Overzicht Bergvolk

 


Bergvolk 9 - Arnaud

In de tijd dat ik in de boekwinkel werkte, heb ik natuurlijk erg veel mensen leren kennen. Een van hen was Arnaud, Arnó, zoals hij het uitsprak. Hij kwam vaak tussen de middag en dan was ik meestal alleen in de zaak. De eerste keer dat hij er was, maakte indruk. Een stevig gebouwde heer van middelbare leeftijd met een zwarte cape om en een flambard op, was een exotische verschijning in ons dorp.
Hij vroeg of we moppenboeken verkochten. 'Ja ziet u, ik wil weer eens lachen. Ik ben een tijdje geleden gescheiden, mijn vrouw heeft me aan de kant gezet, vandaar'. Ik liet hem het enige moppenboekje zien dat we hadden en hij ging achterin de zaak bij de kachel zitten lezen. Om de paar minuten lachte hij, bulderde of grinnikte, snoof minachtend, al naar het gehalte van de mop. Na een tijdje kwam hij naar voren lopen en zei dat ik nr 58 eens moest lezen, die was zo geestig. Ik deed het en schoot in de lach. Vraag me niet hoe die mop was, ik heb geen idee. Ik bladerde verder en vond 68 ook heel leuk. Hij las hem en kwam niet meer bij. Hij kocht het boekje, ik bestelde een nieuw exemplaar bij en keek er wel eens in. Toen hij weer eens kwam zei hij nr 17, ik uit mijn hoofd, nee 23 is nog leuker. We maakten er een sport van om mop en nummer uit het hoofd te leren, ze niet te vertellen, maar alleen de combinatie van de moppen met nummer aan te geven.
Dat ging natuurlijk na een paar keer vervelen en langzaamaan kwamen we bij zijn wekelijkse bezoeken aan de praat. Hij woonde sinds een half jaar in een buurplaats, een godvergeten gat zoals hij zei, op een boerderijtje, kwam uit Den Haag, was advocaat geweest maar uit het ambt gezet. De reden kwam ik nooit te weten. Zijn vrouw had de scheiding gewild, maar dat vond hij prachtig, want omdat zij een goedbetaalde baan had, moest ze hem alimentatie betalen.

Hij kwam erachter waar ik woonde, kwam wel eens aan, bemoeide zich met mijn tuin, maakte kennis met mijn man, die hem op het eerste gezicht wantrouwde, en langzamerhand begon hij bezitterig te doen. Ik vond het niet prettig om met hem alleen in de zaak te zijn.
Toen hij op een dag aan de deur kwam en tegen mijn man zei dat ik ongelukkig was met hem, was de boot aan. 'Wegwezen jij! en laat je nooit meer zien!'
Ik zag hem gelukkig nooit meer. Een enkele keer als ik een man een vrouwonvriendelijke mop hoor vertellen moet ik aan hem denken.