20 november. Het laatste konijn is doodziek, loopt niet
meer voor ons weg, scharrelt zuchtend rond onder
de achterste kastanjeboom, dicht bij zijn hol. De
myxomatose heeft hier hard toegeslagen bij ons en bij de
buren, waar het helemaal een konijnenparadijs was. We
scholden vaak op die rotbeesten, die overal holen en
gangen maakten waar wij het net niet wilden hebben, maar
deze totale dood had nu ook weer niet gehoeven.
19 november. Morgenrood en blauwe koe, 7u 45 en 8u 05.
Ik zeg de tijd erbij omdat in 20 minuten tijd alles van
rood grauw kleurde. De koe slurpte modder uit een plas
in de wei, terwijl vlak naast haar het gras bevroor.

Vol spanning telkens naar buiten gegaan
gisteravond om in het oosten de beloofde
meteorieten- of stofzwerm te zien. De maan scheen aan een met
sterren en vliegtuiglichten bezaaide hemel. Ik zag 2
miniflitsjes, dacht ik, maar misschien was het ook een
weerspiegeling in mijn bril, want Jachman zag niks. We
hoorden een hond blaffen en toen nog een,
trekvogels roepen, of misschien waren het rondzwervende
watervogels, we hoorden de kerkklok tien slaan, de
autoradio van een voorbijrijdende auto, en toen kregen
we het zo 'allebastend' koud, dat we weer naar het vuur
binnen vluchtten.
In de appelboom bloeit nu met minitrosjes nog steeds de
rose roos Pauls Hymalayan Musk Rambler. Zijn bloeitijd
is juni-juli, maar zolang het niet hard vriest komen er
steeds nog bloemen aan. Ook nu nog nieuw knoppen. Toch
heeft het al 5 gr. gevroren. Het is echt een geweldige
klimmer en bloeier. Doet het zelfs op onze arme
zandgrond.

Zondag 18 november. Blauwe paaltjes. Jachman zegt, dat ik
het met die blauwe paaltjes van gisteren helemaal
verkeerd heb. Het zijn wel paaltjes die toevallig bij
óns het midden van de beek aangeven en de grens van ons
terrein, maar dat ze bedoeld zijn voor kartering. Kan
best. Kweenie.
De twee fasanten zijn uit elkaar. Te verschillende
karakters. Sant voelt zich nu toch wel een beetje
eenzaam en scharrelt onder mijn raam door de border. Hij
ziet me zitten en blijft heel stil kijken. Als ik opsta
en een foto wil maken, schrikt hij weg onder de
beukenhaag. Even later is hij er weer. Nu maak ik uit de
zitstand maar een paar foto's, hij vertrouwt het voor
geen cent en scharrelt weer weg. Als we later rondlopen
door de tuin vliegt hij schreeuwend dat we hem willen
vermoorden op en verdwijnt hoog over de bomen.
We de mensen worden door dieren toch wel voor roofdieren
aangezien.

17 november. Toen ik net voor de zoveelste keer bij de
beek stond te kijken of er misschien een paar
beekforellen langs zouden willen komen, was er niks
anders te zien dan en paar hooghartige eenden die deden
of ze me niet zagen. Wacht maar, jullie piepen wel
anders als de beek dichtgevroren zit.
Uit verveling maakte ik een foto van een blauw paaltje
dat bij ons achter de schoppe staat. Aan de overkant in
het bos staat er ook een. Precies in het midden tussen
die paaltjes loopt de grens van ons terrein, midden door
de beek. Bij de buren staan ze ook en daar loopt de
grens niet in het midden van de beek maar over de oever.
Door het meanderen in de loop der tijd, kalft hier wat
af en komt aan de overkant wat bij en omgekeerd. Om toch
de grens te kunnen aangeven zijn die paaltjes bedacht.
Het komt voor dat een eigenaar van deze kant, een paar
meter grond heeft op de andere oever en dus ook weer
omgekeerd.

16 november. Vanmorgen bij zonsopgang was de horizon
weer zo prachtig gekleurd als gisteravond, meer roze nu,
een brede streep aan de horizon. Boven ons hoofd was de
lucht dicht donkergrijs. Het vreemde was echter dat het
in het zuidwesten was, net een zonsondergang!
Bij het meer zagen we de ijsvogel met ons meevliegen.
Onzin natuurlijk, hij zat op een tak boven het water,
wij kwamen eraan, hij vloog vijftig meter verder, wij
kwamen eraan hij vloog enz, vier keer, toen hield de
begroeiing op en vloog hij met een grote bocht over het
water terug naar zijn eerste stek. Al scheldend, dat
wel.
Gisteravond bij
de rode ondergaande zon de grassen gefotografeerd. Net niet
echt. In storm en regen liggen ze plat zoals op 10
november, nu staan ze fier rechtop te bloeien.

15 november. Vorst. De wei is
wit, het Hilgelo dampt, er ligt ijs op de plassen, het
lijkt echt al een beetje op winter.
Het lukte me nu om van de
plataan een betere foto te maken dan afgelopen zondag.
De middelste boom in het licht is hem.

Met de muizen op zolder is het goed afgelopen, we hebben
er geen last meer van. Ze vonden het spek erg lekker.
Vanmorgen een gevecht gezien tussen twee paren kraaien.
Het ging behoorlijk van weg wezen jullie, deze camping
is van ons. De indringers werden tenslotte achtervolgd
tot een bepaalde boom bij het Hilgelo. Telkens kwamen de
nieuwelingen weer terug, maar even zo vaak werden ze
weer achterna gezeten. Tot die boom. Daar liep kennelijk
de territoriumgrens. Tenslotte gaven de aanvallers het
maar op en vlogen ver weg.
14 november. Het lijkt wel of
ik dubbel zie de laatste dagen: 2 groene spechten, 2
konijnen, 2 boomklevers, 2 fazanthanen, allemaal 2 stuks
bij elkaar die je nu vaker bij huis ziet, dan toevallig
eens een keer. Dit is allemaal leuk.
Minder leuk zijn de 2 muizen op zolder die ik niet zie,
maar hoor. Ze wonen er niet, het is hun speelplaats. De
isolatieplaten zijn prachtig glad van boven, een soort
folie zit erop. Die platen liggen op de vloer boven ons
hoofd. Een muis komt van buiten ( niet zo moeilijk bij
een dak zonder één rechte balk), rent met veel
nageltjeslawaai over de gladde vloer, na een halve
minuut komt nummer twee binnen die achter één aan gaat
rennen. Die rent tot het scheidingsmuurtje, keert om en
racet terug, nummer twee erachteraan, je hoort hem
uitglijden in de scherpe bocht, en dat nog zeker 9
rondjes. Hebben ze de sprintwedstrijden op tv gezien? Om
8 uur 's avonds is het wel grappig, maar om drie uur 's
nachts niet.
Ik ga de zolder op, niks van ze te zien of te horen, het
enige dat ik hoor, is de regen in de goot.
Soms worden we wakker van een ongelukje boven ons hoofd.
Een muis gaat even naar zijn hazelnotenvoorraad op
zolder, loopt met noot over een balk naar de uitgang
onder de pannen, verliest zijn noot. Weet je hoeveel
lawaai een vallende opstuiterende noot op die harde
gladde isolatie maakt?
Tak.......tak.....tak...tak..tatatatatatatattrrrrrrrrrrr___
13 november. Afgelopen 24 uur
ruim 14 mm in de regenmeter.
De beek staat hoog en het
water is ondoorzichtig. Het is de paaitijd van de
beekforel, maar nu is er absoluut niets te zien. Ik sta
wel 5x per dag een kwartier te kleumen aan onze oever
bij de stenen tegenover de instroom van de Ratumse Beek,
waar die tegen onze kant aangolft. Dat is een typische
paaiplek. De vrouwtjes leggen daar eieren onder de
stenen, de mannetjes lossen hun zaad stroomopwaarts en
dat komt dan vanzelf bij de eitjes en bevrucht ze.
Jammer dat ik niet kan zien of ze hun best doen. Ik zie
zelfs niet of ze er zijn.
12 november. Echt koud! 3 gr.
met een harde nw wind. Zelfs de visser uit
Recklinghausen die we bijna elke morgen zien, had een
dikke gebreide kaboutermuts op boven zijn camouflagepak.
Felle witte zon tussen dreigende of al uitgeregende
wolken. Een Jacobsladder, weliswaar niet helemaal rond
omdat de zon nog te laag staat, maar toch geeft dit
beeld me net zo'n oud ontzaggevoel voor de natuur als
een regenboog. Ik kan dan ook heel goed begrijpen dat
dit duizenden jaren geleden al symbolen voor goddelijk
ingrijpen geworden zijn.

Zondag 11 november. Sunte
Marten. In Archief staat bij 11 november 2006 een oud
versje dat in Groenlo gezongen wordt door kinderen die
met uitgeholde mangels (voederbieten) of een lampion
langs de deur gaan om snoep op te halen.
Wij liepen vanmorgen tussen 2 buien door onze dagelijkse
wandeling. Ik wilde de plataan aan de overkant van de
weg fotograferen, maar dat kan alleen als je genoegen
neemt met een heel stel verkeersborden erbij op. Niet
echt mooi, dit is nog de beste:

De plataan, de boom aan de rechterkant, hoorde vroeger
misschien bij het Waliën. Omdat daar op het terrein van
de Havezathe ook een paar platanen staan en je ze verder
niet veel ziet, dacht ik dat hij misschien aan de grens
gestaan had. Ik bedenk trouwens net, dat er in de Ronde
Weide in 't Bönnink ook één staat, 60 jaar of langer
geleden vereeuwigd door onze tekenleraar op de HBS Van
Dugteren.