Knobbelzwanen

 

Bekijk ze goed, de koningen van ’t meer:

met slangennekken deftig iets gebogen

de witbroodbrengers nauwelijks gedogend,

vretend het voer. Hautain draaien ze weer.

 

Zie ze eens schudden met hun lange kont

ze hebben lak aan hun bewonderaars,

steken hun nek in drab en rottend naars,

kijken dan volgevreten trots in ’t rond.

 

Zie ze eens onbeholpen uit het water wieken,

half lopend vliegen, met lawaai, gekolk,

en als je ze na tijden eindelijk ziet vliegen,

is dat een ererondje voor het domme volk!