15 mei. Hè, hè, eindelijk snapt ze het. Dit zijn de
eerste eieren die we te zien krijgen van Hennie. Een
paar andere kregen we alleen maar te horen, vanonder de
dichte struiken. Het zijn dan wel geen bruine, maar ze
lijken stevig en niet al te klein. Ze heeft geen echt
leghok maar zo in het droge zand van het nachthok gaat
het kennelijk ook. Nu ga ik deze eieren merken en de
nieuwe die ze erbij legt, zijn dan mooi voor ons.
Krijgen we eindelijk eens iets terug van onze moeite en
investeringen, Hennie! Uit de hand eten en dan toch de
eieren in de border leggen, dat kan natuurlijk niet
meer. We voeren je verdorie al een half jaar voor nop!

14 mei. Moe meerkoet zwemt met 6 jongen in tegenlicht.
Eén kleintje bleef iets achter en kwam er net niet meer
op.
Terwijl ik dit schrijf, schijnt de zon prachtig op de
kamperfoelie voor mijn raam. Even genieten.............
Wat waait het hard!

Zondag
13 mei. Fijn vroeg naar buiten gegaan vanmorgen, de zon
scheen! Met de zon in de rug deze foto gemaakt van het
bloeiende gras, de margrieten en in de verte de
bloeiende acacia's. Het maïsland zag wit of het
gesneeuwd had van de afgewaaide bloesems.

Bij het Hilgelo zat de
meerkoet op het nest, goed verscholen, maar heel dicht
bij het pad. Toen ik nog een stap dichterbij kwam, ging
ze toch voor alle zekerheid maar een metertje zwemmen.
Mooi, zei de meerkoetman en nam 'r der even van. Mijn
geheugenkaart is net vol op dat moment! Na een minder
geslaagde foto weggegooid te hebben kan ik nog wel het
nest laten zien.
12 mei. Het mooiste stuk weg dat ik vanmorgen gezien
heb, was tussen Ruurlo en Vorden. Er waren bijna
horizontale regenvlagen te zien, afgewisseld met even
een stralende zon. Net in zo'n zonperiode reden we over
die weg en het groen van de beukenlaan was zo bijzonder
heldergroen, dat zie je maar zelden.
De mooiste dieren die ik vandaag zag, waren de pas
geboren veulens Sally en Rosy. Ze renden sierlijk en
snel op hoge benen door de wei, trokken zich minder van
de regen aan dan ik.
De aandoenlijkste hond die ik vandaag zag, was Cosy, die
over een goede week bevalt van tenminste 5 kleintjes.
De gekste hond die ik vandaag zag, was Bella, die zo
hoog opgewonden jankt of zingt als ze een bekende ziet,
dat je moet meelachen of meejanken.
De liefste mensen die ik zag, kan ik onmogelijk in een
paar zinnetjes beschrijven. Bovendien zouden ze dit
kunnen lezen en, nou ja, misschien hebben ze toch wel
één minder goede eigenschap en zouden ze gevleid zijn.
11 mei. Harde wind, plensregens en een daverende
donderklap vannacht om half één. Het bleef bij die ene
klap, het rommelde alleen nog wat in de verte.
Na drie dagen regen staat het gras in de wei zo hoog,
dat van rechtopzittende konijnen alleen nog de oren te
zien zijn. Heel veel oren. De droge periode was goed
voor konijnen. Het hol naast mijn auto is weer leeg, er
racet nu één klein konijntje onder de jasmijn vandaan
een paar meter het gras op, gaat stil zitten knabbelen
en racet in zijn achteruit, lijkt wel, weer terug naar
de struiken. En dat honderd keer.
Een jonge eekhoorn heeft een walnoot gevonden en wil die
in onze kamer begraven. Hij springt omhoog, de noot in
z'n bek knalt tegen de ruit, het beestje valt
achterover, probeert het een meter ernaast nog eens,
knal van noot tegen glas, val van beest in het gras, hè,
hè, hij begrijpt het, daar kun je niet door. Dan maar
begraven vóór het raam. Een heel klein grasplagje wordt
weggekrabd, een kuiltje gegraven, de noot diep erin
geduwd, het zand er weer overheen geneusd, en dan legt
hij met zijn poten het plakje gras er weer overheen en
stampt alles keurig glad! Wat een
perfectie.
10 mei. Voor de ouderen een beladen datum.
In een paar dagen tijd is de omgeving dichtgegroeid. Wat
drie dagen geleden een keurig gesnoeide doorgang was, is
nu een lage poort met kruipdoorsluipdoor
doorgezakte regenzware takken. Maar mooi wat er allemaal
opslaat! Bij de beek, precies op het randje, komt een
walnotenboom omhoog. De groeikracht die in zo'n door een
eekhoorn begraven noot zit, geweldig!
en dan deze groeikracht:

9 mei. Deze buurvrouw heeft een drieling, maar de
lammetjes
springen alle kanten op, vooral achter de moeder langs,
dus één of anderhalf lam was het maximum wat ik op de
foto kreeg. Ze zijn van 7 mei.
De acacia stak gisteravond prachtig af tegen de
buienlucht. Regen en zon, altijd weer boeiend als dat
tegelijk te zien is. Heel bijzonder is het licht op zo'n
moment.
Onze kip Hennie is door ChrisJan herkend als één van
zijn pelle-en-nog-wat kippen.
Hij had hem in januari al zien lopen bij ons in de
border maar had toen gedacht: 'Lamaar'. Toen hij het
verscheurverhaal en ons vertroetelen van de patient
vernam, mocht ik hem zonder betalen houden. Het was wel
een kip van een zenuwachtig soort, leerde ik, maar dat
was geen nieuws, we hadden het inmiddels al ontdekt.
Nummer drie is uit de lucht komen vallen, na de muis en
de kanarie, weer iets knalgeels: een ballonnetje. Het
dansen in de lucht aan een touwtje in de zon is
afgelopen, het lag in de regen op de grond, maar wel
tussen de margrieten. De afzender was eraf geweekt.

8 mei. Om goed drie uur vannacht begon een hevig onweer.
Ongekend veel vuur in de lucht, lage wolken, veel
inslagen naar de grond. Ik ben niet gauw bang, maar dit
was toch niet leuk. Zware slagregens. Het duurde bijna
een half uur voor het naar het oosten weggetrokken was.
Het KNMI had gemeld dat het een nacht met opklaringen
zou zijn, droog, behalve in het noordwesten, waar buien
met onweer konden voorkomen. Kennelijk wordt er bij
prognoses alleen gekeken naar wat er op dat moment op de
weerkaarten te zien is en wordt niet bedacht dat er wel
eens brongebieden voor onweer ergens dichtbij kunnen
zijn.
Veel huisjesslakjes op het pad vanmorgen. Die uit de
linkerberm kruipen met levensgevaar naar rechts, waarbij
ze die van de rechterberm tegenkomen, die naar links
willen. Beide verkeersstromen komen onder fietswielen en
wandelschoenen, tegen hondepoten, in eksterbekken en
andere onaangenaamheden terecht. Nog een paar dagen en
dan zijn ze met zoveel dat het net is of je over een
grintpad loopt.

7 mei. Regen! Eerst heel zacht om goed zes uur en het
was bijna droog toen we gingen wandelen, maar nu om 9
uur regent het behoorlijk hard. Zo'n langzaam begin is
veel beter dan een plotselinge hoosbui waarbij de grond
dichtslaat. Nu kon het even inweken.
Deze groene kikker moet wel uit de sloot aan de overkant
van de weg gekomen zijn, de weg zijn overgestoken, door
voortuin en langs het huis gesprongen zijn. Ze zit nu
uitgeput achter het huis bij te komen. In onze
vijver zitten nu bruine kikkers, ze zal toch wel op weg
zijn daarnaartoe.

Gisteravond konden we, na een schitterende zonnige dag,
voor de laatste keer in deze droge periode buiten
eten. De zanglijster deed zijn best om opdringerig zijn
bandje af te draaien, net een kapot apparaat dat drie
keer een zelfde stukje speelt en dan weer verder gaat,
weer drie keer speelt, enz. Je merkt wel, dat mijn
liefde niet naar de zanglijster uitgaat. Gelukkig zong
de merel op het dak een veel beschaafder en melodieuzer
lied.
Zondag 6 mei. Een mistige morgen met druipende bomen, de
zon houdt zich slapend. Er staat weer jongvee in de
Ronde Weide, negen stuks dit jaar. Ze moeten even wennen
aan de wandelaars die door hun gebied lopen, zijn nog
nieuwsgierig en lopen gezellig mee tot het klaphekje.
Eén ontdekt waar zo'n raar paaltje voor dient, het is
handig op kophoogte als je daar jeuk hebt. Aardig van de
boer. Nummer twee staat peinzend bij de zelftap, hier
was toch iets mee....toen....... Moest je niet ergens
tegen duwen?............... Ik kom er nog wel op, even
denken..... 't heeft geen haast.....
Als we een kwartier later weer langs komen, is het
gelukt: water!

5 mei. Wat is er nou mooi of bijzonder aan een
paardebloem. Alles. De bloem met al die lintjes en dan
nog al dat pluis. Hij lapt 't em toch
maar. Mooi rond, zaadjes op gelijke afstand, licht en
functioneel pluis. Ik kan het nog niet eens tékenen!
Een viooltje is ook al zo gewoon. Maar deze laat zien
dat ze bezoek heeft gehad.
Bij de eik klonk gestaag knarsinge der tanden. Ja hoor,
ze zijn er weer. Hier woont er één. De deur is voor 90%
dichtgeplakt, hij kan zonder zich ver naar buiten te
wagen eten. Zijn buurman was even weg maar komt er net
aan.

4 mei. De blauwzwarte beekjuffer zien we vaak in de
struiken langs de beek, maar nu zat er deze schoonheid,
volgens mij de weidebeekjuffer. Waarom zou deze soort
libellen, waarvan de mannetjes zo opvallend gekleurd
zijn, juffer heten? Behalve hun sierlijke schoonheid zit
er niks vrouwelijks aan. Ze vechten met soortgenoten om
een vrouwtje en een goede jaagplek, jagen met
bliksemacties, verdedigen fanatiek hun territorium, nee,
juffer vind ik geen passende naam voor ze.
3 mei. Vanmorgen begon de dag met een stralende
zonsopkomst, zoals elke dag. Het hoort toch zo? Als we
even later gaan wandelen ziet de wereld er totaal anders
uit: mist, die met een ijzige noordoostenwind over het
water op ons af komt kolken. Koud!!
Terug hebben we de wind achter en valt het wel mee. We
hebben zelfs oog voor de gisteren opgekomen
maisplantjes. Geen plantje te zien op de foto, te
iel nog.

Nu, om negen uur is het weer net zo helder en zonnig als
gistermorgen, toen er een kanarie landde tussen de
chocoladebekers buiten op het terras. Hij was absoluut
niet schuw, zat binnen de kortste keren in de kamer,
hipte weer de drempel over, ging buiten op de
vensterbank zitten, snoepte kruimeltjes onder de tafel,
kennelijk was het heel gezellig bij ons. Toch vloog hij
na een kwartiertje weg.
1 mei valt er een muis uit de lucht, 2 mei een kanarie,
wat valt er vandaag, 3 mei?

2 mei. Toen ik een foto van de kastanje uit de bloempot
maakte en bij de gespleten beuk stond, zag ik een
liefdespaar lieveheersbeestjes snel langs een takje heen
en weer rennen. Ik neem aan dat het vrouwtje rende en
het mannetje meelifte. Waarom zou ze zo rennen?

1 mei. Gistermiddag zat Jachman rustig te lezen onder de
blauwe regen bij de keuken, plofte er ineens iets uit de
boom op de tegels naast hem: een muis. Plat op z'n buik
bleef hij een poosje liggen en kroop daarna richting
windscherm, richting spleet, richting holletje.
Inmiddels had J. mij geroepen om te komen kijken. Ik
griste m'n camera mee en maakte van de valler of
springer die dizzy bij het scherm lag een paar foto's.
Na een half uurtje kwam hij weer bij zijn positieven en
verdween door de spleet naar het hol.
Wat gebeurde er in de laatste minuut voor haar val? Werd
zij achtervolgd? Achtervolgde hij een andere muis? Was
er een onverwachte windvlaag? Rook hij een van de tafel
gevallen kaaskorst en gunde hij die niet aan een ander?
Zag zij dat de waterslang bezig was haar gang onder
water te zetten?
Je weet het niet. Zelfs niet of het een mannetje of een
vrouwtje was.
Vervolg: we hebben nog eens heel goed deze foto en een
paar andere bekeken en we denken nu dat het muisje
verloren is door een (jonge?) roofvogel. Aan beide
zijden heeft het donkere vlekken net of het in een
grijppoot geklemd heeft gezeten. Dat verklaart ook de
enorme klap waarmee het op de stenen sloeg, want bij een
val uit de blauwe regen zou het toch meer met een sprong
geweest zijn.....?