31 januari
Na twee lessen tekenen en op papier schilderen, ben ik
nu op doek aan een tussenmaat schilderij begonnen,
40x50, onderwerp is het bankje onder de treurwilg bij Steamerd in de Brinkheurne. In augustus 2006, het jaar
van de treurige zomer, toen we niet naar Frankrijk
gingen vanwege een scheiding en twee sterfgevallen bij
de drie buren, maakte ik van Jachman een foto op dat
bankje. Behalve de foto die bij 1 augustus staat,
maakte ik er nog twee en ik combineer nu een paar
elementen ervan tot één schilderij. Ben benieuwd hoe het
wordt. Ik laat het wel zien, áls het wat geworden is.
Over foto's gesproken, in 2005 kreeg ik een digitale
camera en ging ik de foto's opslaan. Netjes mapjes
aanmaken, elke maand een nieuw dus.
Het lijkt heel overzichtelijk als je bij
Documenten/Foto's/Jaar/Maand kijkt, maar als je een
bepaalde foto zoekt, dan weet je vaak nog wel of het zomer
of winter was, maar zomer is een rekbaar begrip. Je
zoekt dus toch wel eerst juli augustus, dan mei juni en
tot slot april september, want het zou best eens zo'n
zomerswarme herfst geweest kunnen zijn dat jaar. Welk
jaar? Lang geleden of recent? Weer van die
onduidelijkheden.
Zo vergaat het mij en omdat ik ook vaak maar raak
geschoten heb en niks wegdeed, zit er een hoop dubbele
rotzooi en flauwekultroep tussen. Wil ik die foto van
die enorme molshoop bij de wasdroogpaal hebben, dan ben
ik echt wel een uur of langer bezig.
Ik kan sneller een paar dingen wassen, de paal in
een molshoop poten, een paar stukken wasgoed ophangen en
een foto maken! Dat is toch niet de Sinn der Sache van het
keurig mapjes maken!
30 januari
Op 19 januari vertelde ik over Willem die kwam
kijken naar de ondersteuning voor de Blauwe regen en
over zijn schoonvader die het misschien beter kon
repareren dan
hij. De volgende dag stond er een oudere man op de
stoep. Hij was het. Nee, hij was het niet, niet de
schoonvader, maar de óóm, ik had het niet precies
begrepen.
De oom, Henk, zag het wel zitten, was smid van zijn vak,
zag dat het nog wel iets groter kon, want dan stonden er geen
palen midden op de stoep, hij nam gelijk de maten op,
kwam binnen een tekening maken, ik had al koffie gezet
en we gingen er gezellig bij zitten.
Nee, hij was geen familie van de naamgenoot die bij mij
in de klas had gezeten, hij kwam uit Twente, woonde
dichtbij aan deze kant van het dorp, had in Groenlo bij
een grote aannemer gewerkt, was betrokken geweest bij
alle uitbreidingen van de NEDAP, kende daar nogal wat
mensen die ik ook kende, we namen nog een kopje koffie,
en waren het er na nog eens vijf minuten over eens: wat
waren er toch veel aardige mensen op de wereld, gelukkig
meer dan ellendelingen!
Hij maakt een demontabele constructie, die ook nog eens
iets hoger wordt dan wat er nu staat, hij zal
voorzichtig met de Blauwe regen omgaan, zijn vader was
tuinder, en hij zal het doen vóór het uitlopen. Ik wacht
af.
Misschien kan hij ook een handige greep maken aan de
klep van de open haard. Daar wacht ik al op sinds
afgelopen mei, toen de schoorsteenveger beloofde er een
voor me te zullen maken. Was ook een aardige man, alleen
een beetje vergeetachtig, ook na mijn voor 'de bouwvak'
herhaald verzoek is er nog niets van gekomen.
Hij plande dat herhaald verzoek voorzichtigheidshalve al
in. Hij kende zichzelf, ik kende hem nog niet.

Gisteravond sneeuwde het lang licht. Nu vanmorgen vóel
je het sneeuwen, maar zie je het alleen in koplampen,
als een schittering.
29 januari
Drieënveertig
keer vierde mijn moeder op deze datum thuis haar verjaardag,
de laatste keer in het ziekenhuis in Zutphen. Mijn zus
had gespaard voor een verzilverd botermesje en ik voor
een houten breinaaldenkoker. Ze was er heel blij mee.
Twee weken later was ze dood. We wisten niet dat ze zo
ziek was. Ik wist het niet, was 11. Maar oud
genoeg om het liever wel geweten te hebben.
Zo was dat toen.
Op 29 oktober l.l. zette ik een vaas met rode rozen op
tafel en toen ze begonnen uit te vallen, bleek er één
nog te goed om weg te gooien en die mocht, kort
afgesneden, op een klein glazen kannetje blijven staan.
Daar staat ze nog. De bloem is niet uitgevallen, wel
donker verkleurd, het blad ziet er nog mooi groen uit,
en onder water groeien uit de steel op 2 plaatsen nieuwe
blaadjes, boven water groeit ook veel nieuw jong blad en
waar de steel afgesneden is zijn minuscule worteltjes te
zien. Het vaasje staat in de donkerste hoek van de
kamer. Jachman lijkt er goedkeurend naar te kijken. Ik
ook. Dat het maar een mooie grote struik mag worden!

28 januari
Een vriendin van de schilderclub wordt 94 jaar. Sinds
twee/drie jaar kan ze de trap niet meer op, maar
ze wordt niet vergeten.
Haar appeltaart met een
flinke scheut drank erin wordt ook niet vergeten!
Zij vergeet ons ook niet,
want ze komt trouw naar de jaarlijkse tentoonstelling.
Ze is geboren in een dorp boven Amsterdam, maar woont
al sinds de jaren '40 in Winterswijk. Ze kwam als
jonge vrouw als huishoudster bij een boer
en is gebleven. Meer dan 50 jaar bleven ze samen en ze
treurt elke dag nog even om zijn dood. Ze reisde veel, fotografeerde dan, schreef uitgebreide
reisverslagen, gaf lezingen voor de Plattelandsvrouwen
over wat ze gezien en beleefd had, ging schilderen, deed werk op de boerderij
en reed met haar autootje dwars het land door naar haar
familie.
Ze is attent, druk, geestig, ad rem, en stil
ontroerd als reeën bij haar slaapkamerraam komen staan.
Verder is ze gek op autoraces, heeft een sticker van
haar lievelingscoureur op de achterbumper geplakt, is
ook gek op haar kinderen en kleinkinderen, kan lachen en
giechelen als een jonge meid, is Doopsgezind, vrijzinnig
en eigenzinnig. Ze lijkt in karakter en manier van doen
op mijn grootmoeder Drika die 50 jaar eerder werd
geboren.
Een jaar geleden reed ze nog naar het dorp, maar de
kinderen vonden het niet meer verantwoord en nu zit ze
thuis. In haar eigen 'museum' in haar oude boerenhuis.
Lichamelijk òp.
27 januari
Nog even een foto van een bijzon toevoegen, gemaakt
om 10 uur vanmorgen.

Een truck met oplegger als van 24 jan. staat
weer op de weg, maar nu iets verder van het huis en bij
daglicht. Aan de achterkant worden de oprijplaten weer
uitgeklapt en uit de zandweg komt een takelwagen
aanrijden kleiner dan die op de foto, die via de platen naar boven rijdt richting
cabine, in het midden weer naar beneden rijdt en nu
tussen de twee delen van de sleper op het lage stuk
blijft staan. Het zijn
bosbouwmachines die boomstammen uit het bos slepen.
Carla en ik
zagen de gevelde bomen vorige week in het Bonnink
liggen.
De foto haalde ik van de site van de onderneming, Ten
Bulte, en toont de combinatie die ik van de week
in het donker zag. Zo'n sleper heet dus een dieplader.
Zo goed als op deze foto kon ik hem niet op de foto
krijgen! Het op- en afrijden zag er toen in het
donker ook anders uit dan ik dacht dat het was.
Bij Corinne praten we weer verder over haar en mijn
leven na de tijd dat we elkaar in de klas zagen, ik
ervoor en zij op de achterste bank. Intussen werkt ze
door, ze scrubt, kneedt en masseert mijn voeten, knipt
en vijlt de nagels, werkt geurige olie in; ik voel me
superverwend. Ze woont in de straat waar mijn jeugd ligt, maar in de
kleine 60 jaar die voorbij gingen sinds ik trouwde,
schijnt er iets veranderd te zijn in de buurt. Ze kent
niemand van de mensen die ik noem!
Tante Anna, geboren in 1900, vertelde toen ze negentig
was wel eens over de vroegere bedevaarten per trein naar
Kevelaar in de twintiger jaren. Ze logeerden dan elk
jaar in hetzelfde logement en kwamen daar ook wel eens
op een zondags uitstapje. Jachman en ik namen haar toen
mee naar Kevelaar om daar nog eens te rond te kijken. De
rolstoel ging mee. Ze vertelde onderweg over vroeger, en
over de aardige mensen van het logement. Ze wilde er
eigenlijk wel even heen om het ons te laten zien,
'maar', zei ze, 'er zullen nu wel andere mensen op
wonen.' Ja, dat dachten wij eigenlijk ook wel, na meer
dan zestig jaar! We lachten een beetje om die grappige tante Anna.
Nu lacht Corinne om mij!
26 januari
Ik kon het bijna niet geloven, maar er is gisteren toch
nog een mooie oplossing voor het raadsel opgestuurd. De
inzender kent me goed en was niet onder de indruk van mijn
teleurgestelde woorden van eergisteren.
Wim Sikkink, oud-Winterswijker, vriend van de middelbare
school, toen nog RHBS, bedacht een bijzondere 'Hij zei'-
zin en verdient een eervolle vermelding.
'Hij zei op de
hei
ga niet opzij
maar blijf zij
aan zij
zij zei wat
een heisa.'
Hij mailde ook nog iets anders.
Volgens hem is er een boek naar ons genoemd. Dat zit
zo:
Het was 1950.
Hij had me 's avonds na dansles naar huis gebracht en daar
stonden we in het donker nog wat te kletsen. Hij is
een paar jaar ouder dan ik en ik was 14. Een
leraar van school die in de buurt woonde, zag ons en
stuurde mij naar binnen en Wim naar huis.
Die leraar gaf biologie en heette A. van der Ploeg.
Hij schreef een Inleiding tot de kennis van het
leven der zwammen en door zwammen veroorzaakte
ziekten, Thieme 1951. Door ons kwam hij
volgens Wim op de titel ervan: 'Kinderen der duisternis.'
Gerrit Jansen van de Gelderlander schrijft iets over
de houtknotszwam, Xylaria polymorpha. En vertelt dan
A. van der Ploeg geeft in zijn boek
Kinderen der duisternis uit 1951 de volgende
verklaring voor de naam van deze bijzondere
zakjeszwam: 'Het zijn de vingers van ontaarde, maar
gestorven kinderen, die bij hun leven hun ouders
sloegen en nu elk najaar weer de ruwe gekromde
vingers boven de aarde brengen om vergeving af te
smeken voor hun euvele daden.'
Ja, je kon wat aflachen met zo'n
leraar.
25 januari
Een mevrouw van de thuiszorg belt om een afspraak te
maken. Er moet geëvalueerd worden. Ik vertel hoe ze moet
rijden om bij de achterdeur uit te komen. Het eerste wat
ze zegt: 'Had maar gezegd dat u op het Jachthuis woonde!
Ik ben hier vlakbij geboren, in het huis achter de
klompenmaker, dat later afgebroken is. Ik ken het hier
goed.'
't Huis van de paardenman?'
'Ja, dat is mijn broer.'
'Dus dan is de broer uit Eibergen die we in
Zuid-Frankrijk op een kasteelcamping bij Issoire zagen
ook uw broer'. Dat blijkt inderdaad zo te zijn. Ze kent
het verhaal.
Ik zeg, als ze vraagt naar de hulp die ik krijg, dat ik
al 2 weken geen thuiszorg meer heb. Die is officieel de
12e gestopt volgens contract. 'Wat doe ik hier dan?'
roept ze uit, 'ik zal de map dan maar weer meenemen.' 'Die
ligt al 2 weken bij de gemeente, door mij netjes
afgetekend.' Het blijkt dat ze moet kijken of er nog
langer hulp nodig is en hoeveel. Ze is hier niet voor
controle van wat al gebeurd is. Dat is nu niet meer aan
de orde. De thuishulporganisatie zit in het
gemeentekantoor bij De Gemeente in, en die betaalt en
stelt ook de indicatie. Communiceren lijkt me in dit
geval niet zo moeilijk, je loopt zo bij elkaar binnen.
De werkelijkheid is anders.
Het is tijd voor thee. Staat klaar. Verhalen.
In dezelfde week dat wij hier zijn komen wonen, is zij
getrouwd en naar het dorp verhuisd. Maart 1971. Ze
heeft onlangs haar heup gebroken en krijgt volgende week
een nieuwe heup, hersteloperatie, maar niet bij Lutz.
Haar tweelingzus heeft drie dagen na haar val ook een
val gemaakt en daarbij haar dijbeen gebroken, aan de
zelfde kant als zij. Die was wel bij Lutz. Ze liepen
tegelijk op krukken.
Ik vind het een aardig en open mens. Iemand uit de
praktijk. Blijkt ook zo te zijn, ze werkte meer dan
dertig jaar mee in de slagerij van haar man, voor ze de zorg
inging. Dan moet je wel klantvriendelijk zijn. Daar ken
ik haar van! Een collega van me was de broer van haar
man. Ja, in een dorp kent iedereen iedereen, nee dat is
overdreven, maar ik ken wel veel mensen.
24 januari
Jammer, niet één inzender had het raadsel van 14 januari
goed. Sterker nog: er kwam niet één inzending binnen!
Jullie probeerden het zelfs niet eens! Of jullie wilden
de prijs niet hebben uit bescheidenheid. Natuurlijk, dat
is het!
Goed, er stond: Hij is overspannen en zij is ook niet
helemaal in orde.
Ik hoop dat je dat wel een beetje leuk
vindt. Nee, ik wil het niet weten.
Gisteravond dacht ik dat het huis instortte, zo'n lawaai
was er ergens aan de voorkant. Het vreemde was wel dat
het lang aanhield, en instorten houdt een keer op. Ik
ging maar eens poolshoogte nemen. Op de weg stond een
transporttoestand van de brug tot de zandweg. Vooraan
brulde en dreunde een zware motor en achter de voorste
oplegger werden met veel lawaai een paar oprijplaten op
hun plaats geschoven. Op een tweede oplegger stond een
enorme heftruck, zo hoog dat hij de boomtakken raakte,
met aan de grijper een zware kluwen rammelend
gereedschap en kettingen. Dat gevaarte moest om de een
of andere reden van zijn oplegger af en op de voorste
oplegger. Het was aardedonker op die plek, wel brandden
zwaailichten en de normale verlichting, en het was niet
eenvoudig om recht voor de platen uit te komen, maar het
lukte na 4x vooruit en half weer achteruit naar
boven rijden. Daarbij brulden dus twee motoren, het huis
trilde. De heftruck werd vastgelegd, de op- en
afrijplaten omhoog geklapt, en heel langzaam reed de sleep richting
dorp.
Ik vraag me af hoe hij over de kleine rotondes gekomen
is en wat het nut van die ingewikkelde handeling was.
Toch knap, hoor, zo'n manoeuvre voor één man en twee
motoren. Ik kijk er graag naar.
23 januari
Ik zoek in de kast met
schilderspullen naar een speciaal klein bloknootje. Als
ik het niet kan vinden zoek ik in blikken en doosjes of
het daar misschien inzit. Ook in deze 2 kistjes kijk ik.

Wat ik zoek, zit er niet in, maar wel zie ik achter de
geheime sluitingen deze 2 medailles, de enige die ik in
mijn hele leven gewonnen heb. En nog wel met een
sportieve inspanning! Ík!
De 16 cm lange kistjes komen uit Zwitserland, tante Cor
bracht ze in de jaren '30 voor haar 2 zussen mee. Ze
hebben geen slotje, je moet ergens drukken en dan gaan
ze open. Een 3-D brilletje past er precies in zie ik;
mijn moeder bewaarde in haar exemplaar haar schaarse
sieraden. Ik vind nu mijn medailles terug.
In 1955 gewonnen bij de tenniscompetitie in Groenlo,
Dames Enkel en Dames Dubbel. Ja, met hoofdletters. Er tennisten toen niet veel
mensen, er waren geen 'klassen'. Ik had het in
Winterswijk geleerd, maar kon er toen niks van, sloeg
geheid mis. "Naar de bal kijken!" riep de coach dan
steeds ongeduldiger. Maar in dat eerste Groenlojaar jaar kreeg ik
weer een bril
en nu kon ik én beter pianospelen én tennissen. Jammer
dat dochterlief met haar 2 maanden te klein was om over
de rand van de kinderwagen heen haar moeder te zien
zegevieren.

Ik kreeg wéér een bril, de eerste kreeg
ik op mijn dertiende en die was zo lelijk en ik voelde
me er zo ongelukkig onder, dat hij per ongeluk een keer
op de grond naast mijn bed terechtkwam en ik er per
ongeluk 's morgens op trapte.
Zondag 22 januari
Kaart van zus gekregen, afgestempeld in Gibraltar. Ze
werkt aan een verslag dat ze naar een paar mensen mailt.
Ze vermaakt zich uitstekend, heeft aardige heren als
tafelgezelschap, wandelt rondjes van 400 meter en gaat
naar fitness en handenarbeid. Ze doet ongetwijfeld nog
veel meer, want ze is altijd ondernemend.
Druk weekend, Marieke en Ton waren er vrijdagmiddag en
bleven eten, gisteren kwamen Carla en Wolfgang al
bijtijds, en die bleven ook slapen. Marieke kwam
gisteren onverwacht
nog een keer om zus en zwager te zien. Verrassing! Ik geniet zo van
die drukte in huis en aan tafel! Wolfgang had honderden foto's van de
Costa Concordia op zijn laptop. Hij was in de
kerstweek ook vlak langs het eiland gevaren, maar toen
ging het goed, het eiland was donker, de mensen
kennelijk al naar bed. Hij had maar geen foto gemaakt al
voeren ze er op 100m. afstand langs.
Boekenkast. Ik schreef van de week over de lage plank in
de zelfbouwkast waar alleen maar kleine boekjes op
passen. Nu viel me iets geks op. Franse boeken hebben de
tekst op de rug net andersom staan dan Nederlandse
boeken. Ik weet nog wel dat we in de boekwinkel
tegenover het bloemenmarktje in Agde geregeld een paar
pockets kochten die niet te moeilijk waren en die bij
voorkeur over een geschiedenisonderwerp gingen. Ik moest
me dan in een onnatuurlijke houding buigen om de tekst
op de ruggen te kunnen lezen. Ik dacht dat de boeken
toevallig altijd te laag stonden of zoiets en dacht
nooit aan de andere rugopdruk. Stom hè? Bij mij in de
kast staan ze nu op kop, maar voor mij wel goed te
lezen!
21 januari
Het is fijn om samen met anderen te eten. Als ik
alleen eet, ben ik in tien minuten klaar, ik eet. Eten
met anderen gaat totaal anders, eten is dan een
onderdeel van de hele maaltijd, een programma-onderdeel,
wel belangrijk, maar niet het belangrijkste. Dat is het
genieten van elkaars gezelschap, het gesprek, het
wachten op het inschenken van de wijn, even wachten tot
iedereen van alles genomen heeft, toosten, lachen om een
goeie opmerking, en natuurlijk is ook de maaltijd uitgebreider dan wanneer ik alleen eet. Gisteren hadden we zo'n
maaltijd, en vanavond weer! Het is echt genieten dit
weekend.
Het vroor gisteravond toen de eters weg wilden rijden,
er moest eerst flink gekrabd worden!
De cruiseboot waar mijn zus zich op bevindt, staat
niet meer op de internetkaart van de rederij. We konden
elke dag zien waar ze voeren, maar nu niet meer. We
schrokken al! Je weet het maar nooit met die schepen!
Maar waarschijnlijk zal het een veiligheidsmaatregel
zijn, denken we nu. Heel verstandig.
20 januari

Eindelijk heb ik de boekenkasten
opgeruimd. De linkse staat vol in het zicht, mag ook,
met zijn planken vol literatuur, gedichten,
streekhistorie en meer van dat toonbare, de rechtse
staat achter in de kamer zo'n beetje verstopt achter de
bank. Reisverslagen, taalgidsjes, landenboekjes, Snoecks,
en op de bovenste plank van alles wat daar toevallig
past, de ruimtes zijn met opzet niet even hoog gemaakt
door Jachman, ik ben vergeten wat de diepe gedachte
daarachter was. Die rechtse 'toont' dus niet zo. Van de
inhoud hou ik echter heel erg. Daar staan de herinneringen
van een lang leven samen.
Samen? ik las het volgende.
In het boekje Zoek uw geluk in de sterren, staat, dat er voor een Stiervrouw
geen betere man is om mee samen te leven dan een Schorpioen. Ik (stier)
was reuze blij met schorpioen Jachman!
Laat ik nu gisteren in de Chinese horoscoop lezen dat er
geen slechtere partner is voor een Rat (ik) dan een
Paard ( Jachman)!
Had ik nou gelijk of heb ik me bij de kennismaking
gruwelijk vergist? Ach, rare Chinezen. Kipling dichtte
al East is East and West is West and never the twain
shall meet. Ik zoek het hele gedicht op internet op. Het
is juist het tegenovergestelde van wat de mensen denken
als ze alleen de eerste regel citeren! Met
z'n meer dan 90 strofen zet ik het hier maar niet neer.
Zo begint het
| OH, East is East,
and West is West, and never the twain shall
meet, |
|
| Till Earth and Sky stand presently at
God’s great Judgment Seat; |
|
| But there is neither East nor West,
Border, nor Breed, nor Birth, |
|
| When two strong men stand face to face,
tho’ they come from the ends of the earth! |
|
Na een prachtig verhaal dat in India
speelt en gaat over de krachtmeting tussen Kamal uit
India en de zoon van een Engelse Colonel, waarbij ze
elkaar uiteindelijk zien zoals ze echt zijn, respect betonen en
elkaar vertrouwen, dan komt
dit slot, waarin maar 1 woord anders is dan in het
beginstuk.
| Oh, East is East, and West is West, and
never the two shall meet, |
|
| Till Earth and Sky stand presently at
God’s great Judgment Seat; |
|
| But there is neither East nor West,
Border, nor Breed, nor Birth, |
95 |
| When two strong men stand face to face,
tho’ they come from the ends of the earth. |
|
Ik zoek naar het betekenisverschil
tussen twain en two, maar vind alleen dat twain een heel
oude vorm is van two. Komt de moderne tijd eraan?
Suggereert Kipling dat het eind van het kolonialisme
aanstaande is? Is dat
de boodschap?
Ik lees het levensverhaal van Kipling op internet en stuit op de
geboorte in Vermont, VS. van zijn eerste kind, een
meisje, op 29 december 1892. Op die dag werd in Velp
mijn aardige tante Cor geboren. Leuk om zoiets te lezen.
Ja, 't is een beetje kinderlijk natuurlijk, ik weet het. Láát me
nou maar.
19 januari
De Blauwe Regen wordt te zwaar voor de partytent van
tante Marie, die scheef zakt. Willem moet maar eens
komen kijken naar wat er mogelijk is om het zaakje meer
stevigheid te geven. Ik denk aan ronde iets dikkere
buis, maar verder hetzelfde model. Oude buis eruit en
dikkere erin.
Willem kijkt bedenkelijk. Dat hoort
ook voor een vakman. Daar heb ik begrip voor en knik
mee.
'Vind je hout niet mooier? De schermen zijn ook van
hout, en dan maken we hem vast aan de gevel van de
schuur,' zegt hij.
'Man, dan trek je de hele schuur om! Die is zo gammel
als wat!'
Dan blijkt dat Willem niet zo van het ijzer is, hij is
meer van het hout. Maar hij kent mensen die hem raad
kunnen geven. Zijn schoonvader bijvoorbeeld, die is van
het metaal. Misschien wil die het dan ook wel maken.
Maar hij bouwt gelijk een klein voorbehoud in,
schoonvader is met pensioen en doet niet alle klussen
die zijn schoonzoon niet ziet zitten.
Zo precies zegt hij dat laatste niet, maar zo begrijp ik
het wél. Maar hij heeft een bende connecties en
zal eerst eens informeren. 'k Heb wel duidelijk
gezegd, dat het werk vóór maart klaar moet zijn, vanwege
het vroege uitlopen van de Blauwe Regen. 'k Ben
benieuwd.
18 januari

Tien voor acht en vijf voor acht. Hier heb ik even niets
aan toe te voegen.
17 januari
Het was een fijn weerzien met de mensen van de
schilderclub. In mei heb ik de meesten voor het laatst
gezien, ze hebben wel allemaal gemaild, gebeld of een
kaart gestuurd, heel aardig. Ik heb geoefend in
schilderen met zwier. De treurwilg in de wind leent
zich daar uitstekend voor.

Dit boek van Thijssen heb ik met veel
plezier weer eens doorgebladerd en er hier en daar een
stuk in gelezen. Het is zó vanuit eigen beleven
geschreven, de missers, de teleurstelling, en de
successen, plus de grote belangstelling en liefde voor Het
kind, dat je zou wensen dat elk kind zo'n meester had.
Bijna honderd jaar geleden geschreven, maar in dialogen
en observaties modern.

Het lijkt of de knoppen van de
stermagnolia extra warm zijn ingepakt.
16 januari
In VPRO-boeken is één van de gasten Ramon Gieling,
filmer, die een boek geschreven heeft, fictie, met de
titel Hoofdletter Pijn, Verhalen die niet gefilmd kunnen
worden. Het motto van dit boek is een uitspraak van
Luis Buñuel. -Als ik morgen mijn overleden vriend op
straat zou zien lopen dan zou ik niet denken 'Dat is een
wonder,' maar 'Luis, daar heb je nou weer typisch iets
wat je niet begrijpt.'- Ik vond het een
interessant gesprek over mysterie en surrealisme. Bij
Uitzending gemist te bekijken.
Het was gisteren zo'n schitterende morgen! Ik ga dan
graag al vroeg lopen. Het is nog een beetje heiig, en in
het stille water spiegelen prachtig de wolken.
Om half tien wordt het altijd gezellig druk! Dan komen
de joggers, de mountainbikers, de paardrijders en andere
actievelingen, maar om half negen heerst er een heel
rustige bijzondere sfeer, de enkele wandelaar zegt bijna
fluisterend goedemorgen.
Zondag 15 januari
Er zit echt iets lenteachtigs in de lucht en dan
krijg ik iets over me van ha fijn! ik ga mijn nest
schoonmaken! D'r an!!
Ik moet dat een beetje bijstellen, want voor een groot
deel doet Rianne dat schoonmaken, maar voor sommige
afdelingen geneer ik me en doe ik zelf het voorwerk.
De
schuur naast het huis. Die is van planken en ligt naast
het bos. Bij storm waait het blad dat fotogeniek netjes
in het bos op de grond ligt over de beek heen en
vervolgens door de kieren tussen planken en dakpannen
naar binnen en wordt rotzooi. Was het maar fotogenieke
rotzooi, nee het wordt voor een deel smerig stof en
blijft als vergane rare sliertjes in spinnewebben
hangen, vervuilt de stapels kranten die nodig weg moeten
en maakt de spullen die voor de Kringloopwinkel
klaarstaan bijna onherkenbaar.
Ik maak me kwaad en breng 10 dozen kranten en gescheurde
kartonnen dozen naar de aanhangwagen die bij de school
in Huppel staat dit weekend. Het zijn geen heel grote
dozen, maar toch!
Dan pomp ik geheel overbodig de banden van de fietsen
op. Ik fiets nauwelijks 's winters, maar pompen geeft
zo'n energiek gevoel. Dan breng ik 2 dozen lege flessen
naar de glasbak, schuif de rest van de schuurinhoud naar
elkaar toe, veeg de vloer en denk bij mezelf 'en ze zag
dat het goed was'. Nou ja, goed genoeg. Eén ding baart
me na deze aanval zorgen. Er ligt een niet te negeren
berg geel zand naast de tussenmuur met het huis en de
vloertegels daar in de buurt zijn behoorlijk ingezakt.
Muizen? Ik heb er 27 gevangen sinds 20 november, het
houdt toch wel een keer op? Konijnen? Een geheime tunnel
onder de kamer door? Er rennen jonge konijnen om het
huis.
Zulke zorgelijke vragen hebben mensen op een flat niet!
Tijd voor een glas port! D'r an!
14 januari
Het was zo'n eindeloze vergadering over iets
onbelangrijks en softs, eind jaren '70, waarin de minst
interessante vrouwelijke collega telkens het woord nam,
tegenwerpingen maakte, want ze was een Opzij-type van
het eerste uur, niet met iets nieuws van eigen denken
kwam, en waar we een beetje gegeneerd zagen dat de jonge
nog niet zo assertieve directeur er nauwelijks grip op
had. We verveelden ons. Ik droeg toen een lange indiarok,
weet ik nog, oranjerood. Op een Christelijke
school! De spellingcontrole zegt 'minirok! Dat kon
helemáál niet! Nóg niet, vermoed ik.
Mijn collega Engels stuurde me onder tafel een briefje
met een taalgrapje. Wat staat hier, het is een zin, had
hij erbij geschreven.
Zo tekende hij het ongeveer:
en
zei.
(Dat 'en zei' hoort er bij!)
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------
Ik kwam er niet uit, maar de rest van de vergadertijd
verliep leuker dan het begin.
Als ik de kasten opruim, kom ik zulke papiertjes
tegen. Het duurde nu toch nog een dag voor ik het weer
wist! Met dit grapje heb ik wel eens een nieuwe collega
door een taai uurtje met verplicht aanwezig zijn heen
gesleept.
Vandaag over een week de oplossing, maar als iemand het
eerder denkt te weten en dat meldt en het is goed,
krijgt die een prijs, een ereprijs. Nee, als je hem al
kende, telt het niet! Schaam je!
Wat die ereprijs is? Vermelding van je voornaam of voor-
en achternaam ( naar keuze zelfs) op deze pagina.
Als je nu denkt, doe niet zo melig, dan geef ik je groot
gelijk.
Hoor net dat er een cruiseschip met 4200 passagiers op
een zandbank gelopen is in de Thyrreense zee en dat er
mensen in paniek in het koude water gesprongen zijn. De
Costa Concordia, er zijn doden, het schip scheurde open. Is
van een andere maatschappij dan waar Riet mee vaart.
Wolfgang belde net op, het was het schip waar hij in de
kerstweek dezelfde reis op maakte! Hij wist precies waar
het gebeurd was!
13 januari
Jongeren zullen het wel vanzelfsprekend vinden, net
zoals ik destijds de radio normaal vond, maar nu vind ik het
bijna niet te bevatten, dat ik kan mailen met iemand
die op een schip in haar eigen hut achter de comp. zit.
Als Kuipers in de ruimte met studenten op aarde praat,
vind ik dat éigenlijk gewoner dan mijn contact via de
mail met mijn zus. Misschien komt dat, omdat ik onbewust
denk, dat zoiets niks is voor mensen die jong waren
toen er geen tv en mobieltje bestond. Zoiets. Die
technische vooruitgang zit niet echt verankerd in m'n
systeem. Contact met het hogere kennelijk wel ;-)
Op een Nasa-ruimtebeeld wordt de boot geprojecteerd en
kun je precies volgen waar die vaart. Je kijkt een halve
dag niet, en dan, ja, de boot is een ministukje verder
gevaren.
Riet ziet Gibraltar vanuit zee, uit het zuidwesten
komend, ik zag de rots vanuit een gammele bus op weg
van Malaga naar Ronda, en keek over de baai heen vanuit
noordoostelijke richting. Ik ben nooit dichter bij
Gibraltar geweest, en dat het überhaupt te zien
was, kwam door het heldere zicht die dag.
12 januari
Van de week weer naar Hermans Finkers gekeken en hoewel
ik precies zijn tactiek van je op het verkeerde been
zetten ken, verrast hij me telkens weer. Ik vond hem
trouwens het best in het interview met Paul Witteman.
Ik ben al jaren fan van hem, net als vroeger van Willem
Wilmink. Daarom vind ik het zo fijn dat Finkers in de
show Na de Pauze, een liedje aan Willem wijdt, Dode
dichter.
Een grappige herinnering aan een show van minstens 10 jaar
geleden heb ik in mijn handen. Dat kwam zo. Op het
toneel stond een metershoge houten schutting die een
schip voorstelde, en Finkers zat daar in de hoogte
bovenop en timmerde verwoed. Van de bijbehorende
conference weet ik nu niets meer, maar dat hameren met
ferme klappen, weet ik nog wel. Op een gegeven moment
komt hij naar beneden klauteren en gooit met een grote
zwaai zijn hamer de zaal in. Mensen schrikken en duiken
in elkaar, maar natuurlijk is het geen echte hamer, maar
één van heel lichte kunststof. Ik vang hem op!
Eigenlijk vind ik dat ie mij ook wel toekomt, want om 5
uur 's nachts in de winter ging ik al met Jachman en 2
tuinstoelen in de rij bij de schouwburg zitten om
kaarten te veroveren. Het was heel gezellig, er werden
liedjes van Finkers gezongen en wie daar geen zin in
had, liet zich in slaap zingen. Binnen werd koffie gezet
en we kregen allemaal gratis een beker vol.
Bij de voorstelling zaten we bijna vooraan op
schitterende plaatsen.

11 januari
Drie maanden na de heupoperatie kan ik weer heel
goed lopen, maar van zitten naar lopen gaan, geeft
problemen. Dan ben ik ineens 20 jaar ouder. Na twee
minuten strompelen schiet ik gelukkig weer terug naar
m'n gewone leeftijd.
Bij het Hilgelo kom ik Johan en zijn vrouw tegen, ze
wonen hier in de buurt. Na elkaar het allerbeste gewenst
te hebben voor het nieuwe jaar - ja hoor, dat kan
altijd!- prijzen we elkaars soepele gang.
Hij: Goed dat we elkaar weer lopend tegenkomen.
Ik: Jij loopt ook weer heel goed!
Hij: Ja, maar heb jij nou ook dat bij het opstaan ...enz.
Ik: Ja dat heb ik ook.
Hij: En dan na een half uur lopen zo'n pijn in de
rug....
Ik: Ja, ik ook. Maar als ik me dwing om heel rechtop te
blijven lopen, gaat het beter.
Zij: .....maar hij is niet meer een van de jongsten.
Ik: Hoe oud ben je dan?
Hij blijkt vier jaar jonger dan ik en is al bijna een
jaar geleden geopereerd!
Met een naar mijn idee verende tred loop ik verder.
Jammer dat hier geen etalageruiten zijn.
10 januari.
Vandaag reist ze naar Southampton en morgen gaat
mijn 81 jaar jonge ondernemende en zeer energieke zus
aan boord van een cruiseschip voor een wereldreis waar
ze op haar twintigste al van droomde. Half april komt ze
weer.
Toen haar man nog goed ter been was, gingen ze jarenlang
de hele zomer naar Zuid-Frankrijk en dan zagen we elkaar
wel eens 5 of 6 maanden niet. Maar 3½ maand wereldreis
lijkt veel langer.
De eerste week van maart vaart ze langs de oost- en
zuidkant van Australië, bijna recht onder me door. Ik
kijk ahw tegen de kiel van het schip aan. Zij kijkt
tegen onze septictank en badkamervloer aan! Geeft toch
een ander idee van afstand dan Maussane. Toen dacht ik
nooit dat ze onder de horizon zakte.
De globe geeft een beter idee van de afstanden dan
atlaskaarten.
9 januari
Volgende week begint de schilderles weer en Marieke
vroeg of ik de kamer waar ik mijn verfspullen heb al
opgeruimd had. Nee, ik heb nog meer dan een week, tijd
zat toch?
Gisteren ben ik er toch maar eens aan begonnen en het
begint al wat leger te worden. Die verf en wat er bij
hoort, ligt en hangt redelijk netjes, maar het
oneigenlijke, dat wat niet in een ATELIER thuis hoort,
maakt dat het rotzooi lijkt. Nee, ik maak geen foto. Er
zijn twee grote werkbladen en die zijn zo handig om daar éven
een pak kranten en tijdschriften op neer te leggen als
er bezoek komt. Of twee pakken. Of drie, want dan komt er weer bezoek. De dozen met foto's die ik aan het sorteren
ben, vinden daar ook al weken lang een fijn en rustig plekje.
Omdat ik in die kamer ook strijk, ligt in de stoel heel
vaak een stapel vouw-en strijkgoed. Morgenavond zorg ik
dat het opgeruimd is, want dinsdag komt Rianne en ik wil
toch wel laten zien dat ik wat geleerd heb.
Alex belde op. Ach, je kent Alex natuurlijk niet. Ik ook niet.
Ook niet toen hij uitlegde dat hij in de oorlog op de Jozefschool bij
me in de klas had gezeten en ook in dat leuke
toneelstukje zat dat in het Parochiehuis opgevoerd werd.
Ik vroeg of het een leuk stukje was geweest en hij wou
me net uitvoerig gaan vertellen wat Juffrouw Jansen
bedacht had, toen VPRO- Boeken begon en ik dat
interessanter vond.
Hij vroeg toen of Wil aan de telefoon kon komen. Is dat
een jongen of een meisje, vroeg ik. Wil is een oude mevrouw! Ik
zei, dat ik geen Wil kende, en hij vroeg toen of ik dan
niet Alie Berg was, die toen in Winterswijk woonde en nu
in een van de buurtschappen. Nee, dat was ik niet. En ik had
ook nooit op de Jozefschool gezeten en ik kende ook
Juffrouw Jansen niet, behalve uit de verhalen van
Jachman.
'Je kent dus ook Wil Berg in 't Woold
niet?' 'Nee!'
Nou dat vond hij heel jammer, zei hij teleurgesteld, maar toch erg bedankt voor de
tijd.
Een beleefde man. Heel oud ook.
Zondag 8 januari
Tijdens een hevige windstoot van de week 's nachts
hoorde ik iets met een klap neerkomen. Een dakpan? De
volgende dag alles bekeken, niks anders gevonden dan een
berg lege kartonnen dozen in het schuurtje. Die rommelen
wel, maar geven geen klap.
Als ik blad van de stoep bij
de keuken hark, zie ik dat de glazen kan met grote
bladeren erin die op de tuintafel stond nu op de
klinkers er achter ligt. Dat is natuurlijk die klap
geweest. Twee dagen geleden al en nu pas opgemerkt. Ik
buk me om voorzichtig de scherven op te rapen, maar die
zijn er niet! De kan is helemaal heel, geen barstje,
geen scherfje. Hij is natuurlijk op kop op de
grote stevige bladeren neergekomen.
Waarom die bladeren buiten op tafel stonden en weer
staan? Ik bewaar ze voor als ik een boeket heb waarvan de
inhoud half begint af te peigeren en dat met een paar
frisse, apart gevormde bladeren erin weer helemaal nieuw
lijkt. Ons ben zûnig!
7 januari
Op loopbandsnelheid (voor mij 4 km/h) 35 minuten
gelopen op voor een deel modderige paden. Ik heb nu 3
maanden mijn nieuwe heup. Hij houdt gelukkig ook van
wandelen. Dicht bij huis kom ik Leen met Haar
tegen en we praten zo 10 minuten weg. Zij willen naar
een appartement verhuizen, maar raken hun huidige woning
niet kwijt. Er staan zoveel huizen te koop. Ja, het
stagneert, ook hier.
Gisteren kwam Yvonne even binnenlopen en vertelde vol
trots dat ze ook carbid geschoten had. Oudste zoon had
samen met vrienden een indrukwekkende constructie
gebouwd met een automatische ontsteking, die werkte door
aan een touwtje te trekken. Tjonge! Dat ze dat allemaal
leren op de HTS!
Bij Lanting met G. gepraat. Ze gaat toch niet naar
schilderles, vindt het behoorlijk duur, want ze weet
niet of ze het wel leuk zal vinden, ze heeft het nog
nooit gedaan. Ik hoorde van meer mensen, ook van mensen
die er al jaren bij zijn, dat ze het toch wel duur gaan
vinden.
Het ís ook niet goedkoop, maar van degenen die ik wat
beter ken, weet ik dat ze ook voor de contacten gaan,
niet uitsluitend voor het schilderen zelf.
We zijn tenslotte amateurs. Èn natuurlijk ook rijk, in
ieder geval niet arm, want we kunnen nog kiezen.
6 januari
Als ik in de eethoek van de keuken zit te eten en me een
glas wijn inschenk, lekt er een druppel langs het glas.
Ik veeg het van het houten tafelblad dat een lang en
zwaar leven heeft gehad zo te zien, een kring meer er op
is geen ramp. Het is een blankhouten ronde tafel, net zo
groot als de tafel die in de kamer staat.
Gedachtensprong: die in de kamer heeft een nog veel
zwaarder leven gehad.
We, ik vooral, hebben er duizenden spoeltjes voor
gelijkrichters aan zitten monteren. Wel duizend
schakelaars voor de PTT beschilderd. Duizenden
schakelaars voor wasmachines en fornuizen belijnd. Die
hadden minigroefjes en ik vulde met speciale verf en een
passende pen die groefjes met zwarte lijntjes. Je mocht
er geen tiende millimeter naast zitten. Toen had ik nog
een vaste hand! In andere schakelaars draaide ik met een
elektrische schroevendraaier met schroefjes beugeltjes
vast.
We waren fanatiek bezig, omdat we geld wilden verdienen
om een derdehands en als we geluk hadden een goede
tweedehands auto te kunnen kopen. Dat lukte in 1959. Een
Ford Taunus. Wat een luxe!
Hij hield het nog een jaar uit, toen ging hij weg wegens
te veel pechmomenten en kochten we een Ford Versailles.
(zie 11 juli 2011)
Dat waren nog eens tijden, de jaren '55-'60. Jachman
ging daarna meer verdienen, ik een paar jaar later ook,
en zo kwamen we er bovenop.
Die tafel gaat nooit weg. De auto's kwamen en gingen.
5
januari vervolg:
Nadat ik onderstaande had geschreven, liep ik het
bos in en zag dat er een beuk finaal doormidden gebroken
was. Dát heb ik natuurlijk gehoord vanmorgen om 6 u.14.
De kruin is langs een paar dennen afgegleden, vandaar
dat ik geen dreun gehoord heb. Mooi brandhout trouwens.

Het retentiebekken staat vol, is weer een
echt meer. Ook aan weerszijden van de zandweg staan
weiden onder water. Het meertje vooraan is de
paardenwei. De paarden lopen nu in de wei achter die van
ons. Ik kan met droge voeten deze foto's maken. Ons
terrein ligt hoog en droog tussen al dat water! Geen
plasje! Als er tijdens een zware bui eens een plas
ontstaat, is die met een half uur verdwenen, zakt zo in
het zand weg.
5 januari
Vanmorgen werd ik wakker van onweer. Hoe
laat is het? Zes uur. Zware windstoten laten de
schoorsteenkap akelige geluiden maken. In een korte
stilte tussen twee aanvallen in, kraakt er ergens
dichtbij een boom om, maar de dreun blijft uit. Dan is
hij blijven hangen. Net toen het licht werd, zag ik een
scheefhangende boom bij de beek aan de overkant. Hij is
inderdaad blijven hangen in andere bomen in het bosje.
Er zijn al meer bomen gesneuveld langs de beekoever. De
wortels spoelen bloot. Vroeger werden ze gelijk
weggehaald maar nu mogen ze blijven liggen. Als ze over
de beek gevallen zijn, worden het schitterende
speelbomen.

Vervolg kastjes.
Dit is het andere kastje dat in de
kökkene staat. Ook van tante Cor geweest. De spijltjes
die aan weerskanten onder de 'leuninkjes' horen moet ik
er nog een keer onder lijmen. Ze liggen nu in het
rechter laatje.
Het linker is al jaren het medicijnlaatje. Er ligt de reisapotheek in die we jarenlang
meenamen: te weten het boekje van B.J.J.
Mekenkamp, arts, de cassette met miniflesjes, en de
flesjes met reserve korreltjes. Weinig nodig gehad
gelukkig, alleen ik de Nux vomica wegens te vaak te laat
eten als we in hotels sliepen. Afgelopen week heb ik het
ook weer ingenomen na het nuttigen van ettelijke
oliebollen.
Toen ik het kastje kreeg, ging het in de kleine kökkene
dienen als keukenkast. Behalve het aanrecht en de
kastjes eronder was daar geen opbergruimte. Bovenop,
voor de spiegel, stond olie, azijn, melk, vla en wijn,
toen allemaal nog in glazen flessen. Ik liet eens een
volle melkfles op mijn blote voet vallen, 40 jaar
geleden, en nog is de nagel van de grote teen niet
toonbaar. Als ik die lak, moet ik altijd denken
aan Toon Hermans' Vader gaat op stap, met die rare grote
teen. Dat is lachen, hoor.
Nu staat er reserve glaswerk in.
4 januari
Als het licht wordt, loop ik een rondje huis, tuin,
schoppe, caravan. Staat alles nog? Er waren gisteravond
zulke harde windstoten, dat ik vreesde voor instorten,
afwaaien of omslaan. Een eerste inspectie levert
afgewaaide takken op, vooral vóór het huis, van de
linden langs de weg, maar verder zie ik niks wat meer
kapot is dan het al was, zelfs geen dakpan is er
afgewaaid. De dakluiken van de caravan staan op een kier
zoals altijd, maar er is geen drup water naar
binnen geslagen.
Dat was anders toen we in Bretagne op Cap Primel
stonden. Juli 2004. De caravan deinde heen en weer in de
stormvlagen, we waren bang voor omslaan, zetten eerst de
auto als windbreker ervoor, maar toen dat niet genoeg
was, draaiden we bij het eerste licht worden, de caravan
met de kop in de wind. Dan maar minder uitzicht. We
hadden geen voortent opgezet, maar mensen die dat wel
hadden gedaan, hadden echt een probleem. Die raapten hun
kleddernatte spullen en verbogen tentstokken bij elkaar
en vertrokken. Als echte binnenlanders kenden we zo'n
windkracht niet. Het maakte grote indruk. Vooral het
typische geluid van duizenden rollende stenen en
steentjes die bij elke golfslag hogerop en weer naar
beneden rolden, kan ik nu nog oproepen.

Ik ben wel afgedwaald van de kastjes in de kökkene,
morgen of zo vertel ik nog iets over nummer twee.
3 januari
Het nieuwe jaar begint goed met de aanpak van de
kökkene waar twee stokoude kastjes staan. Het ene is het
dienstbodenkastje, dat mijn grootmoeder van haar moeder
meekreeg toen ze als 16-jarig meisje, in 1882, naar haar
eerste betrekking bij een rijke familie in de buurt van
Velp ging. Haar dochter, mijn tante Cor, erfde dat
kastje, zorgde er goed voor en toen ze naar een
verzorgingshuis ging, verhuisde het kastje naar het
Jachthuis, waar het nu al meer dan 40 jaar dienst doet
als lakenkastje. De la bovenin zit propvol. Ik bewaar
daar kleine herinneringen in, waarvan de kleinste een
wenkbrauwhaar is.
Het kastje zelf zát propvol, maar achter de opgepoetste
deurtjes liggen sinds vanmorgen alleen maar lakens en
slopen die in gebruik zijn. Rianne gaf me tips voor het
opvouwen van hoeslakens met strak elastiek erin. Ze deed
er 2 voor, sloeg toen de armen over elkaar en zei dat ik
de derde nu maar eens zelf moest doen! Ik ben geslaagd!

Wat zou mijn grootmoeder in dat kastje meegenomen
hebben? Haar ondergoed natuurlijk. Een zacht flanellen
hemd en een wollen borstrok, degelijke onderbroeken.
BH's waren er nog niet en een korset was voor dames. Zou
zij nog een klepbroek gehad hebben? In Groenlo werd
verteld, dat de boerenvrouwen onder hun lange rokken
helemaal geen onderbroeken droegen, want zo konden ze
makkelijker plassen voordat ze de kerk in gingen. Om
begrijpelijke redenen was de molenberg (spellingcontrole
zegt holenbeer. Hm, nog niet eens zo gek!) daarvoor de
geëigende plek.
(morgen verder)
2 januari
Vandaag is alles weer gewoon, maar gisteren was het
toch een rommelige dag!
Eerst moest ik natuurlijk uitslapen, en toen eten, de
vaatwasser uitruimen, bed opmaken, truitje wassen waar
zaterdag een sliert spaghetti met wildzwijnsaus tegenaan
gezwabberd was, telefoon opnemen, Uschi, lijster kijken
en er over schrijven. Kwart over elf al? even zitten met
de benen hoog.
Telefoon! twee keer, drie
keer, waar heb ik dat ding??? vier, vijf, onder de
opengeslagen krant op de andere tafel. Ha, Wolfgang, toll! Freut mich!
Leuk, daar komt ook net Jo aan. Koffie zetten,
oliebollen en appelbeignets opwarmen, praten over van
alles en de jarigen van deze week, het feest en wie er
waren.
Haar 3 kleindochters komen later Nieuwjaar winnen, zijn
doodop, vooral het kleintje van 5, ze liepen van half
elf tot half één de hele buurt af, een stuk of 10
boerderijen. Dat levert best veel op, 90 zakken snoep
die ze met de buurkinderen die ook meegaan verdelen. Ze
hadden thuis nog snoep van vorig jaar!
Natuurlijk drinken we een glaasje op onze gezondheid.
Hoe laat het is? Kwart over één. Zo laat al? We zijn net
bij een diepgaand onderwerp, de jeugd van tegenwoordig,
en dat neemt met gemak nog een uur in beslag. Om 2
uur hebben we toch maar mooi het probleem opgelost.
Zo, even met de benen hoog. Nee, eerst een gezonde
boterham smeren. Ik heb goed zicht op de weg en nu valt
me weer het vrijstaande huisnummerbord van de campings op. Vrijdag
zag ik er ook al iets geks aan, maar toen was ik te
druk, Kuipers was er bezig en ik vergat het weer. Even
kijken nu. Ja hoor, het staat achterstevoren gedraaid,
uit richting Meddo gezien links van de weg! De huisnummers
wijzen recht het bos in. Hoe kan K. dat niet gezien
hebben? 't Staat pal naast ZIJN bord. Moet ik hém nou
van iets slechts verdenken, of zouden stapjongeren een
geintje uitgehaald hebben?
Nu ik toch buiten ben, kan ik gelijk even foto's van de
primula's maken.
En dan moet ik de jarige &M bellen. Die 'ontvangt' op 1
januari. Dat dateert nog uit haar horeca-verleden, toen
zakenrelaties, klanten, vrienden, familie en het eigen
gezin uitbundig het nieuwe jaar en haar verjaardag
vierden.
Dat was toch een rommelige dag? Of neet dan? zou Wim
zeggen. En toen was het pas half 5!
Even de benen hoog! enz.
Vandaag is alles weer gewoon, want ik heb de €
30.000.000 niet gewonnen. Zelfs geen 5.-
Zondag 1 januari 00.55 uur
Een gezond, boeiend en warm 2012 gewenst!
De huiskamerprimulaatjes die afgedankt ergens
achteraf buiten staan, beginnen te bloeien!

Een lijster zit op het gevelteken van de schoppe in de zanghouding. Ik kan
zien dat hij zijn keel schraapt,
maar er komt niks uit. Hij is het wijsje vergeten, óf hij
heeft er nog nooit één gehad en is er nu één aan het bedenken
dat absoluut anders moet worden dan die deun van zijn
duffe vader, óf hij is verstandig en probeert te
bedenken hoe dat spreekwoord over vogeltjes en poes ook
weer was.
Geen primeur voor mij van waarneming lijsterzang op 1
januari. Maar lenteachtig is het wel, nu om 11 uur
precies 12°C.
Vandaag hebben we 10 jaar de euro en ik kan nog steeds
niet de juiste munt uit de portemonnee vissen als daar
niet goed het licht op valt. Bij een kassa is dat nog
wel eens een raar gezicht, denk ik. 'Hebt u misschien
nog 60 cent?' Boven
de schaaltjes bonbons hangen beeldige schemerlampjes,
ook de la van de kassa vangt goed licht, evenals de
bakken broodjes, maar mijn portemonnee moet het met
minder stellen. Gevolg: gestuntel.... ik weet toch zeker
dat ik alle soorten klein geld meegenomen heb, ik was
nog nergens, dus moet het er nog in zitten.
Dan vraagt de verkoopster of ik mijn kleine geld wil
wisselen voor iets groter muntgeld, want zij heeft te
weinig, de schat. Ze giet alles op de toonbank uit en
ja, zie je wel? alle muntsoorten zitten er in. Het is
echt de schuld van het licht dat er niet is dat ik het
niet kon vinden! En van de grote kleurgelijkheid.
