In de tijd
dat ik in de boekwinkel werkte, heb ik natuurlijk erg
veel mensen leren kennen. Een van hen was Arnaud, Arnó,
zoals hij het uitsprak. Hij kwam vaak tussen de middag
en dan was ik meestal alleen in de zaak. De eerste keer
dat hij er was, maakte indruk. Een stevig gebouwde heer
van middelbare leeftijd met een zwarte cape om en een
flambard op, was een exotische verschijning in ons dorp.
Hij vroeg of we moppenboeken verkochten. 'Ja ziet u, ik
wil weer eens lachen. Ik ben een tijdje geleden
gescheiden, mijn vrouw heeft me aan de kant gezet,
vandaar'. Ik liet hem het enige moppenboekje zien dat we
hadden en hij ging achterin de zaak bij de kachel zitten
lezen. Om de paar minuten lachte hij, bulderde of
grinnikte, snoof minachtend, al naar het gehalte van de
mop. Na een tijdje kwam hij naar voren lopen en zei dat
ik nr 58 eens moest lezen, die was zo geestig. Ik deed
het en schoot in de lach. Vraag me niet hoe die mop was,
ik heb geen idee. Ik bladerde verder en vond 68 ook heel
leuk. Hij las hem en kwam niet meer bij. Hij kocht het
boekje, ik bestelde een nieuw exemplaar bij en keek er
wel eens in. Toen hij weer eens kwam zei hij nr 17, ik
uit mijn hoofd, nee 23 is nog leuker. We maakten er een
sport van om mop en nummer uit het hoofd te leren, ze
niet te vertellen, maar alleen de combinatie van de
moppen met nummer aan te geven.
Dat ging natuurlijk na een paar keer vervelen en
langzaamaan kwamen we bij zijn wekelijkse bezoeken aan
de praat. Hij woonde sinds een half jaar in een
buurplaats, een godvergeten gat zoals hij zei, op een
boerderijtje, kwam uit Den Haag, was advocaat geweest
maar uit het ambt gezet. De reden kwam ik nooit te
weten. Zijn vrouw had de scheiding gewild, maar dat vond
hij prachtig, want omdat zij een goedbetaalde baan had,
moest ze hem alimentatie betalen.
Hij kwam erachter waar ik woonde, kwam wel eens aan,
bemoeide zich met mijn tuin, maakte kennis met mijn man,
die hem op het eerste gezicht wantrouwde, en
langzamerhand begon hij bezitterig te doen. Ik vond het
niet prettig om met hem alleen in de zaak te zijn.
Toen hij op een dag aan de deur kwam en tegen mijn man
zei dat ik ongelukkig was met hem, was de boot aan.
'Wegwezen jij! en laat je nooit meer zien!'
Ik zag hem gelukkig nooit meer. Een enkele keer als ik
een man een vrouwonvriendelijke mop hoor vertellen moet
ik aan hem denken.