Zondag 15 april. Drie warme dagen gehad met zelfs
gisteren 25ºC op de noordmuur. Tot half negen buiten
gezeten. Is alles vroeger dan vorig jaar?
De sleutelbloemen gelijk, de kers bloeit nu volop -
vorig jaar op 2 mei, dotterbloemen gelijk, bosanemonen
gelijk, malus nu-vorig jaar 5 mei, uplandse smeerwortel
gelijk, de tendens lijkt te zijn: wilde planten gelijk,
gekweekte nu eerder. Weinig bijen. Veel dikkopjes. De kersebloesem valt
onbevrucht af. Dagpauwogen eten van de complete
bloempjes die op de grond
gevallen
zijn.

14 april. De winterkoning is eindelijk tot rust gekomen.
Het nest is af en bewoond. Wat ze niet in gebruik
genomen hebben, begint nu al onder de dakpannen uit te
zakken. Tot vreugde van merels en andere profiteurs.

Het konijn heeft gewonnen. Ze graaft sneller een gang
dan wij die dicht kunnen gooien. Mijn auto begon al weg
te zakken!
We zien de laatste dagen steeds deze bont zandoogjes
dartelen, vaak met zijn drieën. Vrouw met twee mannen?
Ze rusten graag in de rode es, die nu bloeit. Deze even
op de bank. Gezellig met vlieg.
Vertelde ik al over het muskuskruid? Dit is een
makkelijk over het hoofd te zien plantje. Volgens de
flora is het nogal zeldzaam, behalve in Limburg, Twente
en Achterhoek. Houdt van kalk en beekoevers. Zo'n kleine 20 jaar geleden
besloten we om aan het 'randenbeheer' mee te gaan doen,
ook werd vanaf toen de wei niet meer bemest.
Langzamerhand kwamen de oude plantensoorten weer terug.
Het ging zo langzaam omdat we ze niet wilden inzaaien,
de wei moest vanzelf weer gezond worden.
Hij is nu al zo gezond dat het muskuskruid langs de
beekkant weer terug is.
13 april. Er is zoveel te zien aan groei en bloei
buiten, dat ik liever daar ben dan binnen achter de
computer. Mijn laptop kan mee naar buiten natuurlijk,
maar er mee omgaan zoals op de reclamefoto, is me nog
niet gelukt. Een bevallige schone ligt op haar buik in
de bloemenwei, lacht naar het scherm waar duidelijk al
iets heel moois opstaat. Hoe komt dat op het scherm
terwijl ze op haar buik ligt? Er moet een trucje zijn,
ze heeft een derde en vierde handje ergens, want haar
eerste en tweede ondersteunen het bevallige hoofdje.
Waar zijn de mieren, die bij mij zelfs in huis in de
computer kruipen? En stuifmeel, is dat niet slecht voor
het apparaat? In de garantiebepalingen staat, dat die
niet gelden bij gebruik in de open lucht. En wel zelf
zo'n mooie foto er bij leveren. Bovendien is er op mijn
scherm in de volle zon nauwelijks iets te zien.
Misleiding!
Over naar de stand van zaken. De blauwe regen zit dik in
knop, net als de clematis die er doorheen groeit. Wie
bloeit het eerst? De blauwe regen heeft knoppen die
eruit zien als voorwereldlijke reuzentorren, de
clematisknoppen zien eruit als devote elfjes (?)

12 april. Een rijtje foto's van een konijn. Op de plek
waar de caravan moet staan wil een konijn een hol maken
voor de jongen. Wij willen dat ze ergens anders een nest
maakt, er is ruimte genoeg hier. Er zitten stenen en
stukken dakpan in de grond ter versteviging van de plek.
Dat is voor haar juist een voordeel zo'n stevig dak.
Gisteren ging ik in de auto er vlak naast zitten om te
kijken of ik een foto zou kunnen maken. Raampje open en
wachten maar. In de achteruitkijkspiegel kon ik zien of
ze eraan kwam. Na een kwartier was het raak!
11 april. Op 25 november 2005 brak de top uit een jonge
eik. Jachman zaagde de kleine takken er af en zette de
rest op 3 takpoten rechtop in de wei bij de beek. Het
leek net een kies met wortels. Ik wilde er iets mee
doen, gewoon een uniek kunstwerk maken bijvoorbeeld, maar als
zo vaak: er kwam steeds iets tussen.
De afgelopen week zat een bonte specht steeds verwoed tegen de bast te hakken en
er gaten in te maken. De bast liet los toen Jachman er
tegen tikte en eronder zag hij een hele kolonie
pissebedden. Er waren nog andere dieren die
kunstzinniger bezig zijn geweest dan ik: boktorren.
Mooie gangen maakten ze onder de schors en diepe gaten
en gangen voor het broed.

10 april. 51 van de 56 paasvuren zijn met goedkeuring
van de brandweer zondagavond aangestoken. We zijn niet
wezen kijken, maar zagen wel de vuurgloed tegen de hemel
afsteken. In mijn herinnering was het vroeger intiemer.
We gingen met een stel van de middelbare school ergens
kijken in Kotten of Brinkheurne waar bij een boerderij
een vuur aangestoken werd. We zaten op de grond, steeds
iets naar achteren schuivend vanwege de gloed, en zongen
samen. Als de grond nat was had de boer wel voor wat
geïmproviseerde zitplaatsen gezorgd, boomstammen,
houtblokken, en anders stonden we.
Nu is het een toeristisch spektakel, met volle
parkeerterreinen, rijen langzaamrijdende kijkersauto's,
geïrriteerde toeterende erachter hangende mensen die op
willen schieten want het volgende vuur is veel groter,
er is te veel licht rondom, soms staat er zelfs een
brandweerauto bij, voor alle zekerheid. Nee, ik hoef
niet meer zonodig.
9 april. Deze dag, negen april, mag ik nooit vergeten
van Cilia Rozijn en dat doe ik dan ook al bijna 60 jaar niet.
Ze schreef het in mijn poesie-album en het eerste waar
ik vanmorgen aan dacht was aan dat in 4 stukken geknipte
zinnetje schuin in de hoeken van de bladzij.
Vanmorgen zat de haas op vrijersvoeten dicht bij de
keukendeur en schrok geweldig toen ik die opendeed. Hij
sprong naar de weg, toen onder de brugleuning door de
beek over en verdween in het bos. Angsthaas!
Er hokken al een paar dagen vier woerden bij elkaar op de beek,
echt een soort mannenclubje. Er komen er steeds meer
bij. De vrouwen zitten onder de
hulst op eieren.
Eindelijk lukte het om de witte kwikstaart te
fotograferen tegen een donkere achtergrond. Hij zit
op ZIJN dak, dat nu helemaal van hem is. Er zijn echter
kapers op de kust: een paartje spreeuwen en dat moet je
niet hebben, waakzaamheid is geboden! Je moet er wel
voor op het uiterste puntje zitten.

Zondag
8 april. Pasen. Een dichte mist zakt als een wolk uit de
lucht en rolt door het bos naar het omgeploegde
maïsland. Het is opmerkelijk stil, weinig
watervogelgeluiden bij het Hilgelo. Er wordt gebroed en
dan moet je niet te veel de aandacht trekken. Ook op de
stampvolle campings is alles in diepe rust. De hoopvolle
zitjes onder de caravanluifels staan er wat misplaatst
bij. Veel Ruhrgebiet nummerborden.
Ik zwaai en roep in de mist uitbundig al van verre
'goeiemorgen!' naar onze buren die ook al vroeg aan de
wandel zijn, maar zonder te reageren lopen ze Duits
pratend langs ons heen. Geen knikje zelfs. Foutje. Waarom horen we geen
kerkklokken luiden? Dat hoort toch bij paasochtenden?

Later breekt de zon door en struin ik rond op zoek naar
bloeiends. Zoals dit viooltje dat tussen de stenen door
omhoog komt. Bijna nog sterker vind ik deze kastanjeknop
die al helemaal compleet met blad en kaars uit een
afgebroken takje groeit.
7 april. Het is gelukt! Er is een winterkoningin die de
riante 5meter woning wel wat lijkt. Ze helpt mee met het
afplukken van dunne zachte grassprietjes. Ze nemen maar
éen kamer in gebruik voorlopig. Hij zingt! Dat ontbrak
er eerst aan en daarom duurde het vergeefse bouwen
natuurlijk zo lang.
Het weer. Wat krijgen we de komende dagen? Vraagtekens
volgens het KNMI in de Gelderlander:
6 maart. Oei, april natuurlijk! Ik heb gisteren nog al opgeschept over die
brem, maar bij nader inzien is het nog niet zo'n
geweldige vertoning. Het is nog een heel jong en lief
klein struikje, dat zegt: kijk mij eens, ik ben al een
grote echte bremstruik! Bij deze dan.

Het was weer zo'n zonnig
mistige morgen, met zonnebanen die er volgens sommigen
zo lekker kitschig uitzien, maar die ik wel heel mooi
vind!
5 april. De brem bloeit! Al een paar dagen zat er een
enkel bloempje aan, maar nu bloeit hij helemaal. Er was
vanmorgen geen zon en ik wil hem persé met zon
fotograferen, dus morgen probeer ik het opnieuw. Het is
de gewone diepgele wilde soort, niet de ziekelijkbleke
tuinsoort.
Op zondag 18 maart schreef ik over de winterkoning die
druk bezig was aan een rijtjesnest. Hij is nog bezig. Er
ligt nog zoveel blad onder de beuk dat allemaal nog
onder de pannen moet! Hij is nu al 4,5m verder. Geen
winterkoningin wil erin.
4 april. Een heldere ochtend en daarom een opvallend
heldere maan boven het Bönnink. Hij lijkt nog bijna vol
om half zeven. Het begint aan de grond te vriezen.

Als ik naar huis terugloop,
zie ik het afval van onze welvaart in de berm voor het
huis liggen. Een halfvolle fles cola en een paar
prachtige boterhammen met ham. Zo uit het autoraampje
gekieperd.
3 april. Mijn woordkeus leidt tot vreemde suggesties.
Een lezeres met een dirty mind, dat moet wel,
veronderstelde na mijn vraag van gisteren, of het
misschien Jachman was, die boven de beek, die ploemp? Ik
heb het nagevraagd. Nee! Dit voorval bewijst wel dat ik
mijn woorden niet meer zo vrijelijk kan kiezen. Jammer,
mevrouw M.
Wat gaan we vandaag doen? De kleine voortuin zomerklaar
maken. Er ligt nog een massa dor blad dat nu wel weg
mag. Ik wacht altijd met opruimen, totdat ik kan zien
wat er waar weer opkomt. Dat spul wandelt wel eens naar
een onverwachte en ongewenste plek maar ook zijn er wel
eens onverwachte juweeltjes, door vogels overgebracht.
De brandnetels komen nu massaal op, met als goede(!)
tweede dit jaar het zevenblad. Ze wisselen wel eens om.
Je kunt ze allebei eten, 't is heerlijk en gezond
propageren mijn oude Goede Aarde boekjes, maar het lokt
me niet erg. Als kind schijn ik gezegd te hebben: ik
lust het wel maar ik hou er niet van.
2 april. Steeds vind ik het jammer dat ik niet
alles weet! Welke beekbewoners zijn in het schemerlicht
van half zeven onzichtbaar bezig met vechten of elkaar
het hof maken, maar met veel gedoe van opspattend water
en geploemp of er iets zwaars in het water valt? Het
lijkt op een kikkervrijpartij maar die doen dat in
stilstaand water en niet in een beek, al stroomt die
langzaam wegens de lage waterstand. Ik heb op een meter
afstand gestaan en kon absoluut geen dieren ontdekken.
Geen vissen, geen kikkers, geen ratten, geen vogels. Stom gedoe! Zulke
dingen vind ik nou nooit in een boek. Weet iemand
die dit leest het misschien?
Zondag 1 april. Je zou
verwachten dat het op zondagmorgen als het nog maar net
begint te schemeren heel stil is buiten, nou vergeet het
maar. Rustig is het wel, er zijn bijna geen auto's en
helemaal geen motoren, hogedrukspuiten, injecteerders
en meer van die lawaaischoppers te horen. Maar stil,
nee, daarvoor maken de vogels te veel herrie. Dit is hun
uur.
Je denk toch niet dat ze Gods lof zingen, vroeg een
biologieleraar eens retorisch, vergeet het maar, ze
schelden elkaar verrot. Dit is allemaal van mij,
wegwezen jij!! Ik ben de beste man, ik heb de grootste
bek, mij moet je nemen!!!
Als je goed luistert, hoor je dat erin. Vanmorgen waren
vooral de uilen op dreef, de bosuilen in het bos
natuurlijk en de steenuilen in de dennen achter de wei.
Twee fazanten waren ook al bezig hun territoriumgrens
scheldend af
te palen.
De kwikstaarten vinden ons oude dak een
prachtplek om te wonen en hun hoge piepzang is alleen
voor elkaar bedoeld, het dak is gewoon hun eigendom, dat
is toch algemeen bekend?
Vanmiddag zagen we aan de rand van
Schalkhaar dit volop bloeiende koolzaadveld. Bij ons
rond Winterswijk zie je dat nog maar weinig, dus ik moest even een
foto maken.
Het deed me denken aan vroeger toen ik een jaar of vijf
was. Op een bouwlandje dicht bij ons huis aan de rand
van het dorp bloeiden prachtige gele bloemen. Ik wilde
mijn moeder verrassen en plukte een enorm boeket, dat ik
met beide armen tegen mijn buik aan moest drukken en
waar ik nauwelijks overheen kon kijken. Ze was er niet
blij mee. Gaf uitleg over koolzaad en olie en dat de
boer nu minder kon oogsten. Terugbrengen naar waar het
vandaan kwam, zou niet helpen, het boeket aan de boer
aanbieden nog minder, ze zette de bloemen in vazen in de
kamers. Een feestelijk gezicht, waar ik niet vrolijk van
werd.