Na een lange periode waarin er in de rest van
Winterswijk op enkele natte stukjes na, weinig anemonen waren,
breiden ze zich nu weer sterk uit. Het Bonnink is een goed
voorbeeld. Er is zelfs een plekje bij de beek in het
Jachmansbos, dat in drie jaar van drie dm2
is uitgegroeid tot een plek van een paar vierkante meter. De
planten en wortelstokken worden dan ook met extra gieters water
verwend in droge perioden, én aanmoedigend toegesproken. Ze
kunnen gewoon niet anders dan doen wat van ze verlangd wordt.
Er is één jaar
geweest, waarin we niet in het Anemonenbosje mochten komen.
1945. Net in de anemonentijd, in de nacht van 30 op 31 maart
werd de brug over de Slinge bij het Anemonenbosje door de
terugtrekkende duitse troepen opgeblazen. Er was ook nog
gevaar van landmijnen en niet ontplofte granaten, dus dat jaar
ging het bezoek niet door.
Het opblazen van de bruggen heb ik heel bewust meegemaakt.
Van ongeveer 15 maart af, gingen we 's morgens heel vroeg
lopend naar boerderij Te Pas aan de Bataafse weg. We hadden
daar in het klompenmakershuisje een soort woonkeuken. 'We'
zijn dan mijn moeder, opoe Fuut (soms), mijn grote zus,
Klein opa en de laatste dagen van maart ook mijn vader. We
woonden namelijk vrij dicht bij het spoorwegemplacement dat
heel vaak gebombardeerd en beschoten werd. Ik was al een
half jaar volkomen gestresst van het bombarderen en zat de
halve dag in de schuilkelder. Toen er (kleine) bommen bijna
op ons huis terecht waren gekomen en we ook het gebulder van
kanonnen in de verte konden horen, gingen we overdag weg.
Die boerderij lag anderhalve kilometer van het anemonenbosje
en de tweede brug in de weg naar de duitse grens. Toen 's
nachts de bruggen de lucht invlogen, heb ik dat gezien.
Iedereen die daar was zag het, natuurlijk ging je niet
slapen op zo'n spannend en gevaarlijk moment.
Voor mensen die willen gaan kijken: Een andere naam voor
Anemonenbosje is Stemerdinkbos. Als kind had ik een boek, Het
Anemonenmeisje, dat geschreven was door een Winterwijkse(?)
schrijfster. (zoeken we op!) Yes, ze heette Willy Wennink. Ze kende vast en zeker dit bosje
bij de beek.