Bergweg 8 Tante Cor
Het is moeilijk te zeggen
hoe groot de invloed van tante Cor op mijn
leven geweest is. Ze was er mijn hele jeugd bij,
woonde een paar huizen van ons vandaan bij haar
ouders in. Ze was de oudste zus van mijn moeder,
twaalf jaar ouder. Ze was onderwijzeres, had
voor de oorlog al een auto, reisde ermee naar het
buitenland, België, Duitsland, Luxemburg, maar ging
toen ook al met de Nederlandse Reisvereniging naar
Zwitserland en Italië, ze fotografeerde veel,
speelde piano, kweekte bloemen in een kas en breide
supersnel truien en bedjasjes.
Al die dingen zullen
zijdelings ook wel op ons gezin invloed gehad
hebben, maar voor mij was het belangrijkste haar
liefde voor lezen. Die bracht ze op mij over, niet
dat dat moeite kostte, ik was zo lang ik me kan
herinneren al dol op voorgelezen worden en zelf lezen.
Ze had een kast vol boeken, haalde wekelijks bij de
openbare bibliotheek een stapeltje en vertelde
erover. Zo leerde ik spelenderwijs schrijversnamen
en boektitels. Ze begreep kinderen en deed net of ik een
jaar ouder was dan ik was.

Heel bijzonder vond ik
haar ex libris. Ze had het laten ontwerpen door een
kunstzinnige collega. Niemand van de mensen die ik kende
behalve Mevrouw en oom Ernst had meer dan 5 boeken,
en tante Cor had er zoveel, dat ze er een ex libris
inplakte of ze een bibliotheek had!
Bij vier gelegenheden
kreeg ik elk jaar een boek van haar: met m'n
verjaardag, als ik overgegaan was, met sinterklaas
en kerstmis. Met Kerstmis las ze altijd een
kerstverhaal voor, niet hét kerstverhaal, dat deed
mijn moeder, maar meestal een verhaal van Selma Lagerlöf.
Toen ik 10 was en net
als mijn grote zus later naar de HBS wilde, kreeg ik
van school het advies om naar de MULO te gaan. Ik
mocht niet naar de voor de HBS klaarstomende 5e en 6e klas
maar moest naar de gewone vijfde. Dat
tante Cor me toen niet hielp, vond ik heel erg.
Op de MULO bleek dat ik geen idee had van leren en
huiswerk maken. Ik zag absoluut het nut niet in van stipjes op een verder lege landkaart een nummertje te geven
inplaats van een plaatsnaam.
Op de lagere
school kon ik heel goed ontleden, wist alles van
onderwerp en naamwoordelijk gezegde, maar het
ontleden op de Mulo ging heel anders, ze begonnen
met alle woorden een naam te geven, voegwoord en
vragend voornaamwoord, dat was toch geen ontleden!
Met geschiedenis begonnen ze wéér bij de Batavieren,
dat wist ik nu zo langzamerhand wel, en ik haakte
af, ging stiekem zitten lezen of tekenen.
Pas aan het eind van dat eerste jaar werd ik wakker
en mocht toelatingsexamen doen voor de HBS. Daar
ging het heel goed, niet gemakkelijk, maar ik vond
leren fijn en deed mijn best. In de derde kon ik
naar de gymnasiumafdeling. Tante Cor had wel goed
gezien dat ik een laatbloeier was.
Toen ze 75 was, ik was
allang getrouwd, ging
ze dicht bij ons in de buurt in een bejaardenhuis
wonen. Als ik naar m'n werk fietste, zwaaide ik naar
haar, soms vier keer op een dag. Ze stond altijd voor het
raam. Ze had een electrisch wagentje en kwam elke
week wel een keer bij ons. Ze leefde erg met ons
allemaal mee. Bij haar verhuizing kon haar
boekenkast niet mee, en die kwam bij mij terecht,
met de meeste van haar boeken. Ze had geen interesse
meer voor romans, verzonnen verhalen, maar las
biografieën en reisverhalen, kranten en
tijdschriften. Ze schreef in een schrift uitspraken
en gedichten over die haar geraakt hadden, was actief
voor het Humanistisch Verbond, praatte vaak over de
net opgerichte Vereniging voor Euthanasie waar ze
direct lid van geworden was, was een
enthousiast lid van Natuurmonumenten, verzamelde
alle uitgaven van Openbaar Kunstbezit, ging naar
concerten, lezingen en musea, bezocht open tuinen en
kerken, kortom was bezig zoals ze altijd gedaan had.
Ze trouwde nooit. Toen
ze nog leerling was op
de Normaalschool werd een lerares verliefd op haar.
Dat was niet wederkerig, de vrouw emigreerde en
maakte aan de andere kant van de wereld een eind aan
haar leven.
Als jong
onderwijzeresje werd ze ten huwelijk gevraagd door
het hoofd van haar school in een van de
buurtschappen, die net weduwnaar geworden was en met
5 kinderen waaronder een kleine jongenstweeling achterbleef. Ze deed het
niet, want dan zou ze geen onderwijzeres kunnen
blijven. Als je trouwde kreeg je ontslag. Hij
trouwde toen maar met een andere onderwijzeres van
de school.
Ze zag de onderlinge
afhankelijkheid en misschien ook de inwisselbaarheid
in bij menselijke verhoudingen en bleef daarom
liever
alleen. Ze had wel vrienden, ook
wel een enkele vrij intieme, maar haar vrijheid gaf ze er
niet voor op. Nog bijna 40 jaar gaf ze les aan een
school in het dorp.