31 oktober. Koud. Vorst aan de grond. Niks voor
slakjes. Die zoeken het hogerop, op het beslagen windscherm. Links tegen het
hout zit-ie uit te rusten. Het is goed te zien hoe hij bij zijn wandeling
telkens een stukje via de kamperfoelie is gegaan waar die tegen de ruit drukt, en dan
weer over het glas verder is gekropen.
Het spoor 'tekent' de kamperfoelie ahw na.
Hij zal wel iets te eten vinden daar,
want anders ga je toch niet voor je lol met je buik door water van 1 gr.
schuiven en daarbij iedereen je blote buik laten zien ook nog?

30 oktober.
De regenmeter wees net ruim 16 mm aan op
deze fantastisch heldere morgen, zeker in vergelijking met gisteren, toen het de
hele dag niet droog is geweest.
Ik heb al zoveel foto's gemaakt van het Hilgelo en altijd als de zon zo mooi
laag staat, wil ik opnieuw het licht vastleggen. De eerste foto is 'gewoon',
maar de tweede heeft een vreemd rad-effect.

Zondag bij het landkiek'n wees Jachman me op de toegangsslagboom naar ons bosje,
die gemaakt is van een dikke tak die rust op de 'post', een stam van een
vorig jaar omgestormde en afgezaagde acacia. Een meterslange uitloper stak
uit de hekpost. Het stuk dat naar de weg groeide was er afgebroken, maar het
stuk aan de boskant is goed te zien.
Rechts beneden is de bovenkant van de post te zien met de slagboom die erop
rust. Onder de slagboom is de plaats van de uitloper te zien en boven de
slagboom de groene takken die hij al heeft.
29 oktober. Uileballen. Er is één plek in de border waar vaak uileballen liggen.
Goed dan, uilenballen. Er staan dennen rond een kleine open ruimte, net een kamer. Het is er altijd
donker, een beetje geheimzinnig. Uilenballen was lange tijd alleen een woord voor
me, ik had er nog nooit een gezien. Een jaar of 15 geleden was ik op een
KNNV-cursus, braakballen onderzoeken. De instructeur bracht dan een grote zak
braakballen mee, die wij uiteen moesten pluizen en de inhoud beschrijven.
Waar haalde hij die hoeveelheid vandaan? O, gewoon vanonder een paar bomen waar
vaak uilen roesten. Ik dus bij elke boom met vogelwit eronder zoeken naar die
verdomde uilenballen. Nooit vond ik er een.
Tot ik bij het takken gooien op de snoeihouthoop onder de dennen, mijn haarband
verloor. Toen ik hem opraapte, zag ik, jawel! een uilenbal. Als er één
ligt, dan zullen er wel meer zijn ook, dus zocht ik verder, vond een jampot vol. Nu
kijk ik daar nog wel eens, soms liggen er een paar, een andere keer niets, maar
vanmorgen weer 3 stuks. Ze zijn heel licht en er steken botjes uit. Om de
grootte te laten zien heb ik er een kastanje bij gelegd.
Tot zo ver vertelde ik het aan Jachman. Die vond het maar een onwetenschappelijk
verhaal. 'Wat zegt nou zo'n foto?' Nee, niet veel, 4 rare dingen op het
bureautje dat ik al sinds mijn 15e jaar heb.
Ik snap het. Openpeuteren dus, maar die loep verdom ik.
Het lijken klauwtjes van een vogeltje en andere vogelonderdelen. Misschien toch
geen uilenballen? Braakballen van een sperwer of een valk? Van de cursus
herinner ik me vooral muizekaakjes en tandjes van de bosmuis, de spitsmuis, de
weetikwatvoormuis. Nee, dit wordt me te moeilijk.
Zondag 28 oktober. De zomertijd is afgelopen. En niet 'de wintertijd is
begonnen', zoals ze op het journaal vertelden. Hoe het dan ook genoemd wordt,
Jachman stond gewoon op de zomertijd op. Wandelen als het schemert en langzaam
dag wordt, is heerlijk. Een paar mensen, een visser en een jogster, vinden dat
kennelijk ook als we om 7 uur elkaar lachend begroeten.
Boomklevers. In de krant een stuk over boomklevers en boomkruipers. De eerste
kunnen langs een stam naar boven en naar beneden lopen -met de kop naar beneden- en de
tweede alleen maar naar boven. Boomklevers zitten graag in hoge bomen en zoeken
daar ook hun voedsel. In het rivierengebied zie je ze nooit, boomkruipers soms
wel.
Hier zitten beide soorten, de eerste soort zelfs heel dicht bij huis. Als ze een
door eekhoorns verstopte hazelnoot vinden, vliegen ze er mee naar een acacia of
eik, klemmen de noot in een spleet van de schors en kunnen hem zo openhakken. 's
Winters doen ze dat ook met zonnebloempitten die we op de voedertafel strooien.
Je ziet dan de witte bastjes onder de 'bankschroef' liggen. Ze eten graag op kop
hangend. Om te kunnen slikken, moeten ze dan hun kop heel ver optillen, een
karakteristieke houding. Het klopt ook dat ze
onder boombast naar insecten zoeken, maar ze zoeken ook in struiken en ook op de
grond waar ik van de week de bramen weggetrokken heb. Het is een paartje dat
zich hier kennelijk thuisvoelt.
27 oktober. Foto 1 wilde ik vorige week zaterdag laten zien en foto 2 vandaag.
Vorige week vergat ik het en vandaag is het bewolkt. Nu dan maar beide foto's in
één keer. Gemaakt met 1 minuut verschil, 5 over 9 zaterdag 20 oktober. Begin
herfstvakantie voor de één, richting oost en voor de ander eind vakantie
richting west. Nee, er is niks op te zien, daar heb je gelijk in, maar het gaat
om het idee!

26 oktober. Donker, grijs, somber. Om acht uur nog
niet te zien waar de zon op zal komen. Nog niet te zien waar de drollen liggen.
We lopen dus precies midden op het pad. Het helpt niet. Worden we niet vrolijk
van. Wat anders dus.
Het was zo prachtig stil buiten, dat we van een grote afstand de vogeltjes
konden horen wakker worden in de bomen achter Samberg. Wat een gekwetter.
Waarom?
De spreeuwen kunnen niet meer in het riet slapen, dat is onder het gewicht van
die duizenden vogels geknakt. Ik zal eens even nakijken wanneer ze vorig verder
getrokken zijn. In 2005 waren ze er op 27 oktober nog. Vorig jaar weet ik het
niet, de laatste foto was van 13 oktober. Ik ben daarna een tijdje ziek geweest.
Als we thuis komen, zien we van de weg die hoog ligt dat onze dakgoot zich weer
kan laten zien. Jachman 'hèf zik good ehad' gisteren. De lage en de hoge
goot zijn weer schoon. Niet dat het veel helpt, want er komen nog karrevrachten
blad. Bij zuidenwind van de rode beuk, bij westenwind van de linden langs de weg
en de plataan, bij noordenwind van het bos, van de beuken vooral, en bij
oostenwind van de eik van Jachman en spul uit de border en van de beuk de linden
en de beuken. Het wervelt rond het huis en blijft voor de achterdeur liggen. Er
is hier veel te doen. Onze oude tante Dien vroeg eens een beetje neerbuigend wat
neef Jachman eigenlijk de hele dag deed?
25 oktober. De grassen doen het weer prachtig in
de voortuin, beter gezegd het voortuintje. Ze hebben manshoge pluimen. Eronder
staat sedum spectabile 'atropurpureum'. Niet dat ik dat uit het hoofd weet, maar
met behulp van Wim Oudshoorn kom ik erachter. Boekje uit 1974.
Ze beginnen zich nu uit te zaaien en staan in de berm buiten de heg, langs de
beek op de stofdroge oever, op een paar andere heel droge plekjes. Ze bloeien nu
naast kamille en een pol margrieten. Hebben de nachtvorst doorstaan!

Voordat ik de bollen kon poten, moest ik de onder de
beuk woekerende bramenopslag verwijderen, drie kruiwagens vol dit keer. Zoals ik
op 13 oktober log 14 al liet zien, wordt er heel wat rotzooi uit de auto
gesmeten. Nu vond ik nog een zo op het oog porno-achtige dvd onder de bladeren.
Mooie suggestieve foto. Hoesje ontbrak. Ik stel me het volgende voor, behalve
het tegenvallende voor de hand liggende autowerk. Vrouw wil een cd in het laatje
schuiven, merkt dat er nog een inzit, haalt die eruit en ziet die suggestieve
foto. Raampje open, weg ermee! Ruzie. Zoals ik gisteren bij Marjolijn Februari
weer hoorde: je haalt eruit wat erin zit, in jezelf dan!
24 oktober. De buizerds die hier in de buurt
nestelen en hier hun territorium hebben, worden steeds opnieuw opgejaagd door
kraaien. Dat die laatste in het broedseizoen niet dol zijn op meeëters kan ik me goed
voorstellen, maar nu in deze tijd? Er is genoeg te eten voor kraaien en buizerds zou je
denken.
Nu zit hier een buizerd in de buurt, die steeds zijn zelfde rondjes
vliegt. Hij laat zich nog niet boven de wei zien, of eerst één kraai en dan, na
zijn strijdkreet, nog éen en nog één, begint de achtervolging.
Ik heb eens gehoord dat kraaien proberen om boven de buizerd te komen om op hem te
kunnen poepen, hij kan dan niet meer goed vliegen omdat z'n veren aan elkaar
plakken en moet naar de grond. Kraaien
zijn slim, het zou me niks verbazen als dit verhaal waar was.

23 oktober. Jachman heeft 'zijn' narcisbollen in
de grond. Elk jaar moeten er nieuwe bijgezet worden, want ze lopen wel sterk
terug in onze zandgrond. Onder de rode beuk ben ik bezig met het bijplanten van
sneeuwklokjes, crocussen en anemonen. Buiten langs de heg heb ik al groepjes
kleine narcisjes geplant. Ben benieuwd of het allemaal opkomt. Vorig jaar
stonden er nog een paar grote narcissen buiten de heg. Op een gegeven moment
waren er een paar bloemen afgeplukt en een eindje verder weer weggesmeten. Er
waren ook al eens kinderen binnen het hek aan het narcissen plukken, 'voor
mama'. Dat vind ik niet zo erg, maar dat zinloos plukken en weggooien is jammer.
Deze egel is denk ik zijn moeder kwijt en scharrelt nu op klaarlichte dag rond
het huis. Zoekt hij een plek om te overwinteren?
22 oktober. Een volkomen wolkeloze zonsopkomst.
Rond die tijd wordt er al druk zuidwaarts getrokken door vluchten duiven. Dat
gaat maar door, dat moeten er duizenden en duizenden zijn. Dat is natuurlijk elk
jaar zo geweest, maar vorig jaar viel het me voor het eerst op en dit jaar
lijken er nog wel meer te zijn.
Ook zien we kleine groepjes kraanvogels nog niet op hoogte overkomen als we in
het bos lopen. Het hoge geluid van de jonge vogels overheerst. Tussen de bomen
door kan ik ze niet goed op de foto krijgen. Wel een foto van een
klimopstam. In het witte licht zag hij er vreemdgekleurd uit en daarom viel hij
Jachman op. Foto is niet geflitst!

Gistermiddag heeft het lang gemiezerd en ook wat harder geregend. We zagen toen
een groepje van zo'n 25 kraanvogels uit de wolken zakken, oostwaarts om
Winterswijk koersen ri Bataafse molen, toen omkeren en recht op ons af komen en
laag aan de westkant van W. naar het zuiden vliegen. Ze vliegen als ze laag
zitten kennelijk liever rechtsom dan linksom in zuidwaartse richting. Als ze
heel hoog vliegen, gaan ze ook recht over het dorp. Ik zou ze prima hebben
kunnen fotograferen, als het niet geregend had.
Zondag 21 oktober. Deze week hebben we vakantie
van de schilderles, dus ik zie deze lieve hond deze week ook niet. Ik zit het
verst weg van ons groepje en kennelijk houdt Tessa net als ik meer van rust dan
van gepraat. Ze ligt vaak naast me. We mogen van haar baasje niet tegen haar
praten of haar aanhalen, maar even tegen haar fluisteren doe ik wel stiekem, en
dat vinden we allebei leuk.

20 oktober. Het vriest! Om 7 uur gaat Jachman de
buitenkranen open draaien, nog net op tijd, één heeft er al moeite mee, druppelt
eerst een beetje. Gisteravond vonden we het nog niet nodig om ze af te sluiten.
We hadden gewoon geen zin, bedoel ik. Hoe hard het vriest? Kijk maar:
De nieuwe is dus duidelijk een 'wegsmieterken'.
De vuurdoorn is helemaal leeggegeten.
Tien dagen geleden was het nog één oranje vlek tegen de schoppe, nu zit er geen
bes meer aan. Overal in het dorp staan ze nog in volle glorie, maar hier
is het gebeurd met de schoonheid. Met de lijsterbessen is het ook elk jaar zo.
Die bessen worden al gegeten als ze nog maar net beginnen te kleuren. Het kan
toch niet dat wij een lekkerder soort hebben dan in het dorp?

We hebben hier wel een heel goed vogelterrein, veel struiken, wilde plekken met
nestgelegenheid, de beek dichtbij, een wei zonder kunstmest, misschien hebben we
meer vogels dan elders.
In de disselbak van de caravan heeft een hele
kolonie lieveheersbeestjes een winterkwartier ingericht. Ze zitten met
verschillende soorten heel verdraagzaam bijelkaar. Op de foto staan er maar een
paar, ze houden niet van 10x flitsfoto uitproberen.
Gistermorgen voor zonsopkomst al weer honderden
houtduiven zuidwaarts zien trekken. Ik stond bijna ondersteboven om de
belichting van de wolken te fotograferen bij zonsopkomst, toen de duiven precies
over me heen vlogen.
19 oktober. Klimop. Op dit moment is de overgang
te zien tussen bloeistadium en besstadium. Als even de zon schijnt zitten er
vliegen, wespen en bijen op bloemen en de bessen in wording. De druiven zijn nu
ongeveer op. Een enkele merel waagt nog een hapje verdroogde druif, maar lekker
is het kennelijk niet.
Vanmorgen zat een winterkoninkje zich tegen zijn spiegelbeeld in de ruit te
verdedigen. Wel 10x knalde hij tegen het glas. We zagen dit gedrag vooral vaak
van staartmezen. Zo vreedzaam als die vogels zijn, -ze zitten 's winters wel
eens met zijn achten op één zaadbol- zo fel zijn ze tegen hun spiegelbeeld.

18 oktober. Dauw en regen.
Op de foto van de wei met mistflarden en dauw (log 14) zijn de vele heel kleine
druppeltjes op het gras te zien. Loop je erdoor, dan spuit het water op voor je
voeten. Vandaag heeft het hard geregend, het gras is drijfnat, maar als je
erdoor loopt, zie je geen druppels, die zijn naar de grond gezakt. Je schoenen
lijken minder nat te worden van lopen door gras als het regent dan als het
dauwt.
17 oktober. Vanmorgen stond in de krant een groot artikel over de konijnenziekte
myxomatose, die op het ogenblik weer toeslaat. Ook hier bij de wilde konijnen is
de slachting duidelijk te merken, er zijn er veel minder dan een paar weken
geleden. De stand kan wel gedecimeerd worden! Toch vinden we geen dode dieren.
Ze zullen óf opgegeten worden door aaseters, of ze kruipen weg in de grond. Ze
zullen wel niet allemaal verhuisd zijn!
Niet dat we het erg vinden dat er een natuurlijke rem opzit, het werden er te
veel langzamerhand.
16 oktober. Mijn kastanje heeft het dit jaar wel erg
moeilijk gehad. Mineermotje, droogte in het voorjaar, het was triest om te zien.
Jachman ondernam gisteren een reddingsaktie. Alle slangen die we hebben werden
aangekoppeld aan de pomp en de kastanje kreeg water. Dat lijkt simpel, maar
sleep maar eens loodzware slangen, - aan de pomp zitten 2 dikke zwarte die een
hoge druk kunnen hebben- 40 meter de wei in en dan nog dunne slangen als
verlengstuk eraan koppelen...Dagwerk. Het water spoot eruit, maar verdween
onmiddellijk in een diepe konijnengang die onder het beschermende rond de
kastanje ingegraven gaas doorliep. Het water liep een kwartier, maar de grond
rond de boom werd nauwelijks nat. Toen nog eens een half uur, zelfde resultaat,
geen dus. Onder de wei hebben de konijnen een enorm tunnelsysteem aangelegd. De
grond is droge zandgrond, met een natuurlijke afwatering naar de beek die meters
lager ligt. Na een paar uur was er een klein stroompje water te zien en leek het
hol dichtgeslibd.
