Koninginnedag 30
april. Koude ochtend, 5ºC en een snel sterker wordende
oostenwind. Het pad ligt bezaaid met de afgewaaide jonge
uitlopers van beuken, wilgen en lindebomen. De linde aan
de overkant van de weg heeft het toch nog weer gehaald.
Al jaren denken we, dit is het laatste jaar, want hij
komt weken later in blad dan de andere linden langs de
weg, krijgt ook veel minder blad, heeft veel dode
takken, ziet er zwak uit. Er is al vaak aan zijn wortels
gehakt, want hij staat boven een waterleidingbuis die om
de haverklap lek is, hij heeft waarschijnlijk jaren
boven een lek in de gasleiding gestaan, er zit een
tappunt voor de brandweer, dat geregeld gecontroleerd
wordt waarbij smerig water wegstroomt over zijn voet, er
is voor ons een stroomkabel ondergronds gelegd ook net
bij zijn wortels, het is echt een wonder dat hij nog
leeft.
Na jaren zijn de
margrieten nu zover uitgestoeld, dat we van een wei met
margrieten kunnen spreken, nog niet van een
margrietenwei, maar toch, het lijkt erop. Vorig jaar
maakte ik op 29 mei een foto op dezelfde plek. Toen
sappig gras, margrieten met lange stelen, nu droge dorre
bergwei met bloemen op korte stelen.

Zondag 29 april. Dertien kuikens zwemmen achter eend
twee aan op de beek, ze worden bij het inhalen met een
meewarige blik bekeken door de 8 overgebleven jonkies van eend een.
Wij zijn al van 26 april!
- Als alle beukenbloemen nootjes worden, dan krijgen we
een recordoogst. De vliesjes sneeuwen door de lucht,
kleven aan je kleren, liggen overal in huis, waaien
onder de parasol in je eten. Het is niet vies, maar het
hapt en drinkt niet zo lekker. Voor de oudere lezers:
denk aan de vliesjes in de havermoutpap, maar dan
droger.

Vanmorgen waaide het zo hard en de grond is nu zo droog,
dat de net geploegde en ingezaaide velden stoven als bij
een zandstorm. Dat de zandwegen stuiven zie je vaak,
maar het stuiven van de bouwlanden is meer iets voor
strenge winters. Zand op het ijs.
28 april. De klimroos in de appelboom bloeit. Ik heb het
gevoel of hij een maand geleden nóg bloeide en nu ál.
Dat nog zal wel overdreven zijn, maar dat in april de
roos bloeit is echt wel al. Duidelijk toch?
- De campings lopen vol, voor de Duitsers is het
helemaal een lang weekend met 1 mei eraan vast. Met
markt en 4 dagen kermis, plus 1 mei vieringen op het
Hilgelo van duitse jongeren, zal het hier toch een feest
worden! Er is wel een drankverbod voor ze op het Hilgelo
dinsdag. Twee of drie jaar geleden kwam de ME eraan te
pas bij zo'n happening bij de Slingeplas. Leuk.
- De ree stond weer onder de eik te snoepen om 6 uur.
Toen ik buiten kwam was hij helemaal achterin de wei. Ik
kon hem wel goed zien, maar hij was echt te ver voor een
betere foto dan eergisteren.
- Elke morgen komt het konijn de jongen zogen in het hol
dat ik al liet zien. Soms ligt het zand er nog naast als
ik buiten kom, dan blijft moe wachten op veilige afstand
tot ik in de caravan ben en dan pas harkt ze het gat
weer netjes glad dicht.
27 april. Niks ree. Niks eend met minipielendekes. Toen
ik gisteren de ooievaars spotte, zag Jachman de eend
onder de hulst uitkomen en met 9 jonkies de beek ingaan.
Ze begonnen gelijk vliegjes te vangen en schoten als
pingpongballetjes over het water. Ze zwommen gelijk een
heel eind de beek op, weg van het nest. Nu zien we ze
een paar dagen niet terug, maar na die tijd komt ze met
de overgebleven kleintjes weer hier bivakkeren. Dat gaat
elk jaar zo. Het is wel een uitzondering dat het eerste
legsel uitkomt. Ik denk dat de al dichte onderbegroeiing
in het bos het dit jaar veiliger heeft gemaakt voor de
eend.
Dit plantje leerde ik kennen door mijn dochter, die een
heerlijke soep maakte toen we in Duitsland bij haar
waren. Wat maakt het zo zacht kruidig? De sla was ook al
zo lekker, beetje knoflookachtig. Ze noemde het
bärlauch. In mei heel algemeen in de bossen daar,
omgeving Limburg a.d.Lahn. Ze had veel drooggevroren en
had voor het hele jaar genoeg. In Nederland heet het
daslook. De groenteboer kende het wel, maar nam het niet
in voorraad want er was geen vraag naar. De
marktgroenteman kende het ook en zou, omdat hier veel
Duitsers op de campings staan, een kistje meebrengen de
volgende keer. Het bleken geen plantjes maar afgesneden
blaadjes, ook lekker, heb ik ook drooggevroren.
Later kreeg ik van andere dochter allemaal kruiden in
potjes. Ik plantte ze in een paar bakken en knipte de
hele zomer. Kervel, basilikum, koreander, thijm, munt,
van alles zat er bij. In de winter overleefde alleen de
peterselie, vreemd, want er stond meer wintervast spul
in. Drie weken geleden nieuwe aarde in de bakken gedaan
en wat bleek toen ik de oude grond eruit kieperde? een
kluwen regenwormen woonde er in. Zouden die alle
plantenwortels verorberd hebben? De peterselie heb ik in
de nieuwe aarde gezet en wat kwam er naast die
peterselie op? Bärlauch, daslook. Het bloeit nu al en
het smaakt hier ook zacht knoflookachtig, heerlijk in de
soep en de sla!

26 april. Ik heb heel rustig het gordijn een eindje
opengeschoven vanmorgen en ja, daar zag ik de ree weer
bij de eik, lekker jonge blaadjes snoepend! Met de
kijker zag ik dat het een reegeit was, geen bok zoals ik
gisteren even dacht. Dikke buik, opgezwollen uier. Ik
heb me gauw aangekleed om buiten beter te kunnen zien.
Ik kon haar besluipen achter langs de 'berg' en zag
toen, dat ze inmiddels iets verder naar achteren gelopen
was. Ze keek op toen ik een foto maakte. Ze vluchtte
niet weg, bleef nog wel 5 minuten grazen aan de frisse
grassprietjes zonder gier in de enige wei in de omtrek
die niet 'vergierd' is. Toen verdween ze achter het
boomkunstwerk naar beneden, naar de lage oever en
vandaar naar de achterburen, waar de koeien met kalfjes
lopen. Reeën zijn daar graag, het geeft ze denk ik een
veilig gevoel.
Ik ben 's morgens toch nog niet alert genoeg op de
geringe lichtsterkte. Met het oog zie je alles heel goed
en dan wil mijn camera toch nog graag de
donkerweerstand, vergeet ik het maantje weer! Als bewijs
zal ik de foto hier neer zetten, maar ik zal morgenvroeg
een betere proberen te maken.
Bij het boodschappendoen zag ik een kwartier lang 3
ooievaars boven het dorp steeds hoger cirkelen. Nog
nooit heb ik hier ooievaars over zien vliegen. Omdat ze
vrij ver uit elkaar vlogen kon ik er maar één
tegelijk redelijk scherp nemen.
25 april. Vanmorgen ben ik geschrokken van een ree en
dat is me nog nooit gebeurd. Toen ik om half zeven om de
hoek van de schoppe kwam, stond een grote reebok op een
meter of 10 afstand mijn kant op te kijken. Hij had me
al gehoord natuurlijk, want zo gauw ik buiten kom 's
morgens vroeg begin ik zacht te praten, zo van : zijn
jullie allemaal nou al op, fijn dat je me weer ziet he,
wat kun toch jij prachtig fluiten, maak toch niet zo'n
herrie, is het water koud, ja ik zie je wel achter die
stam, enz. enz.
Het is maar goed dat geen mens me hoort, want die zou me
op slag voor gek verklaren. Erover lezen is minder erg.
Ree en ik keken elkaar een paar seconden aan, ik vergat
zelfs te praten, en toen ging hij er met grote sprongen
vandoor de beek over.
Het was toch al een bijzondere ochtend. Tegen
zonsopkomst werden de wolken en alles op de grond
oranjerose aangelicht, het licht leek wel tastbaar,
vloeibaar. En dan nog die ree.... mooi begin van de dag.
24 april. Er zijn nu al twee nachtegalen, ook een aan de
overkant van het Hilgelo. Toen ik enthousiast tegen een
andere ochtendwandelaar zei, dat de nachtegalen er weer
waren, hoor toch eens hoe mooi, reageerde hij met: 'Dat
was me nog niet opgevallen.' En hij liep er recht
onderdoor! Hij had wel de koekoek gehoord, die
imiteerde ook wel andere vogels. Ja, hallo, hij had de
koekoeksklok horen luiden. Alleen bij de paring maken de
vrouwtjes van die opgewonden eksterachtige geluiden en
stotteren de mannetjes hun koekoekoeroep als ze een
vrouwtje ergens opmerken, maar ze imiteren niet en zeker
geen nachtegaal.
Bij de toegangsdeur naar ons terras moet je bukken om
binnen te komen, de blauwe regen zakt elk uur een
centimeter.

23 april. Vanmorgen hebben we hier ook de koekoek
gehoord. Eindelijk. Half Nederland had er al een
gehoord, wij niet. Maar ik heb de nachtegaal op de foto
gekregen. Zonder zoom, want die vergat ik in de
opwinding te gebruiken.

Jachman zag nog net hoe de
moederkoe haar pasgeboren jong schoonlikte in de wei
hierachter. Nu zijn er al 3 koeien met kalfjes. Deze
foto wel met zoomlens, maar ze waren te ver weg. Als ze
dichterbij zijn, willen ze niet alle zes tegelijk erop.
Zondag 22 april. Vorig jaar hoorden we op 22 april voor
het eerst de nachtegaal. Toen ik vanmorgen buiten kwam,
heb ik gelijk weer geluisterd of ik hem hoorde. Niets.
Wel om half zeven al 2 luchtballons, heel hoog, die
bijna stilhingen. Een uur later liepen we langs het meer
en hoorden het bekende dududuDUDU, toch een nachtegaal!
Exakt op dezelfde dag als verleden jaar, hoe kan dat??
Hebben zij het zelfde gevoel bij de inwendige jaarklok,
dan moet ik vertrekken naar het noorden en dan weer
terug naar .... als ik heb bij de inwendige
dagklok, die me op de minuut af zegt, dat het zes uur
is, opstaan jij!
21 april. De rhododendron bij de kamer gaat toch bloeien
gelukkig. Vorig jaar was hij helemaal van slag. Na de
droge zomermaanden waarin de nieuwe knoppen voor dit
jaar verdroogden, begon hij na de regens van augustus in
snel tempo dikke knoppen te vormen aan de onderste
jongste uitlopers. In september stonden die in bloei.
Verdroogde knoppen over de rest van de struik, nog geen
knoppen in de onderste takken, dat wordt niks volgend
jaar, dachten we. Maar in deze zachte winter vormde de
hele struik weer knoppen! Die beginnen nu te bloeien.
Wat nog een prachtige bloem moet worden, groeit tussen
vraat en drek.

20 april. Na het uitgraven van het retentiebekken en het
herstellen van de oude beekloop in het begin van deze
eeuw (het is de eerste keer dat ik 2000/2001 zo
omschrijf) leek de naaste omgeving ervan behoorlijke
schade opgelopen te hebben van de graafmachines. Er zijn
toen ook bomen gekapt om bij de werkplek te komen. Het
leek op kaalslag. Maar al supersnel vormde zich een
struiklaag van vooral beukenopslag. Prachtig. In het
vroege voorjaar stonden die kleine boompjes al eerder in
blad dan de hoge beuken waar ze half onder stonden.
Dit jaar zijn de oude beuken al groen, maar de kleintjes
zijn nog maar heel voorzichtig hier en daar met een
enkel takje uitgelopen. Zou de verklaring kunnen zijn,
dat de oude bomen nog vocht krijgen door hun diepere
wortels en dat de kleintjes, die sinds het motregentje
van 22 maart geen water hebben gehad, nog maar even
wachten?
De treurwilg staat met haar gezicht in de wind. Zo met
wapperend haar vind ik haar 't mooist.

19 april. Wat nu? Wat moet ik kiezen? Alles bot en
bloeit en fluit en bouwt. Dan maar iets heel anders.
Met een goede vriendin gepraat over geloof en kerkgang.
Dat gesprek werkt nog na en weet heel zeker, dat ik geen
kerkelijk instituut meer nodig heb om te bidden of te
danken, omdat ik in elke natuurfoto mijn dankbaarheid
voor de prachtige schepping uiten kan. Hoe het universum
ontstaan is, of het er altijd geweest is of is geschapen vind ik een
wetenschappelijke vraag en geen geloofsvraag. De
ontwikkeling, de groeikracht, de niet te bevatten
grootte en kleinheid, de schoonheid en de wreedheid, het
leven en de dood erin, is zo ontzagwekkend, daar kan ik
alleen maar een minuscuul korreltje dankbaarheid en hoop
en verdriet en vrees tegenoverstellen. Maar de
dankbaarheid is het grootste korreltje.
Toch nog even zo'n kleine schoonheid laten zien,
vogelmelk. De lichte sliertjes ertussendoor zijn de deze
week verbrande bladeren. De plantjes houden ervan om na
de bloei even ruw behandeld te worden, net als
sneeuwklokjes, zo'n beetje met de schop onder de
bolletjes wrikken, dat vinden ze fijn. Vroeger groeiden
ze veel op de grasbermen tussen de akkers. Die grond
werd ruw behandeld, de paarden draaiden daar als er
geploegd werd. Bij ons staan ze net voor de schoppe,
waar vaak mollen onder ze door gaan en waar de deuren
nog al eens over de grond slepen bij het open en dicht
doen.

18 april. Jachman heeft een inventaris gemaakt van alle
bomen en struiken die op ons terrein staan. Niet hoeveel
er totaal staan, maar welke soorten er zijn. Ik was toch
verbaasd over de hoeveelheid: 80. Met de Nederlandse
naam en vaak ook al de Latijnse naam erbij zijn het drie
A4 kantjes vol. Handgeschreven natuurlijk, want een pc
is maar een onhandig ding.
De eerste struiken zijn in april 1971 in de grond
gehakt. Met een houweel moest Jachman plantgaten hakken
in de brede erftoegang die bestond uit een dikke laag
vastgereden sintels. Wagens konden voor die tijd zo van
de grote weg tot aan de deeldeur rijden en dat wilden
wij niet. Een draad spannen was het eerste werk dat na
de koop gebeurde en het tweede was groen aanpoten. Het
eerste struikje is een soort sneeuwbes, maar hij bloeit
vroeg en heeft kleine bleekrose tot witte bloemetjes. Ik denk dat
het de goedkoopste struik was die Jachman kon vinden,
want mooi is hij absoluut niet. Misschien bloeide hij
toen en viel J. voor de kwetsbaarheid in dat koude
voorjaar.
17 april. Vijf dagen achter elkaar in april buiten eten
is echt vakantie! Luierend in de halfschaduw kan ik
zonder op te staan dit viooltje op de foto zetten. De
bakken hebben we vrijdag weer gevuld. Ik kocht de
laatste 36 viooltjes die er in Winterswijk nog waren.
Kreeg de drie achterblijvende zieligerds cadeau. Vorig
jaar vulden we de bakken op 22 april, violen te kust en
te keur overal.
Nu kreeg ik als antwoord dat het
zómergoed er immers al was! O jé! En ik zit nog in de
lentegoedfase. Ja, ze
waren er nog wel: in opgemaakte prullaria mandjes en
bakjes, waar er drie instaan voor €9.-
Ammenooitniet.
Nee, dan deze gratis opgemaakte donsbloem, want zo lijkt
het van een afstand. Als ik dichtbij ben, zie ik pas dat
het witte geen bloem is, maar dons op hazelaaropslag.
Na de foto pak ik het vast en krijg het bijna niet meer
van mijn vingers. Het kleeft of haakt van de ene hand naar de
andere. Waar is dat goed voor? Dat het dons niet uit
het nest waait? Dat eieren en jongen niet koud worden?

16 april. Gisteren was het de
warmste aprildag in Nederland ooit. Wij maten op twee
verschillende plaatsen 29ºC in de schaduw. De
grote eik staat vanmorgen voor de onderste helft in
blad, het beukenhaagje stootte gistermiddag de dode
bladeren af en begon de nieuwe blaadjes open te vouwen.
De lelietjes-der-dalen ( prachtige ouderwetse naam, veel
mooier dan lelietjes-vandalen. Ja, ik weet dat er nog
een streepje bij hoort) die dus, staan al met hun
opgerolde kokertjes hoog boven de grond, maar van de
salomonszegel die er dicht bij staat, is nog geen spoor
te zien.
Er loopt al veel vee buiten.
Bij de overburen lopen al een week de melkkoeien in de
wei, bij de naaste buren de schapen met lammetjes,
in de wei hierachter een koe met een bijna wit kalfje en
in het bos een kudde nordic walkers. Ze komen met de
auto aan, trekken de speciale schoenen aan, dan de
handschoenen die erbij horen, vergeten de pet niet, want
zonder pet kan het niet en walken dan nordisc het bospad vol
boomwortels op. Ze hebben geen Jachman bij zich die
waarschuwt waar een net boven de grond afgezaagd
boomstronkje geniepig afwacht.
Schadenfreude? Wat is dat?