28 februari. 't Is gelukt na ruim 48 uur, het gat in de
waterleiding is gedicht. Vier busjes met 2 man plus nog
een kleine graafmachine klaarden het karwei in vier uur.
Een linde moet behoorlijk beschadigd zijn want de
wortels kwamen mee uit de grond.
Wat ik hoorde en zag de afgelopen dagen? Onder andere:
kraanvogels die naar het noorden vliegend tussen kwart
voor 8 en half 9 hier overkomen, hoger dan op de
heenweg, de rustplaats dus verder weg, wind uit de
zuidhoek.
Een paar dagen achter elkaar groepen trekkende kieviten
20 à 25 exemplaren.
Zeven reigers in het weitje bij Oud Beusink, de kolonie
in het bosje is weer vol in bedrijf. Veel geschreeuw.
De eend die steeds het dak opwilde, heeft nu onder de
hulststruik aan de overkant van de beek op het
schiereiland een nest gemaakt, denk ik. De bruine
eekhoorn ( er is ook een bijna zwarte) heeft weer bast
van de olm afgetrokken, er zijn nu 2 spierwitte takken.
De zanglijster begint al om half 7 's morgens te
fluiten, al weken lang. Gisteren hoorde ik zo'n mooie
merelzang, daar kan de lijster echt niet tegenop. Die
zingt wel hard, maar niet mooi, meer als 'unzen Ben'.
Dat zei buurvrouw Smit tenminste tegen z'n moeder:
'Jullie Ben zingt wel hard, maar niet mooi!'
26 februari. Zaterdagmiddag toen we weer thuiskwamen van
een rondje weg met ouderwets pannekoek eten, zagen we
voor de zoveelste keer een behoorlijk lek in de berm aan
de overkant. Die waterleidingbuis moet wel zo slecht
gelegd zijn! Een paar keer per jaar is er een breuk in
het stuk dat wij kunnen zien. Nu is het maandagmorgen
half tien. Al bijna 2 volle dagen stroomt er met een
behoorlijke snelheid drinkwater weg via de snel gegraven
goot naar een greppel, en dat in onze zo milieubewuste
gemeente.

Zondag 25 februari.
De worstepinnekes beginnen te bloeien bij het Hilgelo.
De meeste mensen noemen deze boom sleedoorn maar de
echte specialisten Prunus spinosa. Geen foto gemaakt,
want het regende. In de oude Herwig van 1937 gekeken
naar bloeitijd: april-mei. Dan is het nu wel
uitzonderlijk vroeg. Ik maakte al eens een versje over
ze. Het staat op de pagina
Bergmeer 2.
Op het meer was het een enorme drukte van honderden
meeuwen. Veel gekrijs en geruzie. Dat deed me denken aan
ons eerste huwelijksjaar. Nee, niet wat je denkt! We
woonden toen in een zomerhuisje in de Holterhoek tegen
de Duitse grens aan. Op een dag in maart hoorden we een
vreemd geluid, dat de hele dag en nacht aanhield. Ook de
volgende dag nog. Nooit gehoord, we konden het ook niet
thuisbrengen. Toen we op onderzoek uitgingen bleek het
uit Duitsland te komen. Hoewel we zo de grens over
zouden kunnen stappen, er was alleen een greppeltje,
kwam dat niet in ons hoofd op. Het was 1955 en de strook
waar wij woonden was verboden gebied. Omdat we er
woonden hadden wij een speciale pas, maar vreemden
mochten daar alleen overdag komen. We gingen dus met een
grote omweg keurig via de officiële grensovergang op
zoek naar het geluid. Het bleken duizenden meeuwen te
zijn die aan het nestelen waren in het Zwillbrocker
Venn. Ze maakten daarbij een oorverdovend lawaai. Net
zo'n lawaai hoorden we vanmorgen, maar dan van veel
minder vogels.
23 februari. Heel
even was er een oranjerode zonsopkomst. Morgenrood,
water in de sloot, maar het is een heerlijke droge dag,
14ºC.

Vanmorgen zag Jachman
Hennie kip zonder aanloop hoog naar een beukentak
vliegen die over de beek heengroeit. Het wordt echt een
wilde kip. Ze ziet ons nog steeds als haar grootste
vijanden: elke keer als ze van het voer vreet dat we
elke morgen strooien, houdt ze nauwlettend de deur in de
gaten waardoor die mensen komen die haar voer willen
stelen, de boeven.
22 februari. Het was puur
genieten op de Hoge Veluwe vandaag. Bij Kröller Müller
baadde het park met de beelden in de lentezon.

De witte fietsen werden al
druk gebruikt. Onderweg zag ik een grote vlucht kieviten
boven het Ruurlose Broek. Thuis zag Jachman een V van 60
kraanvogels. In januari vlogen ze naar het zuiden en in
februari komen ze al weer terug. Dat loont ook de moeite
niet!
20 februari. Nee hè, toch
niet weer al die drama's net als in de afgelopen 3 jaar.
Wilde eend klautert uit de beek en begint keurend om de
schoppe te lopen, dan een eindje de border in onder de
struiken door, weer terug naar de schoppe en dan... ja
hoor, ze weet het weer: daar boven achter de schoorsteen
die op 2/3 hoogte uit het dak steekt, moet ze altijd een
nest bouwen. De woerd sukkelt gelaten achter haar aan,
ze doet maar, hij vindt alles best. We weten al wat er
komt, nest maken, in een week 3 eieren erin leggen,
eekhoorn ontdekt de eieren en maakt ze soldaat. Wat heet
ontdekken, hij heeft de hele ontwikkeling van dichtbij
met belangstelling gevolgd. Eend maakt nieuw nest in de
hydrangea bovenop het lage dakje 5 meter verderop, legt
3 eieren, duurt 6 dagen, eksters ontdekken nest met
eieren en eten ze leeg. Eend maakt nieuw nest in de
dakgoot tussen huis en schuurtje. Weer het hele
legverhaal, maar daar is totaal geen bescherming, de
eieren zwemmen in het water als het regent, liggen uit
te drogen als de zon schijnt, eekhoorn en ekster lusten
ze niet meer, maar maken ze wel kapot. Uiteindelijk gaat
eend een nest bouwen tussen de brandnetels op de berg,
het is dan inmiddels laat in het voorjaar en de rovers
hebben niet meer zo'n behoefte aan eieren.
Dit nest komt uit.
We zien wel wat het dit jaar wordt.
We hebben een paar jaar
een eend gehad, haar grootmoeder meen ik, die het wel
lukte om een nest achter de schoorsteen te bouwen. Toen
het broed uitkwam, rolden alle pielekes tegelijk van het
dak en renden luid piepend achter moe aan naar de beek.
Het tweede jaar had ze weer een mooi nest, maar op een
kwade dag met storm woei de bodem eruit en rolden de
eieren naar beneden. Het derde jaar bevestigden we een
aardappelschilmandje achter de schoorsteen, dan had ze
al een stevige bodem. Ze ging eronder zitten in plaats
van erin.
19 februari. In ieder geval
zien we vandaag de zon, al is het zoeken. Om 8 uur komt
hij voor eentiende tussen de wolken door nét even boven
de bomen uitpiepen.

Rosenmontag vandaag. Zou er buiten een roosje bloeien?
Nee, alleen een verdroogd knopje. Wel staan in de
berm aan de overkant de sneeuwklokjes in bloei.

Zondag 18 februari. Dichte mist.
Het lijkt meer laaghangende bewolking dan grondmist. We
maken wel vroeg onze ochtendwandeling maar daarna komen
we bijna niet buiten. Het enige 'natuurgebeuren' is het
dopen van de grootbloemige begonia's, het voeren van kip
Hennie, en zoeken in de tuin of de sperwer de botsing
met de ruit overleefd heeft. Er is geen spoor te vinden
van een zielige vogel met hoofdpijn, er ligt zelfs geen
veertje. Zou zo'n vogel ook minder goed afstand kunnen
schatten bij mist?