We hadden een
prachtig strandbad in Winterswijk en de hele zomer was
ik daar te vinden, behalve in het laatste oorlogsjaar.
Het lag aan onze kant van het dorp en ik liep er in een
kwartier heen. Ik heb daar leren zwemmen van de oude
badmeester Timp, die schuin achter ons woonde. Hij stond
altijd in een smetteloos wit pak op de steiger en
dirigeerde je van daaraf eerst aan de hengel in het
ondiepe en als je al kon zwemmen voor de zekerheid aan
de lijn in het diepe.
Mijn zus nam me mee naar meneer Timp voor de eerste
zwemles aan de hengel. Ik vond in het water spelen
heerlijk, deed net of ik kon zwemmen, maar liep gewoon,
en dacht dat zwemles iets heel fijns was. Nou nee, dat
viel tegen. Ik kreeg de band strak om mijn middel en
hoorde in het water staand meneer Timp hoog boven me
roepen dat ik voorover in het water moest gaan liggen.
Ik zou echt niet verdrinken.
Dat kon hij mooi zeggen, maar voorover in het water gaan
liggen: nee, over mijn lijk! Hij riep dat het echt
moest, want anders kon hij me niet leren zwemmen. Ik
brulde terug dat ik eruit wou!! Mijn zus stond ook op de
steiger en liet me gewoon verdrinken! Het werd een enorm
gedrang daar boven me, want een heleboel kinderen wilden
dat schreeuwende kind natuurlijk zien. Sensatie.
Het werd die dag niks met de zwemles, en ook later
weigerde ik om met de hengel zwemmen te leren. Op de een
of andere manier heb ik het mezelf geleerd. Diezelfde
zomer mocht ik aan de lijn in het diepe en haalde de
volgende zomer de twee diploma's.
Nu wilde ik nog leren duiken. Het leek zo gemakkelijk,
maar bij Timp lukte het niet. Ik moest vooroverbuigen en
zo in het water ploempsen. Dat was geen duiken, dat was
niks. Ik zag grote jongens met een sierlijke afzet al
rennend bijna horizontaal het water in schieten en dat
duiken wilde ik leren. Timp zei, dat ik het eerst op zijn
manier moest leren.
's Avonds in
bed dacht ik er steeds aan waarom me dat nou niet lukte.
Ik stelde me voor hoe het zou voelen als je daar op de
kant stond en vandaar zo plat en sierlijk in het water
kon duiken. De volgende dagen keek ik heel goed als er
iemand zo dook en in gedachten dook ik met hem mee. In
bed kon ik bijna meevoelen hoe het ging. Die nacht
droomde ik dat ik kon duiken, ik stond op de steiger en
voelde wat ik moest doen.
De volgende morgen ging ik naar meneer Timp en zei: 'Ik
kan duiken!' 'Prima, kind, laat het maar eens zien.' Ik
dook. Zette me goed af en dook mooi strak en bijna
horizontaal. Timp vroeg van wie ik het geleerd had. Van
niemand, zei ik, ik had zelf bedacht en gedroomd hoe het
moest.
Hij vond het maar een raar verhaal.
Veel later las ik over visualiseren en dat je op die
manier iets kunt leren.