21 december. Een
sprookjeswereld. Geen verhaal, alleen een paar plaatjes
van vanmorgen half negen. De eerste geflitst, de rest
gewoon. Enne.... het is 's avonds al een minuut langer
licht, ongeveer!

20 december. Echte
temperatuur -4ºC , gevoelstemperatuur -8 º vanmorgen.
93% relatieve vochtigheid. Beetje oostenwind, koud!! Aan
de oostkant van bos en huis is alles wit van de rijp,
aan de westkant niets. Bij de buren staat de auto ook
buiten: dak en alle ramen dik bevroren, maar mijn auto
is helder blauw en doorzichtig. Ja, even een beetje
uitwijden over de winter, met al die opwarmverhalen is
dit misschien wel de laatste rijp die we zien.
In het dorp heb ik gisteren een paar foto's gemaakt van de
Scholtenbrug, de wei midden in het dorp, op 100 meter
van de Grote kerk. De Slinge, een beek die dwars door
het dorp stroomt maar bijna helemaal via
duikers, loopt hier wwer bovengronds en in de lengte door
dit stille dromerige gebied. Maar er komt verandering!
TATA!! Onze vroede vaderen hebben met grote dank het geschenk
van de 100-jarige muziekvereniging aanvaard en nu zal
hier een monsterachtig grote muziekkoepel komen te
staan, ergens. Waar precies is nog niet uitgemaakt, maar
waar je ook staat in de wei, een oud dorpsgezicht wordt
er door verpest. En weer een leuke hangplek erbij. De bezwaarprocedures lopen nog, maar ik
vrees dat er iets naars gebeurt. De
foto's maakte ik met de rug naar de kerk gekeerd. Van de
andere kant zal ik er ook nog een paar maken. Als het niet
te koud is!

19 december. Jachman heeft weer een voedertafel
geknutseld, rank design dit maal, uiterst decoratief,
onze clientèle vliegt erop af. Het voer is niet aan te
slepen. De netjes waren erg in trek, maar de
zonnebloempitten op tafel nog veel meer. Die kun je
hamsteren! Dat doen dan ook de meesachtigen. Daarmee
gaan ze door tot alles op is. In het begin gaat dat
vliegensvlug. Pit pakken, naar eik vliegen, pit in
spleet, terug, pit pakken enz.
Maar na een paar minuten meldt zich VINK. Die gaat
pontificaal midden op tafel zitten eten. Hij wriemelt
met zijn onder-en bovensnavel heen en weer tot het
bastje van de pit valt. Volgende pit. Nee, eerst
iedereen wegjagen die er ook bij wil. Hij rent van links
naar rechts om elke mees weg te jagen. Dan komt er voor
hem niks van eten, dus als hij even weer een pit pakt, is achter zijn rug een mees vlug ook aan het
fourageren. VINK schiet erop af. Dat gaat zo minuten
lang door.
(foto's vanachter het raam genomen, maar je krijgt wel
een indruk):
18 december. Hoe zou het komen dat ik zo van klimop hou?
Er is eigenlijk weinig aan te zien wat ik echt boeiend
of mooi vind. De seizoenen zie je er nauwelijks aan af,
ja de bloemen in de herfst en de winterbessen, maar
verder is hij eigenlijk altijd hetzelfde.
De eerste stek
brachten we mee uit Groenlo, waar Jachman er één een
jaar daarvoor uit het bos gehaald had, en die pootten we
bij de stenen toegangspaal van wasserij 't Waliën. Er
was toen nauwelijks klimop te vinden in de buurt. Het zal wel als schadelijk beschouwd zijn en
daarom uitgeroeid.
Die eerste plant had het moeilijk, maar na een paar jaar
was hij opgerukt naar de beuk, en kon omhoog. Het andere
deel van de plant kroop over de grond verder en bedekte na een
jaar of tien de plek onder de beuk. Er kwamen besjes,
vogels die ze verspreidden en onder de essen, acacia's
en eiken sloegen ze op en klommen omhoog. Nu groeien ze
ook tegen de muur, maar als ze bij de dakrand zijn,
trekt Jachman zijn mes en kortwiekt ze. Ook bij de beuk
mag hij niet te hoog doorgroeien. Maar verder? Er waren
bijna geen zangvogels toen we hier kwamen wonen, want
als er geen dichte struiken, geen oud hout, geen bladerdek op de
grond is, dan nestelen ze er niet.
Nu denk ik aan de afhangende slingers als groene
sluiers. Als er goed licht op valt, maak ik een foto om dat
te laten zien.

17 december. Wakker geworden door een schreeuwend
uiltje, dat wel op zolder leek te zitten. Een paar dagen
geleden vloog er één heel dicht langs de gevel, net toen
Jachman nog in het schemerdonker de gordijnen opendeed.
We zagen ze een paar maanden bijna niet meer dichtbij huis,
hoorden wel bosuilen in het bos, maar de steenuiltjes
leken verder weg te zitten. Ze zijn er dus nog wel,
gelukkig.
Nu het water is gezakt kun je goed zien hoe snel een
meander ontstaat. De kracht van het water maakt dat de
grond wegspoelt en dat zelfs de boomwortels de grond
niet vast kunnen houden. Op de tweede foto een
overzicht. Vijf jaar geleden stroomde de beek recht van
achteren, waar nu nog een dood stuk te zien is, naar je
toe. Toen is de beek verlegd en met enorme slingeringen,
om het water langer in het bos te houden, stroomt hij op
dit punt van rechts, haaks op de oude oever af. Daar is
een enorm gat ontstaan. Aan de andere oever groeit een
mooi wit strand aan.

Zondag
16 december. Net om vier uur kon ik een V kranen
horen, die hoog, west om Winterswijk heenvloog. De zon
stond al heel laag en scheen mooi op de vogels. Gelukkig
had ik, zoals meestal, mijn camera op zak. Genieten
weer!
59?
Het valt me op dat ik nog nooit iets over
reigers gezegd heb, terwijl we die hier behoorlijk vaak
in de wei en in de beek zien. Ik heb niks met reigers.
Is niet erg. Ze hebben ook niks met mij. Zo gauw ze
denken dat ik ze gezien heb, vliegen ze weg.
In de wei vangen ze mollen, dat denken we tenminste,
maar in al die jaren heb ik nog maar één keer een reiger
een mol/molletje zien opschrokken. Lijkt me ook niet zo
lekker met die graafschoppen. Een muis zullen ze ook
niet gauw vangen, dan moeten die wel heel stom zijn. Ze
prikken ook niet in de grond op zoek naar wormen, nee,
ze staan daar maar doodstil te staan. Rare beesten.
Er waadt er ook telkens één door de beek. Best knap want
de stroming is behoorlijk sterk. Vorige week toen het
water begon te stijgen bij die hevige regen, stond het
tot aan zijn borst en nog kon hij lopen! Als hij
bij laag water om de bocht van de beek op ons toe komt
schrijden, is het best een aardig gezicht, net een
aartsbisschop die de kathedraal binnenwaadt, de ogen
zedig neergeslagen, wat is er te vangen vandaag?
Vanmorgen stond er een te vissen in de beek waar ons pad
langsvoerde. Langsvoerde, mooi ouderwets. Wie gebruikt
dat woord nog? Je wordt er om uitgelachen. Hoor ik al
wat?
Hij vloog telkens uit het water op en ging een eind
verder weer staan, tot wij er aan kwamen en dan vloog
hij weer een stuk verder, vier keer. Wat een energie
kost dat opstijgen en vliegen voor dat grote dier, daar
moet hij weer een hele tijd voor vissen. Waarom is hij
zo bang? Ik heb wel eens foto's gezien van een reiger
die bij een hengelaar bleef staan wachten op een
ondermaats visje. Ook langs de snelweg staan ze gewoon
in de berm, vlak naast langsrazende auto's. Kun je
nagaan hoe angstaanjagend wij eruit zien.
15 december. De vogels weten het nog van vorig jaar, ze zijn weer op hun
bekende stek: de netjes, de korfjes, de vetbolletjes en
de grond eronder. Voor ieder wat wils. De echte
voedertafel staat nog niet, 't is nog geen winter. We
zien geregeld de bonte specht, boomklever, kool-,
pimpel-, zwartkop-, staartmees, allemaal bij de
hangafdeling, en heggemus, vink, merel, ekster,
roodborst, winterkoning eronder. Dat loont. Er is ook
nog genoeg in de natuur te vinden, we zouden eigenlijk
nog niet hoeven voeren, maar het is zo'n leuk gezicht.
Van dichtbij foto's maken lukt bijna niet, de beestjes
zijn behoorlijk schuw.
Ze laten de gewone pelpinda's in de steek als Jachman
er een nieuw schoon vol rood netje met reeds gepelde bij
komt hangen. We keken dat vanmorgen eens aan en dat
ontlokte J. de opmerking: We zullen de netjes eens een
beetje hoger hangen!!
Ik weet niet of dat een bekende uitdrukking is, maar in
ons gezin wel. De grootmoeder van J. kwam uit Groenlo en
daar zeiden ze, als een kind verwend zei iets niet te
lusten: Dan zu'w de broodkorjes eens 'n betjen hoger
leggen.
Deze pimpelmees dacht echter, je
kan me wat, en bleef gewoon doorwerken.

14 december. Deze dagen zijn de donkerste van het jaar
en de heilige die vereerd werd/wordt is Lucia, op 13
december. Het kan nu alleen maar lichter worden, de
zonnewende is op komst, en daarom werd/wordt ze met
licht geassocieerd. Twee kennissen zijn jarig die
genoemd zijn naar licht, Lucy en Wendy. Ze zijn beiden
op de 11e jarig, iets te vroeg voor de namen.
Mijn vader was wel op de 13e jarig, maar heette gewoon
Jan, wel met de prachtige tweede naam Engelbertus.
Rechtgeaarde vrijzinnig protestanten noemden hun zoon
toch niet Luciën naar een roomse heilige!
Vanmorgen zat de hondeman weer met zijn hond te oefenen,
hij zit dan op het betonnen bankje in het bos en de hond
moet apporteren. Het is een jonge herderbastaard van een
half jaar en vindt niks leuker dan hard blaffend achter
de buit aan te rennen en de dode bal weer terug te
brengen. Baas en wij wisselen meestal een paar woorden
en vorige week opperde ik dat zo'n betonnen bankje toch
wel koud was. Neu, dat vond hij niet zo, viel hard mee.
Vanmorgen zei hij dat wij toch ook wel vaak liepen. Toen
ik antwoordde dat we dat praktisch elke morgen deden,
kwam hij: zo lang mogelijk volhouden, maar!
Dat had ie nou niet moeten zeggen, zien we er zo oud
uit?
Jachman is al drie dagen bezig de elzen af te zetten. Ze
staan langs de zandweg en zijn in 35 jaar zo groot
geworden dat ze er overheen hangen. Het levert
behoorlijk wat brandhout op, voor over drie jaar. Ze
groeien schuin naar het licht en dat is de wegkant. Bij
omzagen willen ze dus op de weg vallen en dat wil
Jachman niet, dan gaat de afrastering kapot en moet hij
te gehaast werken om de weg weer schoon te krijgen.
Hij zaagt ze nu in, zodat ze met een flinke duw op het
laatste moment evenwijdig met de afrastering vallen,
mooi erbinnen. Bij de kleinere gaat dat wel, maar de
grootste moeten verspannen worden met een kabel om een
andere boom heen. Omdat ik bijgelovig ben, ga ik maar
niet kijken als hij bezig is. Pas als er een stel
liggen, ga ik de kaalslag bewonderen.
13 december. Een grijze morgen. Zelfs deze vroege vogel
had moeite haar bed uit te komen. Het was al over achten
toen we eindelijk gingen wandelen! Het
rioolontstoppingsbedrijf pompte al met een tankwagen
water uit de Ratumse Beek, niet zo goed vind ik, maar
toen we terugkwamen, schepte een slootschoonmaakmachine
van de gemeente alle rotzooi uit de sloot langs ons
bosje op een vrachtwagen, wel heel goed. Het zijn het
stuk langs de zandweg en een korter stuk langs de grote
weg. Ik had het een paar maand geleden ook gedaan, maar
alleen de losse spullen, nu ging ook alle modder en
bladertroep mee. Toen ze er een paar jaar geleden mee
begonnen, gooiden ze alles wat eruitkwam in het bosje.
(Ha, na drie kwartier schaften, gaan ze verder, even
foto maken.)

Jachman vond dat wel zo
smerig dat hij die lui dringend verzocht de troep mee te
nemen. Nou, dat was wel heel moeilijk, maar ze deden het
toch. En nu nog steeds. Alleen is een keer per jaar
schoonmaken te weinig.
12 december. De kraanvogeltrek komt op gang, Jachman die
overdag veel buiten is, zag er de afgelopen dagen zo'n
50 als het bewolkt was, tot wel 150 gistermiddag bij
bijna noordenwind en een heldere hemel. Tussen 11 en
2 uur komen ze vaak over. Ik hoorde ze gisternacht
trouwens ook roepen. Het hoge geluid van de jonge
vogels is heel doordringend.

De beloofde vorst en heldere nacht bleven uit.
Gisteravond wel de autoruiten afgedekt, want toen was er
al een heel flonkerendheldere hemel, maar het trok snel
dicht.
Twee hazen zaten net in de wei, het is meer dan een jaar
geleden dat we er twee bijelkaar zagen. De grootste
gedroeg zich of hij een makelaar was: flink rechtop wees
hij om zich heen, zijn lepels zo hoog mogelijk, kijk
mevrouwtje, dit is nu echt een terreintje voor u. Ik zal
u eens even dat plekje onder de eik laten zien. Ja, het
is nog niet helemaal bouwrijp, de vorige bewoning heeft
er een rommeltje van gangen en gaten achtergelaten, maar
dat plebs is naar andere oorden vertrokken en komt
gegarandeerd niet terug. Stelt u zich eens voor dat hier
van het voorjaar de grond, nadat de boer die daar voor
het raam staat te kijken, hem weer mooi geëgaliseerd
heeft, weer vol narcissen en ander lekkers staat, zou u
daar niet een mooi kuiltje tussen willen hebben dan?
Ach, u houdt niet van boeren met een verrekijker? Dan
laat ik u met liefde een spannend geheim plekje zien....
enz. enz. Ze huppelen naar de achterste border, hij
voorop en telkens omkijkend of ze wel volgt.
11 december. Nu het vaak zo donker en somber is, speur
ik graag naar kleine tekenen van voorjaar. Zoals bij de
kersenboom bijvoorbeeld. Die is al druk bezig aan de oogst voor
volgend jaar. De knoppen zijn al dikker dan een maand
geleden.

De vogelmelk bij de schoppedeuren komt al op, net als de
crocussen (met kaas) naast de rododendron (zonder ha),
volgens de spellingcontrole. Spellingcontrole (zonder
accent circonflexe). Die crocussen blijf ik echt met c's
schrijven. Het ziet er dom uit: krokussen. Wat voor
kussen? Een krokussen? Hoe kussen wij? Wij kussen kro.
Word ik hier nu treurig of vrolijk van? Heb ik zo lang
op school gezeten om al die moeilijke woorden die je
moest kennen nu weer te moeten vergeten?