Het zal in de
zomer van '45 of '46 geweest zijn, want we hadden de step met
echte luchtbanden nog die
mijn vader gewonnen had met een slagzin, voor de oorlog.
Hij had op die manier al heel wat extraatjes gewonnen,
flessen Bokma, kistjes Willem ll sigaren, en dus ook die
prachtige rode step. Na het voorval dat ik zo zal
vertellen, werd hij verkwanseld -dat vond ik tenminste-
voor een lap donkerblauwe stof die het padvindstersuniform
voor mijn zus moest worden.
De step
dus. Lineke mijn vriendinnetje en ik staan op de stoep
voor ons huis met de step tussen ons in, we maken
om de beurt een rondje om het plantsoentje en wisselen
net om. Ik sta met mijn gezicht naar de
huizen en Lineke met het gezicht naar de weg. Het
onweert niet, want daar ben ik doodsbenauwd voor, bij
het eerste gerommel ga ik naar binnen. Ik ben bang voor alles wat veel lawaai maakt.
Het is wel benauwd.
Opeens zie ik de zon als een gouden bol boven het huis
van oom Ernst uit de wolken zakken en naar links over het
platte dak van het kantoor rollen, een eindje in de
richting van ons huis zweven, met een boog omhoog gaan
over het hoge puntdak en verder glijden naar het
huis van de buren. Op hetzelfde moment is er een
explosie waardoor Lineke en ik tegen de grond slaan! Met
veel lawaai vallen brokstukken schoorsteen over de
dakpannen naar beneden. Mijn moeder komt het huis uitrennen,
roept dat de fietsen en de step naar binnen moeten, want
dat trekt de bliksem aan, raapt Lineke en mij van de
stoep op en sleurt ons naar binnen. Paniek. Bij haar,
niet bij mij. Is dat nou alles? Is dat blikseminslag? Ik
vond het prachtig en vertel enthousiast dat ik de zon
heb gezien die over het dak rolde en dat....... Mijn
moeder kijkt me stomverbaasd aan en zegt dan: 'Je jokt,
de zon staat niet aan die kant, hij staat nu in het
zuiden, aan díe kant en niet in het noorden!' 'Jawel!!
Ik heb hem toch zelf gezien!! Ik jok niet!' Maar de
schijn heb ik tegen, ik jok vaak. Mijn vader gelooft het
zelfs niet, niemand gelooft dat ik de zon over het dak
heb zien rollen. Ik ben woest omdat ze me niet geloven.
Jaren later lees ik over bolbliksems en
ook dat er lange tijd gedacht is, dat verhalen daarover
puur bijgeloof waren, net als de verhalen over
kabouters. Maar het beeld ervan zie ik nog zo voor me.
Een bijkomend voordeel van deze ervaring is, dat ik niet
meer bang ben voor onweer. Ik durf naar buiten te gaan als het
onweert, en als het heel dicht bij komt, sta ik in ieder
geval voor het raam om
ernaar te kijken en te genieten van het indrukwekkende
gezicht.