Berggeest 9 - Dromen,
vervolg
Over een hele redenatie opzetten in een droom heb ik een
sterke herinnering. Ik denk dat ik ongeveer 9 jaar was.
Ik droomde dat ik rolschaatsen kreeg. Niet vreemd dat ik
dat droomde, want ik wilde ze dolgraag hebben, van die
rolschaatsen met een brede band over de voet, niet de
soort die met een sleutel en een verstelplaat om de
schoen pas geklemd moest worden. Die had mijn zus, maar
mijn moeder wilde niet dat we erop gingen, want de
schoenen gingen kapot en schoenen waren schaars in '45.
Ik droomde dus dat ik ze kreeg. Ze stonden op de plank
in de bijkeuken, en toen ik 's morgens op mijn
verjaardag beneden kwam, zei mijn moeder dat ik
rolschaatsen kreeg en dat ze daar stonden. In mijn droom
ging ik kijken, en ze stonden er werkelijk. Glimmend
zilverig ijzer met grijze wieltjes en een brede band
over de voet. Ik zag ze staan, maar ik wist ook dat ik
droomde en dat het dus bedrog was.
Toen droomde ik, dat ik droomde dat ik droomde en dat
als ik echt op mijn verjaardag ging kijken, ze er wèl
zouden staan, geen twijfel mogelijk! Ik vertelde niemand
iets van mijn droom, want dan zouden ze geen grote
verrassing meer voor me hebben.
Twee dagen later was ik
jarig. Niemand zei dat ik in de bijkeuken moest gaan
kijken voor mijn cadeau, maar dat was natuurlijk omdat
dan de verrassing nog groter was. Opgetogen ging ik
erheen, daar op de tweede plank stonden ze klaar voor
me. Met die droom en de droom in de droom, kon het niet
missen. Ik deed de deur open en keek naar de plank links
naast de deur. Geen rolschaatsen! Ik zocht achter de
schoenen en de poetsdoos, niks.
Het enige wat ik kon denken was: wat gemeen!
En ik kon niemand de schuld geven.
|