10 december. Als de
zon even schijnt, krijgen we zin in de zitkuil te gaan
zitten, ook al is het eigenlijk te koud. Hij is nu
prachtig begroeid, aan de voorkant met rozen, op het
ogenblik kaal natuurlijk, maar verder met klimop, net
een groene kamer. Hier stond lang geleden een kippenhok,
dat wij opwaardeerden (?) naar schuurtje en dat na
afbraak daarvan een prima plek bleek voor een zitkuil.
Die kwamen toen net in de mode. Na het nodige graafwerk
boden de oorspronkelijke fundamentmuren een goede steun
voor klimplanten. Jaren bleek de plek perfect, maar nu?
De eik is zo groot geworden, dat net in voor-en najaar
als de zitkuil het meest nodig is, zijn schaduw erover
valt.
Zondag 9 december.
Een eenzame aalscholver zat op een paaltje in het
Hilgelo. Hij keek maar steeds in dezelfde richting. Ach,
wat zielig, zijn vlot is bezet gebied. Een horde meeuwen
en een vreemde aalscholver zijn er nu de baas.
Of is het anders? Was hij eerst de bezetter en zijn nu
de rechtmatige bewoners teruggekeerd olv een overloper?
Of is het nog anders? Is het gebied helemaal niet bezet,
maar zijn ze het met zijn allen aan het schoonmaken? Een
aalscholver en dertig meeuwen?
Of is het nog anders?

8 december. De
moderne tijd is ook in het Jachthuisbos gearriveerd.
Sinds een paar dagen kun je hier wandelen en onderhand van een
van internet gedownload verhaaltje genieten dat over de
omgeving gaat en over hoe goed het Waterschap Rijn en
IJssel het met het landschap voorheeft. Staat op
een mededelingenbord. Niet van dat 'goed voorhebben
met', dat staat op hun website. Via een code die op weer
een ander paaltje staat, kun je met je PC de boodschap
downloaden, op je MP3-speler zetten en dan met een oortje
fijn luisteren terwijl je wandelt. Het kan ook nog op
twee andere manieren, lees maar.
Niet te lezen? Nee, nauwelijks, ook als je vlak voor het bordje staat, is
het zonder vergrootglas niet te lezen. Ach, ouwe mensen
hebben er toch niks aan, die hebben toch geen kennis van
moderne gemakken als SMS en internet.
Het overbrengen van de boodschap is in ieder geval
wel vandalismeproof.
Het mededelingenkastje met glazen
deurtje dat er eerst stond, was al snel vernield. Het
glazen deurtje lag nog redelijk heel tussen de struiken, wat er verder nog
was geweest, lag versplinterd op de grond. Ik nam het
deurtje mee naar huis, belde de beheerder, maar die had
er geen belangstelling voor, want nu na 5 jaar heb ik
het nog. Leuk voor een glasschildering.
7 december. Storm,
regen, hoog water. Een uur gelopen, veel water gezien en
in de schoenen gekregen. Je ziet niet onder de drijvende
laag bladeren waar het overlopende beekwater al staat.
In het Bonnink staat het onder tegen het bruggetje aan,
het retentiebekken is weer een meertje, de vistrap is
niet meer te zien, toch wel weer bijzonder. Een paar
foto's om een indruk te geven.

6 december. Eén van
de cadeautjes van de sint was een nieuw uitgekomen 'wilde
konijnenboek'. (KNNV) Een heerlijk snuffelboek. Het
krabben van gaatjes is territoriumafbakening, let op de
keuteltjes! Jonge konijnen vinden voor hun eerste jongen vaak
geen plekje in het stam-gangenstelsel. Ze zoeken dan ver
buiten dat gebied een plekje met los zand voor een
werphol. Al twee dingen over konijnen geleerd
gisteravond. Nu de konijnen nog. Er is er niet één meer.

Als het niet te hard stormt, snoeit Jachman langs de
beekoever naast het schuurtje, dat wij helemaal verkeerd
al 36 jaar potstal noemen. We prikten eens een briefje
op de deur toen we wegmoesten: Postbode, wilt u het
pakje in de potstal leggen?
Postbode schreef eronder: Weet niet wat potstal is, heb
het achter een luik geschoven.
Dat werd toen nog een heel gezoek!
5 december.
Zie de maan schijnt door de bomen? Dan mag het nog wel
opknappen vandaag. Raar dat warme weer trouwens,
11ºC om 7 uur vanmorgen, dat hoort niet echt bij
sinterklaas. Ik herinner me van lang geleden (opoe
vertelt) een 4 december, waarbij ik na mijn werk in de
winkel bij de bushalte stond te wachten. Het dak van de
ernaast gelegen kerk werd gerestaureerd en een paar
bouwvakkers stonden in de dakgoot. Opeens zag ik in een
flits al heel dichtbij een sneeuwbal van boven komen. Ik
kreeg een keiharde bal tegen mijn hoofd en viel op de
grond. Heel even was ik van de kaart, maar ik kon al
snel weer opstaan. Het dak was leeg, geen mens meer te
bekennen. De bus kwam eraan en ik stapte in. Mijn
beschermengel heeft toen goed werk geleverd.
Ongelooflijk, geen hersenschudding, niks. Ik had
wel dood kunnen zijn. Was net boven de slaap geraakt.
Ik wil maar zeggen, dat het toen echt winter was.
Zo begon gisteren de dag en 's middags scheen de zon
even heel fel op de treurwilg bij de beek. Er zaten nog
een paar blaadjes aan, die als goud glansden. Vorig jaar
maakte ik er een foto van op 5 december, je kunt het
goud behoorlijk goed zien. Ons geldboompje.
....en zo gehavend zag twee jaar geleden op 5 december
onze prachtige jonge eik eruit na de sneeuw, Erwin Krol.
Doe je huiswerk.
4 december. Op 14
november '06 (zie archief) schreef ik over het weer
groen geworden maïsland. 't Leek wel een wei. Ook nu is
het helemaal groen. Op internet gekeken. Sinds vorig
jaar is het verplicht om op zand- en zavelgronden na de
maïsoogst zo snel mogelijk een groenbemester in te
zaaien, die tot na 1 december moet blijven staan. Als ik
het goed begrepen heb, is dat om uitspoelen van de bodem
tegen te gaan. ( je had gelijk, Carla)
3 december. De beken staan
hoog. In het Bonnink kan het water op sommige plaatsen
nog 15 cm stijgen, dan loopt het bos onder. Bij ons zijn
de oevers veel hoger, dus wij houden het droog. Er staat
zelfs nog geen plasje water in de wei. Het heeft
voordelen om 35 m boven NAP te wonen.
Het is zo heerlijk om buiten te zijn, te kunnen
wandelen, de dagelijkse veranderingen te zien, zoals nu
de uitgewaaide dode takken, het melkachtige beekwater,
de buienluchten....
Achterin de border bloeit een prunus, een soort die in
de herfst en in het voorjaar bloeit. Ben benieuwd of hij
de hele winter door bloeit.

Zondag 2 december.
Net precies hebben we in een stormachtige zuidwesten
wind langs het Hilgelo gelopen. Drie aalscholvers (heel
bijzonder, anders zit er altijd één) zaten zich te
drogen op het vlot. Precies op evengrote afstand van
elkaar, zo ver mogelijk bij elkaar uit de buurt. Om de volle wind te vangen is
dat natuurlijk handig, maar je ziet het ook bij eenden
op de plas of op het ijs langs de rand van een wak.
Ieder zijn eigen territorium.

Gisteravond werd een paar honderd meter verderop de
midwinterhoorn geblazen, door vijf mannen. Het begon om
ongeveer half zes toen het donker werd. Bij het zandpad
naar het huis stond de eigenaar met een andere man om de
beurt te blazen, en bij het huis bliezen
nog eens drie man boven de put. De opnamen van de putblazers zijn
mislukt, maar van de eerste twee mensen heb ik wel een
paar foto's.
Hier staan deze blazers
officieel en
hier
staat
de Teleaclink.
Ik was thuis gebleven, omdat
ik het eigenlijk mooier vind om het klagende geluid op
afstand te horen. Maar het was nog zo druk met autoverkeer
van de terugkerende sinterklaasinkopers dat
ik er niet echt goed van kon genieten. Van Sint Andries
tot Drie
Koningen is zo'n feestje er nog een paar keer, ook op rustiger
plaatsen dan zo dicht bij het dorp. Herkansing dus.
1 december. Vanmorgen hebben we genoten van een stel
concurrenten, een eekhoorn en een ekster. Eekhoorn komt
gedecideerd dwars door de wei recht op de eik af
waaronder hij of iemand anders ooit misschien wel eens
een noot verstopt zou kunnen hebben.
Ekster denkt 'ha, even kijken waar die heengaat.'
Eekhoorn snuffelt rond. Ekster volgt hem op 20 cm.
Eekhoorn vindt wat, ekster zit op 10 cm. Eekhoorn doet
net of hij die rare vogel niet ziet, draait zich snel
om, laat wat ie gevonden heeft vallen, was toch niks,
ekster kent het geintje en verspilt er ook geen moeite
aan, blijft eekhoorn weer volgen. Die vindt nu een noot
en onmiddellijk probeert de ekster die af te pakken. Nu
vindt eekhoorn het genoeg geweest, doet een woeste
uitval naar die rotekster, die druipt af met, als hij
een mens was geweest, een gezicht van 'ach, ik wou toch
net die andere kant op, daar zijn lekker veel meer
noten.'