Berggeest 3 - Ingrid
Betancourt
2 december '07. Een
noodkreet van Ingrid. Ze gaat geestelijk kapot. Ze heeft om een
encyclopedie gesmeekt, maar krijgt hem niet. Er is bij het FARC
niks te lezen, bijna 6 jaar is ze al hun gevangene.
Op
23 februari 2002 wordt Ingrid Betancourt,
presidentskandidate in Columbia gekidnapt door
rebellen van FARC en sinds die tijd gevangen
gehouden. Een half jaar daarvoor was haar boek
'Woede in het hart' in verschillende landen, o.a. in
Frankrijk en Duitsland uitgekomen. In Columbia zelf
werd het massaal gekocht, maar de pers zweeg er in
alle talen over.
Het Duitse blad Brigitte, dat vaak reportages heeft
over vrouwen met Zivilcourage, publiceerde een maand
voor de ontvoering een groot interview met haar,
mede naar aanleiding van het net verschenen boek.
Hier volgt een samenvatting die ik van het interview
maakte voor de Schrijfgroep van Seniorweb.

Kop: De moordenaars zijn al betaald. Ingrid
Betancourt wil de volgende president van het land
worden-- als ze op de verkiezingsdag nog leeft
tenminste.
Dan
volgt een interview met haar door Anja Jardine.
Jonge vrouw, 40 jaar, elegant , intelligent ,
meisjesachtig. Geen macho vrijheidsstrijder zoals je
verwacht in Zuid Amerika. Ze zegt, dat ze als
tegenstander gemakkelijk onderschat wordt en dat dat
waarschijnlijk de reden is, dat ze na 10 jaar strijd
tegen de drugsmaffia nog in leven is. Vier
jaar geleden heeft ze de Partido Oxigeno Verde, de
Zuurstof Partij , opgericht.
Ze
zit in het parlement, is een van de vier
presidentskandidaten, maar wordt in de pers
doodgezwegen. Er is geen persvrijheid.
Toen ze vier jaar geleden in het parlement kwam,
steunde zij de nu nog (2002)zittende president Andres
Pastrana Arango, maar brak met hem toen hij zijn
beloften om grote sociale veranderingen door te
voeren niet van plan was na te komen.
Op
de dag van het interview is haar boek 'De woede in
mijn hart' net 4 weken uit in Columbia. Het is het
meestverkochte boek, maar er wordt niet over
geschreven. Het is in Frankrijk een bestseller en nu
ook in Duitsland.
Al
10 jaar vecht Betancourt onder zware omstandigheden.
In
1994 werd ze als volksvertegenwoordiger gekozen. Ze
was bekend geworden doordat ze bij stoplichten ging
staan, op autoruiten tikte en zei: 'Ik geloof dat
de corruptie in de politiek met aids te vergelijken
is. Hier hebt u een voorbehoedmiddel, dan denkt u
op de verkiezingsdag aan mij.'
Als
ze nog maar net in het parlement zit, noemt ze op de
tv de namen van de 5 meest corrupte parlementsleden,
schrijft een handfest voor de liberale partij om
eerlijk te handelen, maakt een illegale wapendeal
van de regering bekend en laat geen gelegenheid
onbenut om de maffia-achtige structuren in economie,
politiek en justitie aan de kaak te stellen. ' Ik
zat altijd alleen. Bijna niemand groette me.'
In
1996 bewijst ze in een rede van een paar uur in het
parlement, dat de toenmalige president Ernesto
Samper schuldig is aan corruptie, en ze zegt ook te
weten dat hij schuldig is aan het uit de weg ruimen
van getuigen.
Het
was nog nooit zo stil geweest in de zaal als na haar
rede. Toch wordt de president diezelfde nacht door
het parlement van blaam gezuiverd. Reden: het
grootste deel van de afgevaardigden staat op de
loonlijst van de maffia.
Er
wordt een aanslag op haar gepleegd (die mislukt) en
haar kinderen worden bedreigd. Die waren toen 11 en
7.
In
december komt een man in haar kantoor, die zegt dat
de sicarios al betaald zijn om haar en haar familie
te doden. Het zijn de moordenaars op motoren, die in
de sloppenwijken van Bogota geronseld worden om voor
een grijpstuiver mensen te doden. Ze gelooft hem
onmiddellijk.
Ze
brengt de volgende dag de kinderen naar hun vader,
een Franse diplomaat, in Auckland NieuwZeeland. Ze
zoekt scholen uit enz. want de kinderen zullen daar
gaan wonen. Twee maand is ze bezig, koopt kleren
voor een jaar vooruit voor ze, oefent een veilige
weg naar school, enz. enz. Elk detail van het leven
van haar kinderen probeert ze in zich op te nemen om
te onthouden voor als ze weer in Columbia is. Ze
voelt zich als een vrouw die tot een zware
gevangenisstraf veroordeeld is en de laatste dagen
van vrijheid koortsachtig uit wil buiten.
Begin 1997 vliegen zij en haar partner Juan Carlos
terug naar Columbia. Ze trouwen tijdens een
tussenlanding.
Gevraagd of ze er
niet aan gedacht had om maar niet weer terug te
keren, antwoordt ze: ‘Nee. Het is moeilijk uit te
leggen, maar ik heb het gevoel dat ik mezelf niet
meer toebehoor.’
Ze is van goeden
huize. Haar vader was minister van onderwijs en
gezant bij de Unesco in Frankrijk, haar moeder was
ooit schoonheidskoningin, maar vooral bekend als
oprichter van Albergue, het grootste hulpprogramma
voor kinderen in Bogota. De familie reist tussen
Frankrijk en Columbia heen en weer. Ze gaan in
Frankrijk om met Botero, Gabriel Garcia Marquez en
Pablo Neruda.
Ingrid had altijd
het besef een bevoorrecht kind te zijn en dat ze
haar land iets schuldig was.
Het huwelijk van
haar ouders eindigt als de moeder zich in Columbia
geheel wil wijden aan het sociale werk. 15 jaar
later gaat het bij Ingrid bijna net zo.
Ze studeert
politieke wetenschappen in Parijs, trouwt een Franse
diplomaat en is echt de representieve vrouw
van.…Maar Columbia blijft trekken. Ze bezoekt haar
moeder, die inmiddels volksvertegenwoordiger is
geworden, reist met haar naar de kust van de
Atlantische oceaan waar ze het ongelooflijke ziet,
dat politici onder een hoedje spelen met
(drugs)smokkelaars. ‘Niet het land is slecht, niet
de mensen, maar het establishment.’
Het lijkt de goede
kant op te gaan als Luis Carlos Galan zich kanditaat
stelt voor het presidentschap. Tijdens zijn
verkiezingscampagne wordt hij al doodgeschoten.
De moeder verliest
alle hoop, Ingrid besluit de strijd tegen de maffia
aan te gaan, verlaat haar man, en gaat in de
politiek.
Nu, precies 12 jaar
later staat ze er net zo voor als Galan.
Op de vraag of ze
geen angst heeft, antwoordt ze: ‘Het is voor de
kinderen erg. Ze hadden nachtmerries waarin ik
vervolgd werd door enge mannen en ze mij niet konden
helpen.’ Ze heeft met haar kinderen goed
doorgepraat over hoe te handelen bij een eventuele
ontvoering. Ze moeten zo snel mogelijk proberen te
vluchten. Liever doodgeschoten worden dan verkracht
en gefolterd. Zo zou zijzelf het ook doen, zei ze de
kinderen. En ook dat de dood soms de enige
mogelijkheid is om vrij te leven.
Als ze zelf gedood zou worden, dan moesten de
kinderen weten dat ze als een vrij en gelukkig mens
gestorven was.
Tot zover
het interview.
Na de
ontvoering is er een website geopend waarop mensen
van over de hele wereld hun handtekening konden
zetten onder het protest tegen de brute ontvoering.
Bij de links staat de url. Overal vormden mensen
protestcomités om bij hun regering erop aan te
dringen om Columbia te dwingen actie te ondernemen
om Ingrid vrij te krijgen. Tot nu toe tevergeefs. Nu
zijn er weer verkiezingen in Columbia, en de kans is
groot dat de zittende president Alvaro Uribe weer een
ambtstermijn kan volmaken. Als Ingrid nog leeft (mei
2006),
heeft ze van deze man geen hulp te verwachten en zit
ze zeker tot 2010 vast.
2008. Na 2319 dagen in de jungle is Ingrid
Betancourt samen met 14 andere gegijzelden bevrijd
door het Colombiaanse leger. 3 juli 2008.