Bergweg 7 - Lange Aele
In het jaar 1610 vindt er een
smaadproces plaats voor de Groenlose rechtbank.
Tonnis Korten dient namens zijn
vrouw Aele en dochter Anna een klacht in wegens
smaad tegen vrouw Helleman, die zijn vrouw en
dochter van toverij heeft beschuldigd. Diverse
getuigen worden gehoord en uit de verhoren blijkt
dat vooral Aele al wel twintig jaar in Grolle
(=Groenlo) en omstreken bekend staat als
‘tovernarsche’.
In 1612 is er op de Grolse
markt een stevige ruzie. Jonker Hermann van Münster
van de havezathe Waliën onder Winterswijk wordt door
Aele aangesproken over een nog door hem aan haar
verschuldigd geldbedrag. Herman voegt daarop Aele
toe, dat hij toch zeker de ergste tovenarsche die er
in Grolle of Wenterswick is niks schuldig is!
In ditzelfde jaar is er een
heksenproces in het nabijgelegen Borculo, waarbij
één van de van hekserij beschuldigden onder tortuur
bekent met Aele, Anna en anderen een heksendans
gehouden te hebben op de heide bij Vragender. Deze
bekentenis heeft voor Aele en Anna fatale gevolgen.
De civielrechtelijke smaadzaak Korten contra
Helleman wordt een officieel heksenproces.
Grolle is in 1606 door de
Spaanse veldheer Spinola ingenomen, en de Grolse
rechtbank opereert sinsdien in nauw overleg met het
Spaansgezinde Hof van Gelre in Roermond in plaats
van met het veel gematigder Staatsgezinde Hof van
Gelre in Arnhem.
In Roermond worden in 1613 bij
een massaproces tegen heksen tenminste 40 mensen op
de brandstapel terechtgesteld, want hekserij was
ketterij in de ergste vorm. Een slechte zaak voor de
twee Groenlose vrouwen. Op 27 maart 1613 wordt door
de Grolse rechtbank geconcludeerd dat Aele en haar
dochter hexen zijn en dat zij hun 'wolverdiende
straffe' moeten ondergaan.
Op 8 oktober wordt het vonnis
uitgesproken door stadtholder Nienhuis in naam van
Drost Distelinck. De preciese inhoud van het vonnis
is niet bekend.
Uit een archiefstuk van 9
februari 1614 blijkt, dat Anna Korten uit de kerker
is ontsnapt met behulp van haar geliefde Hans
Martens en over de bevroren stadsgracht is ontkomen.
Haar moeder Aele is dan al terechtgesteld, en Tonnis
moet in 1615 een aantal schulden aan het gerecht
voldoen, waaronder het loon voor de scherprechter!
Ik vind dit verhaal om meer dan
één reden interessant.
- Mijn
grootmoeder van vaders kant heette Korten
- Ze
is geboren in Meddo, een buurtschap tussen Groenlo
en Winterswijk
- De
familie stond bekend als vrijgevochten, ze lieten
geen vreemden op hun erf toe, waren stropers
- De
familie was niet Katholiek, de meeste mensen
in Meddo en Groenlo wel
- In
1648, na de vrede van Münster, keert Anna naar
Groenlo terug voor de erfenis, waarbij haar niets in
de weg wordt gelegd. Dat duidt er ook op dat de
familie Hervormd was. Als Aele ook nog een zoon
heeft gehad, zou er een miniem deeltje van haar ook
in mijn grootmoeder kunnen zitten en daar weer een
achtste deel van in mij, ongeveer een duizendste
deel van Aele! Maar toch!
Een toevalligheid is nog:
- Wij
wonen op het voormalige landgoed van Hermann van
Münster, Het Waliën.
Als
ik me Lange Aele probeer voor te stellen, dan zie ik
een grote, slanke vrouw, met een knap, streng
gezicht, lange rechte neus, wijze grijze ogen. Ze
heeft krullend dik donker haar, dat ze hoog op haar
hoofd losjes opgestoken draagt. Ze loopt rechtop,
kin omhoog, kijkt vrijmoedig rond, ziet veel. Is
voor de duvel niet bang;-)
Zo
was mijn grootmoeder, Hendrika Korten.
-De
gegevens heb ik overgenomen uit: Van Hexen un
Düvelslüden, über Hexen, Zauberei und Aberglauben im
niederländisch-deutschen Grenzraum
Enschede/Doetinchem/Vreden 1995