30 juli 2006. Vandaag was het de 63e keer dit
jaar dat we 's avonds buiten konden eten. Het lag voor
een groot deel aan de mooie zomer natuurlijk, maar ook
aan de partytent van tante Marie. Zo'n jaar of vijf
geleden kreeg ik die van haar cadeau voor mijn
verjaardag. Ik had zelf de hint gegeven. Ik wilde hem
namelijk gebruiken om er mijn auto onder te zetten op de
oprit. Dat bleek een afknapper. De grond liep scheef, de
oprit was te smal, een boom hing te ver naar beneden,
dus we kregen het gevaarte niet op de goede plek.
We hebben een grote zolder. Je kent dat? In de loop
van jaren is die als bergplaats gebruikt voor geërfde en
jammer om weg te gooien dingen, je weet nooit of er nog
eens oorlog komt, zoiets. Het cadeau verdween naar die
zolder.
We kregen windschermen om het terras, dat tot die dag
gewoon stoepje geheten had en we vergaten de partytent,
dat rotding. Dit voorjaar bedacht ik, dat een
overdekt terras wel praktisch zou zijn, geen naar de
luchtkijkerij tegen tafeldektijd, wat denk je, blijft
het droog, nee, als het zo'n 20 graden was, zouden we al
lekker buiten kunnen eten.
Klein probleem: het dak van ons huis loopt laag door, en
daar een overkapping op aansluiten, gaat niet. De
partytent van tante Marie dan! Yes, dat was het
helemaal. In de hoek van het windscherm kon de tent heel
stevig vastgezet worden. Een grote tafel met een paar
stoelen kon er met gemak onder, zelfs nog twee parasols,
tegen de ergste zonnestraling.
Het is perfekt, een huisje op het terras. Dichtbij de
keuken en bij de beek. We leven buiten. Om zes uur zet
ik de stoelen klaar, kussens en kleedje, om zeven uur
buiten ontbijt, net vakantie in een ver land. Genieten.
Tante Marie is al 2 jaar dood, maar dit jaar ben ik pas
voor het eerst blij met haar cadeau.