10 november. Ik heb net even buiten gekeken naar de
regenmeter. 19 mm in 24 uur. De grassen liggen tijdens
een bui bijna plat terwijl ze normaal 2m hoog zijn. Ze
lijken net stro, maar zijn heel buigzaam, veren zo weer op.

Behoorlijk hoog water in de beek, zelfs de
dode arm in het Bönnink staat vol, met water en blad. Je
ziet bijna geen water meer. Jammer dat hier geen vis
zit, dan was het helemaal Esscher, tenminste als de
vogels die nu achter me langs vliegen ook een beetje mee
zouden willen werken. 'Als' en 'zouden doen', heerlijke
woorden om op te fantaseren.
9 november. Een regenboog bij zonsopgang, fantastisch,
er nog nooit een gezien op dat tijdstip en bijna in het
noorden. De storm gaf vannacht niet veel hier.

12 dagen geleden kregen we dit boeket. Het
is nu niet fris meer, maar er valt nog geen bloemblad
uit. Integendeel, er groeit een struik uit omhoog. Nou
ja, een struik, drie bloemstengels dan. Ze waren eerst
net zo lang als de andere bloemen, maar in die 12 dagen
zijn ze er hoog bovenuit gegroeid.
Ik heb in het bloemenboek gezocht, maar kan niet vinden
wat het is. Als iemand het weet... Zou het een
vijverplant kunnen zijn?
Blad is deze dagen het onderwerp van gesprek; moeten we
het opruimen of laten we het liggen tot het vanzelf weg
gaat? Bij noordenwind is namelijk het blad vanuit het
bos hoog over het huis heen op ons gras beland. Enig
jaar hebben we wel eens 50 kruiwagens vol weggesjouwd.
Vorig jaar heeft Jachman het met de grasmaaier
versnipperd en het meeste laten liggen. Prima mest, het
gras groeide dit jaar twee keer zo hard op die pure
bladmest. Als we geluk hebben, waait het met een harde
zuidenwind zo de beek in.

8 november. Vandaag is het,
nee zou het, de verjaardag geweest zijn van Drika mijn
grootmoeder als ze nog geleefd had. Dat klinkt
natuurlijk idioot, want ze zou dan 135 geworden moeten
zijn. Zolang ik me kan herinneren heb ik deze dag als
iets bijzonders in gedachten gehouden. Heel lang na haar
dood in 1965 rekende ik uit hoe oud ze zou zijn
geworden. Tot de honderd was het reëel om te tellen, we
zijn een sterk geslacht, maar de 35 jaren daarna...we
leven niet in de Kaukasus of China. Sjoemelen is er niet
bij.
Wat dit vuur te maken heeft met mijn grootmoeder?
Een groot deel van haar leven, dertig jaar, heeft ze
zo'n vuur in huis gekend. Er werd op gekookt in een
grote pot die aan een getand ijzer boven het vuur hing,
dus veel stamppot, soep en pap, of er werd pannekoek
voor het ontbijt gebakken in een grote koekepan op een
driepoot boven het vuur. Wij hebben zo'n vuur voor de
lol, gewoon luxe, en ik moet er niet aan denken om op
een krukje dicht bij het vuur in de pot te roeren.
7 november.
In het Bönnink staan een paar
lariksen. Japanse? Waarschijnlijk wel. Volgend voorjaar
zal ik het blad bekijken, streepjes van onderen
Europees, geen streepjes Japans. In Nederland
staan de Japanse op totaal 17.000 ha. Goed timmerhout.
Deze Japanse lariks bleek hier in Nederland beter
bestand tegen vocht dan de Europese lariks, die
eigenlijk een berglariks is en hier veel last van kanker
kreeg. Ook die Europese lariks was dus niet inheems
hier. In Nederland is nog maar 1,8% van alle lariksen
een Europese lariks. Wat nu de inlandse lariks genoemd
wordt, is de japanse lariks of een hybride. Zeer
overzichtelijk, toch?
6 november. Op de derde foto van gisteren staat opslag
van de Amerikaanse eik. De puristen willen de
Amerikaanse eik weg hebben. Zou het zijn omdat hij
schadelijk is, omdat hij lelijk is, of om iets anders,
wat niets met plantkunde of milieu te maken heeft? Omdat
hij niet van hier is bijvoorbeeld. Een exoot. Zou zijn
naam irritatie opwekken? Als Amerikaanse vogelkers
slecht is, dan de Amerikaanse eik ook, zoiets? Of is
alleen het voorvoegsel Amerikaans al genoeg om hem af te
slachten?
Dit walletje is in het voorjaar geschoond. De
opslag van de A.eik, al echte boompjes, werd gerooid. Nu
staan er twee maal zoveel miniboompjes op de oude
wortels. Dat schiet ook niet echt op.
Exoten kunnen heel schadelijk zijn.
Invasieve soorten. Soorten die andere soorten
verdringen. Kijk naar de
lieveheersbeestjes die ontsnapt zijn uit kassen en die
nu onze eigen kleine
rood-met-zwarte-stippen-lieveheersbeestjes verdringen.
Kijk naar de konijnen die ingevoerd zijn in Australië.
Maar wat is er mis met de A. eik?
Van welke datum af komt een soort hier van nature voor? Hoever
ga je terug in de tijd om dat te bepalen? Kap dan ook
maar gelijk alle beuken om.
Ik heb gezocht op internet en vond vooral veel
A.eikenjacht in België. Daar worden in de bossen
rigoureus de A.eiken gekapt, vergiftigd en geringd.
Waarom? Ze verzuren door hun dikke bladeren de grond,
zodat onder A.eiken alleen nog opslag van A.eiken
groeit. (Onder beuken groeit alleen beukenopslag)
Tegelijkertijd worden in diezelfde bossen jonge A.eikjes
aangepoot(!) voor de reeën. Die lusten graag de jonge
scheuten en blijven dan van andere bomen en struiken af.
In Nederland laten ze de grote bomen staan, maar kappen
ze opslag, zodat er geen nieuwe bomen meer bijkomen. Een
beter systeem.
Inheemse bomen zijn die
soorten die na de ijstijd hier spontaan gegroeid zijn en
zich hier handhaven. Er zijn sinds 10.000 jaar al heel
wat soorten opgekomen en verdwenen. Ik vind dat we niet
zo spastisch moeten doen over de A.eik. Het zal ook wel
weer een kwestie van geld en werk zijn. Geld, omdat hout
van de inlandse eik beter te verwerken is en duurder is.
Geld en werk, omdat door veranderde inzichten minder
opgeruimd werd/wordt in de bossen en de bosbeheerders nu
een mogelijkheid zien om meer subsidie los te peuteren
om met meer mensen deze Plaag te bestrijden.
5 november. Dit weekend
hebben we genoten van uitbundige herfstkleuren. Het zijn
de obligate plaatjes, maar toch is dit jaargetijde voor
mij steeds weer opnieuw nieuw.

Vanmorgen wandelden we een uur later dan anders. Normaal
lopen we zo tussen half acht en half negen. We zien dan
een paar mensen die voor het werk hun hond uitlaten,
meestal op de fiets. We kennen elkaar en de honden.
Nu waren we er om half tien en zagen een totaal onbekend
stel mensen. Ook heel andere honden, groepjes nordic
walkers, een stel mensen van een sportschool die
oefeningen deden op het strand, het was gewoon druk!
Morgen gaan we weer lekker vroeg.
3 november.
Vannacht om 3 uur was het 14 gr. Net zomer. Vandaag valt
al het blad van de es, het gaat aan één stuk door.
Vanavond is hij kaal.
De eik verkleurt in 2 etappes. Het St. Jansschot is nog
geelgroen terwijl het andere blad al bruin is.
Er zijn na de myxomatose nog 3 puberkonijnen over. Ze
maken van het hele terrein gebruik nu ze nergens
weggejaagd worden door een oude zeurram. Alle holen zijn
voor hen! Ze rennen achter elkaar aan of er iets mee te
verdienen valt. Zal ook wel.
Geen tijd om buiten rond te kijken, want de logees staan
zo voor de deur. Boodschappen doen dus.

2 november. De es is nu weer
vuurrood. De pracht duurt maar even, soms hooguit een
week en dan ligt in één dag al het blad op de grond.
Vorig jaar was dat op 15 november. Toch wel handig om nu
in een eigen archief te kunnen kijken.
Vanmorgen maakte ik een foto van de struik met het
lichtrad naast het Hilgelo, zie 30 oktober, maar nu
zonder speciale belichting. Er was geen zon zoals
dinsdagmorgen. Nu loop je er langs en ziet niks
bijzonders.

1 november. Vroeger had
iedereen een heg, nou ja, bijna iedereen, bijna iedereen
die een tuin had. Een heg was van liguster. Als het geen
ligusterheg was, was het een haag. Dure mensen hadden
een beukenhaag, vaak 2m hoog, en boerenmensen hadden een
meidoornhaag. Overzichtelijk allemaal. Wij hadden in
Groenlo een heg. Een modale heg. Die moest voor eind
juni geknipt zijn, want dan kwam de gemeenteopzichter
langs. Het moest geen rommeltje worden in onze
nieuwbouwbuurt jaren '50.
Dat was een heel karwei, 6 m heg knippen. We hadden geen
tuinervaring. Jachman had een tante Dien, die thuis de
tuin onderhield en wij hadden Gerritsen. Op 29 juni 's
avonds om 9 uur waren we dus aan het zwoegen. Het was
lang licht gelukkig.
We wisten niet dat liguster behalve veel onderhoud
vragend, ook mooi was. We zagen wel eens een paar witte
bloempjes uitsteken, maar die werden snel gekopt,
vanwege dat 'geen rommeltje'.
Nu hebben we op de berg een paar schitterende struiken
staan, het restant van een geruimde heg. Gewone
liguster. Ze mogen nu groeien, bloeien en bes dragen en
zijn ongelooflijk veel mooier dan die armetierige blokjes
gesnoeide heg. Wel een rommeltje. Een zootje, zeg maar.
