Kerstfeest
in Avignon
Verliefd
was ik op zomers Avignon,
het kopje koffie vroeg al in de zon
het festival en overal muziek
studenten voor een enthousiast publiek
de lauwe avonden, het plein, de kathedraal.
Wij hielden van elkaar en allemaal.
We kwamen
terug, voor Kerst, naar Avignon.
Een zachte dag, met jas aan in de zon
verstilde rust, studenten terug naar huis
geen mens te zien, waar zijn ze allemaal?
De luiklok
wekt in ’t donker ieder huis
verwachten vult de stad, vult stille straten
vult mensen, vult het plein, de kathedraal
waar allen samenkomen, zonder praten.
Dan zwaait
de buitendeur welkomend open
en binnen komt Het Kind in goud gekleed
gedragen door hoogwaardigheidsbekleders,
ook aan hun kleding is het nodige besteed.
Het orgel
schalt zijn vreugde oorverdovend
de mensen zingen luid van stille nacht
en met trompetgeschal ergens van boven
wordt Hij op ’t altaar neergelegd, als was ’t
volbracht.
Het Kind
van toen, zou Hij dit echt geloven
die één maal ‘s jaarse uitbarsting van vreugd?
Zou Hij niet méér genieten van de dromen
op lauwe zomeravond, van de jeugd?