksbloem, witbloeiend, deze
dus?? Hoeft niet, er is ook nog een
Bastaardkoekoeksbloem. Vergeet ook de Echtekoekoeksbloem
niet, met de veervormig ingesneden rose bloemen!
Allemaal Anjerfamilie.
