De vroegste
dromen die ik me kan herinneren zijn nachtmerries.
Letterlijk. Ik droomde over woeste paarden die om het
huis liepen en door de voordeur naar binnen wilden. Ik
had in mijn droom bedacht dat ik ze te slim af zou zijn
door achter de deur te gaan staan en me in het zwarte
gordijn met de felle strepen te draaien, want dan zagen
ze me niet als ze het huis binnenstormden. Als dan de
deur echt openging, gilde ik van angst en werd ik
wakker. Hoe ik aan deze droom kwam? Geen flauw idee. Het
was lang voor ik onder de paarden terechtkwam (Bergweg
11)
Van een
andere angstdroom die over een locomotief ging, weet ik
dat wel. Ik was een jaar of 5, schat ik. We woonden niet
ver van het emplacement en de stoomtreinen lieten soms
stoom af met zo'n doordringend fluitend gesis, dat ik
telkens doodsbang naar binnen rende. Ik begreep niet wat
het was. Ja, de trein, maar wat was dat geluid?
Dat kwam ik te weten toen ik met tante Cor, de
schooljuffrouw, mee mocht op het schoolreisje van haar
klas. De eerste klas zat op de voorste versierde platte
wagen, ik werd tussen die al grote kinderen gepoot, de
paarden begonnen te trekken en we reden helemaal van
school N naar de speeltuin op de Parallelweg. Hooguit
500 meter weet ik nu.
'Daar komt de trein!' werd er geroepen en alle kinderen
renden naar de overweg. De bomen waren al neergelaten en
we gingen op de onderste ijzeren staaf staan, want dan
kon je lekker schommelen. Het duurde een tijdje voor de
trein kwam, ik was al bijna vergeten waarvoor we daar
stonden. Ik boog me naar voren over het hek heen en toen
zag ik de locomotief als een enorm zwart beest, al
sissend en stoom uitblazend op me afkomen. Het was een
schok voor me. Natuurlijk wist ik hoe een trein
eruitzag, mijn grootouders woonden bij het station, maar
een trein was iets heel anders dan deze woeste draak!
De
nachtmerrie die ik daarvan kreeg, was kort maar heftig.
Ik stond op de rails en de locomotief kwam met veel
geraas op me af, hij was al vlak bij......!
Gillend werd ik wakker. Die droom kwam vaak weer. Altijd
hetzelfde. Mijn moeder kwam bij m'n bed en ik snikte
dan: de locomotief was er weer!
Ze vroeg altijd hoe het geweest was, hoe hij eruitzag en
dan zei ze zoiets als: maar deze ken je toch? die zagen
we van de week nog toen we naar Berenschot gingen. Door
het als iets gewoons voor te stellen trok de droom
langzaam weg en verscheen ook minder vaak en minder
beangstigend.
Toen ik wat
ouder was, een jaar of tien, was er de droom van het
bombardement. Ik werkte in een grote fabriekshal, was
een volwassen vrouw. Er was een bombardement geweest en
het dak van de hal lag in stukken op de grond, tussen en
over kapotte machines, omhoogstekende ijzeren spanten,
en dode mensen. Ik dwaalde daar rond en zocht iemand.
Einde droom. Deze droom had ik wel een keer of vijf.
De oorlog was afgelopen en natuurlijk heb ik verhalen
gehoord van aanvallen op duitse fabrieken en over
Nederlanders die daar gedwongen moesten werken.
De
nachtmerries kwamen na die tijd nauwelijks meer voor.
Het waren nu meer vervelende dingen die ik droomde, voor
de klas komen voor een overhoring en de verkeerde les
geleerd hebben.
Over valse beschuldigingen droomde ik ook vaak, en over
de weg kwijt zijn op een station.
Als volwassene had ik een paar keer
sciencefictionachtige dromen, ik schreef ze op en die
duiken nog wel eens op in een verhaaltje.
Er waren ook prachtige, ontroerende dromen, waaruit ik
huilend wakker werd omdat het over was.
Het is een
zeer interessant fenomeen, dromen. Ik heb er veel over
gelezen, maar ik ben niet veel meer te weten gekomen dan
dat iedereen droomt, dat dromen kennelijk nodig zijn om
je geestelijk gezond te houden, dat je vaker droomt van
'vijanden' dan van de mensen waar je van houdt, dat er
weinig in kleur gedroomd wordt en andere vaagheden. Wát
dromen nu precies is, hoe het komt dat huizen en straten
zo echt lijken dat je ze herkent maar dat ze toch net
anders zijn dan in de werkelijkheid, hoe het komt dat je
van brand droomt als je diep in slaap rook ruikt, dat
mensen die elkaar nooit ontmoet hebben, collega's en
mijn allang overleden grootmoeder, samen bij ons voor
het huis zitten, maar het is het huis van mijn
kindertijd, van voor m'n 12e jaar.
Dromen en weten dat je droomt, een hele redenatie
daarbij opzetten: als ik wakker word, dàn....
volgende