Alleen
het is als waken
in een klamme droom
mijn wereld lijkt één regel opgeschoven
ginds staat jouw beuk, en ook mijn eigen boom,
maar op de horizon, ondersteboven
daar is ons bos,
maar nu met droge dennen
zonder de beuken, zonder reeënwei
ik schrijf, moet
schrijven, zacht sapgroen, oranje,
geen kleur verschijnt
ik loop naar huis,
de keukendeur
draait omgekeerd een andere keuken in,
een honderdtredentrap, waarheen,
een kamer in ons doodstil kinderhuis,
waar nu ons bed staat, is een stal
waar ben je, ben
je, roep ik steeds maar weer
mijn stem zoekt jou door kieren in het dak
ik weet, jij bent
alleen zoals ik was