Je slaapt in
witte doeken
je baar een houten net
ik vlocht van elzentakken
je allerlaatste bed.
We proppen nog een kussen
naast je scheefzakkend hoofd
't is net of met een knipoog
je even nog bewoog.
Het is zoals het zijn moet:
door 't leven naar de dood.
Je hield zo van het leven
en pijn maakt liefde groot.
Nu gaan we je verbranden
-je hield altijd van vuur!-
'k blijf kijken, tot jij as bent,
een puur, almachtig uur
.