Berggeest 7 -
De eerste en
de laatste mijlpaal
Zeven jaar ben ik. Op
een avond als ik al bijna slaap, krijg ik een schok
en weet opeens: ik ga dood. Paniek. Om moeder
roepen, de trap afstommelen en in de huiskamer
snikkend roepen: ik ga dood!
Bij vader op schoot word ik gesust, je gaat echt
niet dood hoor, je bent veel te klein, opa's en
oma's gaan dood, maar jij niet.
Maar daar gaat mijn angst niet over, ik denk
helemaal niet dat ik nu al doodga. Alleen het
plotselinge besef dat iedereen een keer doodgaat en
ik dus ook, dat geeft me die panische angst.
Dit moment van beseffen sterfelijk te zijn, is een
mijlpaal in mijn leven.
In datzelfde jaar is
er nog een belangrijk moment. Weer lig ik in bed,
heb al geslapen, ben wakker geworden van luchtalarm
en jankende vliegtuigen. Als ik achter het
verduisteringsgordijn kijk, zie ik rode lichtkogels
mijn kant opdrijven. Ik begin te gillen van angst.
Vader! Moeder! Er komt niemand. Ik blijf roepen tot
ik volkomen schor ben. In huis blijft het stil, ik
ben alleen overgebleven!
Dan giert er een vliegtuig laag over en volgt een
zware dreun waar het huis van schokt. Kokhalzend van
het gillen en schreeuwen hang ik half buiten bed. De
voordeur gaat open en mijn ouders komen naar boven.
Ik ben vreselijk kwaad en teleurgesteld, en als ze
ook nog vrij laconiek reageren, blijf ik schelden en
huilen.
Ze waren een paar
huizen verder naar de verjaardag van mijn tante en
konden door het luchtalarm niet naar huis komen. Ik
voel het als verraad. Niet zeggen dat je weggaat, op
vaders en moeders kun je niet vertrouwen. Weer een
mijlpaal.
Dit zijn
ervaringsmijlpalen, schokkende momenten die je je
hele leven bijblijven. Ze hebben een grotere invloed
op je leven dan de traditionele mijlpalen als slagen
voor je examen, eenentwintig jaar worden, trouwen.
Dat zijn meestal feestelijke, prachtige dagen, maar
na afloop is het voorbij, je hebt even stilgestaan
bij het moment, maar nu begint het pas.
De mijlpalen die ik
belangrijk vind, zijn eigenlijk meer handwijzers
langs het pad. Het is onvoorspelbaar waar ze staan.
Ook als ze oud en nauwelijks leesbaar zijn of
verstopt zitten onder hoge braamstruiken in de berm,
zodat ik moeite moet doen om ze te vinden, wil ik
van ze weten welke richting ik uit kan. Of ik gewoon
door zal sukkelen op de bekende weg, of kan afslaan
in een richting die me misschien bang maakt, maar
die ook verlokkend lijkt. Handwijzers, mensen en
boeken die je de weg wijzen naar grotere hoogten met
wijdere uitzichten.
Ouders zijn ook maar
gewone mensen die ongewild gruwelijke fouten maken.
Ik weet het nu door eigen ouderschap. De
teleurstelling van toen wordt nooit vergeten, maar
het voorval is al lang geleden als niet meer
bedreigend ergens opgeslagen.
Hoewel ik elke dag van
mijn leven aan de dood denk, heeft me dat niet
somber gemaakt, integendeel. De dood loopt gewoon
altijd met me mee. De panische angst heeft plaats
gemaakt voor een andere emotie. Spijt zou je het
kunnen noemen, het gevoel nooit te zullen weten hoe
het met de wereld en de mensheid verder gaat. Nooit
te zullen weten hoe oud de leylijnen zijn, wat de
tekens op de wanden in de dolmen van Gavr-inis
betekenen, of waarom .... Duizend dingen die me
interesseren maar waar ik nooit een antwoord op zal
krijgen.
De eerste mijlpaal
kwam onverwacht, het weten dood te gaan. De laatste
mijlpaal is niet onverwacht. Hij ligt voor me, dat
is zeker. Ik weet alleen niet onder welke struik of
achter welke bocht hij staat. Hij? Ik denk liever
aan de dood als aan een vrouw. Ze neemt me zacht bij
de hand en zegt vertrouw me maar, het komt helemaal
goed.